erleden jaar verraste de Amerikaanse Suzanne Cleminshaw met het beeldschone debuut 'De grote ideeën', waarin een dertienjarig meisje grip op de wereld probeert te krijgen met behulp van het klassieke gedachtegoed. Een andere debuterende Susan, de in Engeland wonende Nederlandse schrijfster Susan Glimmerveen, koos ook een puberend meisje als hoofdpersoon, eveneens met een prachtig resultaat. Is de Amerikaanse heldin te wijs voor haar leeftijd en speelt ze tegen wil en dank een hoofdrol in een soort Grieks noodlotsdrama, de Nederlandse kan zelfs op de huishoudschool met moeite meekomen en smacht naar dramatiek in haar leven. Ze voelt zich in meerdere opzichten een buitenstaander, een balling. Roos, zoals de hoofdpersoon heet, heeft het steeds over 'mijn eiland', het tropische eiland waar ze is geboren. Het wordt niet met name genoemd, evenmin als het door stugge strenggelovigen bewoonde platteland waar ze is terechtgekomen, maar de namen Curaçao en Zeeland zijn gemakkelijk in te vullen. Als niet-gelovige is ze op de huishoudschool een buitenbeentje, en ook in het gezin, met haar intellectuele vader en haar oudere zus die glansrijk het lyceum doorloopt, valt ze uit de toon. 'Kaf speelt in de jaren zeventig, maar het regime op de huishoudschool lijkt te stammen uit de jaren vijftig. Roos' tragedie is dat ze zich voortdurend bewust is van haar beperkingen, en niet wil berusten in een lot dat haar godvruchtige klasgenoten alvast doet sparen voor een uitzet. Diepte, dat zoekt ze, als weet ze zelfniet wat dat precies moet inhouden. Enige hoop gloort als Jacqueline in haar klas komt. Ze komt uit de Randstad. Die achtergrond en haar zelfgekozen isolement maken haar interessant voor Roos. 'Waar ligt de Randstad? vraag ik thuis. In het westen zegt mijn moeder. Ik pak de atlas en zoek op de kaart van Nederland, maar ik kan het nergens vinden. Misschien is onze atlas te oud. In de Randstad lopen geen koeien, er zijn geen meisjes die naar kippenstront stinken zoals Lintworm. Paarden komen alleen in de dierentuin voor. Je kunt in de Randstad alles kopen, maar het smaakt niet vers. Er staan hoge flatgebouwen waar mensen afspringen als ze geen zin meer in het leven hebben.
De Randstad is voor Roos net zo mythisch als haar eiland. Waar haar plattelandsomgeving wordt geschetst in sobere maar trefzekere zinnen, worden de - al dan niet fictieve - herinneringen aan dat eiland geschilderd in prachtige, kleurrijke passages. Het gebruik van korte kernachtige zinnetjes, dat in andere boeken vaak irritant modieus is, zorgt hier voor een volmaakt evenwicht tussen vorm en inhoud. Het maakt het verhaal van Roos, dat vrijwel helemaal vanuit haar gedachten wordt verteld, volstrekt geloofwaardig. En zelfs de enkele verdwaalde term die iets te wijs is voor een meisje van haar leeftijd is te herleiden: Roos heeft een passie voor taal en voor literatuur. In haar 'speciale schrift' verzamelt ze bijzondere woorden en citaten. Maar de literatuur biedt uiteindelijk geen uitweg, evenmin als de seks waarin ze door Jacqueline min of meer wordt ingewijd. Haar eerste seksuele ervaringen zijn nogal troosteloos en halen het niet bij haar fantasieën. Jacqueline verdwijnt even plotseling als ze is gekomen -ze is zwanger. Het knappe van Glimmerveens boek is dat ze voortdurend het tragische met het komische mengt. Zoals in de passage waarin Roos door een lerares wordt opgesloten in het drooghok, als strafvoor een brutale mond. 'De inspectie moest eens weten aan welke gevaren je wordt blootgesteld als je niet in één keer een varken kan vouwen. In het hok staat een grote ketel. Ik kan de vlammen horen loeien. Iedereen weet dat ketels kunnen ontploffen. Als er brand uitbreekt denk ik niet dat de juffrouw zich herinnert dat ze mijn in dit hokheeft opgesloten. En als ze het zich wel herinnert zal ze toch rechtsomkeert maken. Als je zo'n jappenkamp hebt overleefd, ga je niet je leven op het spel zetten om een kind te redden dat nog geen varken kan vouwen. Het zijn Kees-de-Jongen-achtige observaties die je doen glimlachen, maar die tegelijkertijd wrang zijn. Bovendien krijgen Roos' bespiegelingen met terugwerkende kracht een andere lading door het onverwachte einde.
Maar aldoor blijft de toets licht in deze mooi gecomponeerde eersteling van Susan Glimmerveen, die putte uit eigen ervaringen. Ze werd in 1963 geboren op Curaçao en verhuisde op haar tiende naar Nederland, waar ze na de huishoudschool (lhno), via het vhbo de lerarenopleiding volgde en vervolgens afstudeerde in de Nederlandse letterkunde. Daarnaast volgde ze de schrijversvakschool 't Colofon met specialisatie dramaschrijven. Tot nu toe schreef ze vooral toneelstukken en hoorspelen. Sinds 1994 leidt ze, samen met haar man, die geoloog is, een min of meer zwervend bestaan. Ze woonde onder meer in Nieuw Zeeland, Papoea Nieuw Guinea, Ierland en de Verenigde Staten. In dat land werd haar prozadebuut voor het grootste deel geschreven. Tegenwoordig woont ze in Engeland. Met 'Kaf' bewijst ze dat ze een indrukwekkend gevoel heeft voor taal. Ook haar rake, haast terloopse beeldspraak valt op. Glimmerveen laat zien hoe uit simpele elementen een indrukwekkend boek te componeren is.
|
|