|
Naar de opening van de website www.glimmerveen.nl
Naspeuringen van Riet Bakker en Kees Bakker-Stolk (dochter en schoonzoon van Bep Stolk-Glimmerveen) brachten aan het licht dat vier mannen met de achternaam Glimmerveen op schepen van de VOC hebben gevaren. Zij vonden de gegevens in de 'Grootboeken' van schepen (bewaard in het Nationaal Archief in Den Haag). Het gaat om de volgende personen. * * * Quirijnus Glimmerveen. Quirijnus Glimmerveen heeft twee reizen met het schip de Roosenburgh naar Batavia (nu: Jakarta) gemaakt. Beide reizen eindigden in het hospitaal van Batavia. De eerste keer kwam hij met een ander schip, de Edam terug; de tweede keer keerde hij niet weer; hij overleed in het ziekenhuis van Batavia. De voorgeschiedenis van deze Glimmerveen, voordat hij zeeman werd, was nogal tragisch: hij was weduwnaar en liet zijn vijf kinderen achter in het weeshuis van Delft. Quirijnus Glimmerveen is geboren in Delfshaven. Volgens het oudste gegeven over hem is hij daar op 10 januari 1747 (als Krijn) gedoopt. Zijn leven had aanvankelijk een voor die tijd normaal verloop. Hij werd timmerman en toen hij 22 jaar oud was trouwde hij in Dordrecht met Elisabeth van Vijffwijk, ‘jongedochter, wonende Dordregt’. Het jonge paar ging in Delfshaven wonen, maar verhuisde in 1779 naar Dordrecht. Vermoedelijk kon de jonge huisvrouw niet wennen in Delfshaven. Elisabeth Glimmerveen-van Vijffwijk is kort voor 24 augustus 1782 in Dordrecht overleden. Het echtpaar had inmiddels zeven kinderen gekregen. De eerste vijf waren in Delfshaven geboren. In Dordrecht kwamen er nog twee, maar deze beiden overleden kort na de geboorte. Enkele dagen na de geboorte van het zevende en laatste kind van het echtpaar overleed de moeder. Quirijnus Glimmerveen bleef dus achter met vijf kinderen, van twaalf tot vijf jaar oud. Dat bracht voor de man een groot probleem mee. Een uitkering voor een weduwnaar was er niet en opvang voor kinderen nauwelijks. Quirijnus wist geen betere oplossing dan de kinderen achterlaten in een weeshuis en zelf het land verlaten. De kinderen kwamen dus terecht in het weeshuis van Delft, waar zij verbazingwekkend lang bleven (enkelen zelfs tot hun 25e jaar). En Quirijnus ging naar zee. Hij monsterde aan op het schip Rosenburgh dat in 1783 zijn eerste reis naar Indië maakte. Quirijnus werdop 17 september 1783 aangeworven als matroos. Zijn gage was f 7 per maand. Kennelijk was Quirijnus voor zijn aanmonstering weer teruggegaan naar Delft. In het Grootboek van het schip werd bij zijn naam vermeld dat hij inwoner van Delft was. De Rosenburgh kwam op 18 mei 1784 in Batavia aan. Uit de verantwoording van kosten in het Grootboek kan worden afgeleid dat Quirijnus tot 5 november 1784 in het hospitaal van Batavia verbleef. Daarop voer hij kennelijk op het schip de Edam, naar mag worden aangenomen voor de thuisreis. Wat Quirijnus na terugkeer in Nederland heeft gedaan, is niet duidelijk. Wel blijkt uit het Grootboek dat hij een jaar later, op 3 juni 1786, opnieuw aanmonsterde op de Rosenburgh. Hij was toen 'ondertimmerman', Zijn gage was aanmerkelijk verhoogd: tot f. 32 per maand. Voordat hij - op 3 juli 1786 - uitzeilde, liet hij drie maanden gage achter voor het weeshuis van Delt, ten behoeve van zijn vijf kinderen daar. Het schip deed ruim een half jaar over de vaart naar Batavia. Daar kwam het aan op 24 januari 1787. Of Quirijnus Glimmerveen al onderweg ziek is geworden, vermelden de boeken niet. Wel staat daarin vermeld dat hij op 8 maart 1787 in het hospitaal van Batavia is overleden. Pas ruim vier jaar later werden zijn financiën afgewikkeld: zijn hele bezit, 49 guldens en twee stuivers, viel toe aan het weeshuis van Delft. De kinderen bleven nog lang in het weeshuis. Jacob liep weg toen hij negentien jaar oud was, Reinier was 25 toen hij uit het huis gezet werd ('gedemitteerd'). * * * Leendert Glimmerveen Leendert Glimmerveen overleed al na een maand aan boord. Het Grootboek van het schip Vreeburgh vermeldt dat Leendert Glimmerveen van Schiedam op 2 april 1771 werd aangeworven als matroos, met een gage van 9 gulden per maand. Maar hij heeft zelfs zijn tweede maand aan boord niet volgemaakt: op 13 mei 1771 overleed hij aan boord, naar moet worden aangenomen op volle zee. * * * Gerrit Glimmerveen Beter dan met Leendert verging het Gerrit Glimmerveen van Delfshaven (die geboren is in september 1762). Hij was nog maar vijftien jaar oud toen bij op 27 januari 1778 werd aangeworven op het schip De Vrouwe Everhardina dat zijn eerste reis naar de Oost ging maken. Gerrit werd hooploper (dat is de laagste rang aan boord) met een gage van zeven gulden per maand. Het schip kwam op 26 augustus 1778 in Batavia aan. Gerrit Glimmerveen kwam met een ander schip, de Van Meerenburg (varend voor de kamer van Enkhuizen) naar het vaderland terug. Op 9 mei 1780 kreeg hij de gage die hij nog tegoed had, f 66:12:6. * * * Arij Glimmerveen Arij Glimmerveen (geboren in februari 1765) maakte in 1779/1780 de vierde reis van het schip D'Vrouwe Antonetta Coenrardina mee. * * * Meer gegevens over mensen met de achternaam Glimmerveen uit vroegere eeuwen op www.glimmerveen.com Terug naar het begin van deze pagina
|
|