|
"Met Pinksteren
begint het pas..."
Annelieke
(27) werkt in de horeca. Voor haar betekent Pinksteren: grote drukte, extra hard
werken. Heeft het pinksterfeest een diepere betekenis? Geen idee.
Vele christenen zullen, gevraagd naar de betekenis van Pinksteren, wel iets
mompelen van 'de uitstorting van de Heilige Geest'. Maar een diepere betekenis,
voor het persoonlijke leven van een mens? "Doe nou niet zo moeilijk!
Pinksteren is, als het weer een beetje meezit, toch een heerlijk
uitgaansweekeinde - en daar is toch niks mis mee".
Nee, daar is niets mis mee. Maar toch...
Anneliek was nieuwsgierig en ds. Kick Bras van de Bethlehemkerk in Hilversum
wilde wel bij haar thuis (aan de Diependaalselaan) langs komen om haar over
Pinksteren te vertellen.
Annelieke: Ik wilde me toch een beetje op dit gesprek voorbereiden. Daarom hebben m'n vriend
Vincent en ik gisteravond wel een uur in een bijbel zitten zoeken. Maar we hebben het niet
gevonden.
Ds. Bras: Heb je zelf een protestantse of katholieke opvoeding?
A.: Nee, niets.
B.: Ik heb een bijbeltje bij me. En een blokfluit. Aan de hand daarvan wil ik
je uitleggen wat het pinksterfeest is.
A.: Oké.
Ds. Bras legt vervolgens uit dat de bijbel is verdeeld in twee delen: het
oude testament, de heilige boeken van de joden en het nieuwe testament dat door
volgelingen van Jezus (ook joden) is geschreven.
'De meeste joden geloofden niet dat Jezus de zoon van God was. Het was maar een
klein groepje dat dit in het begin geloofde. Lucas, één van die mensen, heeft
een evangelie geschreven en ook een boek over het begin van die christelijke
beweging. Toen Jezus eenmaal gekruisigd was en volgens hun geloof naar de hemel
was gegaan, is een klein groepje volgelingen verder gaan vergaderen. Die hebben
een soort kerk gesticht. En zij hebben de boodschap van Jezus verder verteld en
daar zijn al gauw een paar duizend mensen bijgekomen en uiteindelijk is de
boodschap verspreid over de hele wereld. Maar het is begonnen in Jeruzalem. In
zijn boek, Handelingen, vertelt Lucas hoe het begonnen is en hoe zij de kracht
en de moed kregen om dat te gaan doen. Dat stukje wil ik je voorlezen'.
Ds. Bras leest Handelingen 2 voor, hier en daar een passage met andere
woorden verduidelijkend.
A.: Dit stukje heb ik gisteravond ook gelezen, maar zoals u het nu
voorleest en uitlegt is het toch anders. Ik las het en dacht: wat heeft dat nou
te betekenen?
B.: ...omdat je niet snapte wat er stond?
A.: Ja.
B.: Weet je, het pinksterfeest bestond al toen dit gebeurde. Het was een
joods feest. Het is niet zo dat christenen het pinksterfeest hebben ingesteld.
Alleen zeggen wij met Pinksteren iets anders dan de joden. En om dat uit te
leggen heb ik die blokfluit meegenomen.
Ds. Bras haalt een blokfluit uit zijn tas.
B.: Deze blokfluit is een deel geweest van een boom (een appel- of een perenboom).
Die natuurlijke achtergrond van de blokfluit is ook de oorsprong van het
pinksterfeest. Dat was een natuurfeest, een oogstfeest. Als de tarwe binnen was,
vierden de joden feest en dankten God. Ze offerden dat wat tarwe-aren in de
tempel. De meeste godsdienstige feesten zijn van oorsprong natuurfeesten. Dat
komt omdat mensen meenden dat de natuur, het leven een mysterie was: dat jij en
ik leven en de bloemen weer uitlopen; dat graan groeit waarvan je kunt eten. Het
geheim van het leven.
