Ingrid Hoogervorst noemt het boek van Susan Glimmerveen al in de tweede zin 'een bijzondere roman'. De recensente vindt in de flaptekst een fout: in Curaçao moet natuurlijk op Curaçao zijn, "een klein maar veelzeggend foutje. Want het zou goed zijn geweest als Glimmerveens redacteur ook andere spelfouten (iemand nabouwen in plaats van nabauwen), een inconsequent gebruik van leestekens en de onbegrijpelijke vertelconstructie in de openingsalinea was nagelopen. Als haar eerste roman vanwege uitgeversblunders in een vergeetboekje belandt, zou dat erg jammer zijn." Roos voelt zich niet thuis op de huishoudschool, droomt liever weg naar het warme eilandwaar de mensen elkaar mooie verhalen vertellen, constateert Hoogervorst. Ze vervolgt: "Ze bouwt er een hele fantasiewereld omheen over een bastaardzoon van haar opa, een zwarte halve wilde die na de dood van zijn moeder in een grot leeft en jaren later door blanken wordt gevonden. Een romantisch verhaal dat wrang contrasteert met haar milieu. Roos' eenzaamheid neemt steeds meer toe, haar buitenstaanderschap maakt gaandeweg het boek plaats voor een isolement met een grimmiger karakter. Ze begint tegen haar omgeving te liegen, krijgt een trieste affaire met haar overspannen wiskundeleraar en reist in haar hoofd steeds vaker af naar het eiland van haar geboorte. Dwaze pubers kunnen in hun hopeloosheid rare dingen doen, zeker als ze zich tijdelijk aan de zorg en aandacht van hun ouders weten te onttrekken. Dan worden het wandelende eilandjes en gaat het mis. Glimmerveen laat dit in haar roman overtuigend zien. Ondanks een aantal inconsequenties (Roos' gedachten en teksten zijn wel té wijs en intellectueel) schildert 'Kaf' met lichte, geestige toon de neergang van een tegendraadse puber in het foute milieu, waar ze genegeerd wordt met alle desastreuze gevolgen van dien. 'Kaf' is een ontroerend en grimmig, een bijzonder boek."
|
|