door Eline Verburg
Susan Glimmerveen (1963) was met recht een laatbloeier. Na het vhbo en een lerarenopleiding voltooide ze ook nog een universitaire studie Nederlandse letterkunde. Ze. woont nu m het Engelse Cambridge en maakt hier onder meer radiodocumentaires en (kinder)theater. "Toch heb ik me nog heel lang dom en onzeker gevoeld", bekent ze. "Ik liet me enorm intimideren door geleerdheid. Toen ik mijn huidige - hoog opgeleide - vriend leerde kennen, had ik het gevoel dat ik me moest verantwoorden voor mijn huishoudschoolverleden. Pas nu kan ik er trots op zijn dat ik op eigen kracht heb bereikt wat ik wilde." Het leven op de huishoudschool voelt voor Roos als een soort ballingschap. Ze hunkert naar aandacht en is tamelijk naïef en dromerig, wat af en toe tot (tragi)komische situaties leidt. Tegen haar schoolvriendinnetje, dat net haar broertje is verloren door een auto-ongeluk, maakt ze zeer impertinente opmerkingen:
Maar Roos weet in haar hart wel dat ze veel te ver is gegaan:
Later raakt ze in de ban van een nieuwe klasgenote, die vooral interessant is omdat ze 'uit de Randstad' komt, rookt en over seks praat. Die obsessieve vriendschap doet sterk denken aan De Vriendschap van Connie Palmen. "Ik weet nog dat ik dat las", zegt Susan. "Toen dacht ik: Shit, nou kan ik er niet meer over schrijven." Dromen doet Roos over haar leven op Curaçao, waarbij ze van alles fantaseert. Zo beeldt ze zich in dat haar grootvader een kind heeft verwekt bij een zwarte vrouw. Deze man, haar 'halfoom', vertelde haar verhalen over ontsnapte slaven, die zich lieten meevoeren op de passaatwind, terug naar Afrika. Des te verwarrender is het als Roos ontdekt dat de passaatwind de andere richting op waait. De behoefte aan aandacht en erkenning wordt voor Roos steeds groter en ze begint zich steeds opstandiger te gedragen. Maar hoewel ze aan het slot van de roman een halfslachtige zelfmoordpoging doet, kun je niet ontkomen aan de indruk dat het wel goed komt met Roos, zoals het ook is goedgekomen met Susan Glimmerveen.
|
|