De mensen vroegen zich af: hoe kan al dat leven er zijn? Dat kan niet vanzelf
komen. Een goddelijke kracht moet ons bezielen: de planten, de dieren, de
mensen. Die kracht noemt men 'de Geest van God'. Dat legde men al uit aan het
begin van de bijbel, waar het gaat over de schepping van de mens, een symbolisch
verhaal waar staat dat God de mens vormde uit het stof van de aarde en 'de
levensadem in zijn neus blies'. Zo werd de mens tot een levend wezen.
Dus de mensen hadden het gevoel: we zijn aan de ene kant lichaam, materie, maar
aan de andere kant: het leven in ons komt van God die ons als het ware adem
geeft. En als je de laatste adem uitblaast, als je dood gaat, dan ga je weer
naar God terug.
Dus de grondgedachte is: al het levende wordt blijkbaar bezield door een kracht
die we niet uit ons zelf hebben, maar die ons een tijdje wordt toevertrouwd en
die we weer afstaan als we dood gaan.
En dat komt allemaal voort uit de ene goddelijke bron van alles: de Geest van
God.
Is dat iets waarvan je zegt: hé ja, dat spreekt me wel aan?
A.: Ja, zoals u het vertelt, heb ik wel het idee van... ja, dat zou best
kunnen. Aan de andere kant... ik merk heel duidelijk dat ik niet zeker van God
ben. Ik heb meer een antroposofische achtergrond...
B.: O ja?
A.: Ik heb op de vrije school gezeten. Zoals het daar toeging, sprak me
wel aan. Ik kan niet voor mezelf zeggen: 'Er is iets'.
B.: Op de vrije school is je wel geleerd om eerbied te hebben voor de natuur.
A.: Ja, de natuur staat praktisch voorop.
B.: Dat is de eerste oorsprong van het pinksterfeest geweest: dat men er
behoefte aan had om de dankbaarheid voor het wonder van het leven te uiten.
Ook al zeg je: 'ik weet niet of dat allemaal wel echt is, die God', dan kun je
wel aanvoelen dat mensen dankbaar kunnen zijn voor en verwonderd over het feit
dat er leven is. En dat ze er behoefte aan hebben om dat te vieren. Als er een
kindje geboren wordt, doen mensen dat ook, ook al zijn ze niet gelovig. Ze
hangen grote beschuiten met muisjes aan de gevel...
A.: Ja, met roze en blauwe kleuren...
Zolang
wij ademhalen
schept Gij in ons de kracht
om zingend te vertalen
waartoe wij zijn gedacht:
elkaar zijn wij gegeven
tot kleur en samenklank.
De lofzang om het leven
geeft stem aan onze dank.
Ons lied wordt steeds gedragen
door vleugels van de hoop.
Het stijgt de angst te boven
om leven dat verloopt.
Het zingt van vergezichten,
het ademt van Uw Geest.
In ons gezang mag lichten
het komend bruiloftsfeest.
Sytse de Vries |
 |
|
Tekening van Renger de Vries
uit Hilversum en lied van Sytse de Vries, op de voorpagina van het
Kerkblad voor Hilversum van zaterdag 2 juni 2001.
De tekst links onder de tekening luidt:
Vleugels krijgen
bevlogen dromen van
vergezichten zien
in wind en water
in vuur en vlam
regenbogen hemelhoge
adem waaiend
het lied luidkeels
uitzingen |
B.: ... en heel veel mensen zeggen op zo'n moment: 'Nu voel ik pas echt wat
een wonder het leven is'.
Wat het pinksterfeest betreft, als we een beetje archeologisch te werk gaan: de
eerste oorsprong, de eerste laag die je tegenkomt, is die van de natuur, zoals
ook bij deze blokfluit. De tweede laag is: er is een boom gekapt, er is een stuk
hout uitgesneden en er is een vakman bezig geweest om daar een fluit van te
maken. Voor mij is dat het symbool van de levenstaak die mensen op aarde hebben.
We zijn niet alleen biologische wezens die van de natuur leven, maar we hebben
ook een opdracht om de natuur te herscheppen, om daar vorm aan te geven. Een
kunstenaar doet dat door te schilderen. Jij doet dat door vorm te geven aan een
stuk organisatie. Ik ook voor een groot deel. Mensen hebben de taak om het leven
vorm te geven. En dat doen ze niet klakkeloos. Ze leren van het voorgeslacht.
Jij hebt op de hotelschool het vak geleerd en de regels die daarbij horen. Op
alle gebieden van het menselijke leven hebben we ons aan de natuur ontworsteld
door regels te creëren: spelregels, verkeersregels, normen en waarden. Zonder
dat kunnen we niet.
De mensen hebben altijd beseft dat je niet alleen met God te maken krijgt als
het gaat om het wonder van het leven, maar dat God ook tot je spreekt in het
geweten, het verschil tussen goed en kwaad. De joden leven daar heel sterk mee.
Hun geloof bestaat voor het grootste deel niet uit wat je geloven moet, maar wat
je doen moet. Dus zei men: de Geest van God die ons bezielt zodat we kunnen
leven, die heeft ons ook bezield door zijn regels. Die zijn opgeschreven in de
bijbel. En als je die leest, word je geïnspireerd om het goede te kiezen.
Dat is het tweede waarvan ik vraag: is dat iets dat je zou kunnen aanspreken?
Wij mensen zijn niet zo maar wilde dieren die doen wat ze willen, maar we hebben
allemaal begrip voor goed en kwaad. En waar komt dat nou vandaan? Helemaal uit
ons zelf? Of is er toch een stem in ons...
A: Je hebt toch al gauw als je iets verkeerds doet - midsschien zo
iets simpels als door rood/oranje rijden - dat je bij jezelf denkt: 'Oei, dat
was niet goed'. Er is toch iets in je wat tegenwerkt...
B.: ...en dat is niet alleen maar angst voor straf...?
A: Nee, dat is ook een eigen besef van...
B.: Gelovige mensen zeggen dan: dat is niet alleen iets van jezelf, maar iets
van alle mensen samen, want als je in de binnenlanden van Afrika komt, daar zal
men ook zeggen: een ander doodslaan is geen goede zaak. En alle mensen hebben
een gevoel zich te moeten verantwoorden. Niet alleen tegenover de medemensen,
maar ook tegenover iemand die boven ons allemaal staat.
A: Maar als het om Bosnië gaat, of om Rwanda, dan denk ik wel eens: als
er dan echt Iemand is, waarom helpt hij dan niet? Waarom slachten ze elkaar toch
af als beesten?
B.: Ik weet daar ook niet helemaal een goed antwoord op. Het is één van de
moeilijkste vragen...
A.: ...maar ik denk dat het de vraag is die bij zo'n situatie bij de
meeste mensen rijst.
B.: Ja... wat bedoelt de bijbel als daar staat dat God Geest is? Dat God een
realiteit is - maar niet iemand die je zomaar tegenkomt. Het is meer een
geestelijke invloed. En die kan heel sterk zijn, maar ook heel zwak. Geestelijke
invloed vraagt altijd om aanvaarding. Laat ik het zo zeggen: ik kan jou alleen
geestelijk beïnvloeden als jij zegt: ja, je overtuigt me. Ik kan je niet
dwingen te geloven wat ik geloof. Zoals jij je vriend niet kunt dwingen om van
jou te houden. Alle geestelijke werkelijkheden - we voelen allemaal dat het 't
sterkste is dat er bestaat. Liefde overwint alles - maar is ook kwetsbaar. Ze
kan niet met dwang opgelegd worden.. We zeggen: God is Geest, God is liefde -
dus God is het sterkste dat er is, maar Hij kan alleen iets doen als Hij wordt
toegelaten. Alleen waar mensen luisteren naar die stem. Maar als je die stem
smoort, dan werkt-ie niet.
Het geloof in God vraagt er inderdaad om dat je zegt: ik wil eerbied hebben voor
het leven, ik wil eerbied hebben voor de stem van het geweten en proberen het
leven vorm te geven. Maar het kan ook anders. Je kunt ook zeggen: Wat kan mij
het leven schelen? Of: ik leef maar raak. Dat is de verantwoordelijkheid van de
mens.
A.: Ja.
B.: Ik kom nu tot de derde laag. De boom is er geweest en de fluitsnijder.
Maar er is nog steeds een dood stuk hout. Die komt pas tot leven als iemand erop
blaast. Dan komt er muziek uit. Je zou kunnen zeggen: dat is de typisch
christelijke beleving van het pinksterfeest: dat mensen tot leven kwamen en dat
er muziek uit kwam. Dat is wat we in Handelingen 2 lazen. Er kwam een windvlaag,
een enorme ademtocht van God die als het ware zijn adem door hen heen blies
waardoor zij tot klinken kwamen en de boodschap van Jezus aan de mensen
doorgaven.
Voor mij heeft dat te betekenen: de mens is een stuk natuur (zoals de boom); de
mens is ook een stukje geweten. Maar de mens komt pas echt tot harmonie, tot
harmonieus klinken wanneer hij de liefde leert kennen - en vooral de liefde van
God. Wanneer hij het gevoelheeft: ik ben niet alleen in deze wereld. Degene die
mij gemaakt heeft, heeft een goede bedoeling met mij. Die kun je vertrouwen.
Dat is de kern geweest van de boodschap van Jezus. Hij heeft niets anders gedaan
dan de mensen zeggen: "Vertrouw maar op God. Je kunt Hem vertrouwen. Je mag
Hem Vader noemen". Hij is er zelf de dupe van geworden, want de leiders van
zijn volk hebben hem uit de weg geruimd. Maar zijn volgelingen hebben zijn
boodschap meegenomen. Vooral het feit dat Jezus opstond uit de dood - dat het
niet met Hem afgelopen was - heeft hen de moed gegeven die boodschap door te
geven. Ze voelden zich daardoor geïnspireerd - dat betekent: ingeblazen. Ze
voelden zich heel persoonlijk geraakt door de boodschap van Jezus.
Voor mij persoonlijk betekent het: ik voel dat God er is en dat Hij voor mij
veel betekent - en niet alleen voor mij, maar ook voor andere mensen. En ik voel
me ginspireerd om daar iets mee te doen. De ene keer om te preken. Maar zo
dadelijk ga ik op ziekenbezoek. Dan preek ik niet. Dan luister ik. Een andere
keer wil ik misschien geld inzamelen voor een goed doel. Door woord en daad...
A.: Voor christenen is er dus de inspiratie die uitgaat van het opstaan
van Jezus...
B.: ...met de opdracht om dat door te geven. Met Kerstmis vieren we de
geboorte van Jezus, met Pasen Zijn opstanding uit de dood en Pinksteren is het logische
gevolg daarvan: dat Hij opstond uit de dood is voor mij de inspiratie om ook
zelf op die weg voort te gaan en die boodschap van Hem door te geven. Met
Pinksteren zei Jezus: En nu jullie! Ik verdwijn uit jullie midden, maar nu
moeten jullie het waar maken.
Pinksteren is eigenlijk zoiets als het uitreiken van een diploma: je schooltijd
is voorbij, maar dat is niet het einde. Nee, dan begint het pas.
Terug
naar het begin van dit artikel.
Naar
de opening van deze website.
Dit artikel -
geschreven door Henk Glimmerveen - is verschenen in het Kerkblad
voor Hilversum van zaterdag 25 mei 1996.

Terug
naar het begin van dit artikel
|