Naar de opening van deze website /
Naar de kerst- en nieuwjaarswens 2000/2001
Nieuw millennium begon op 1 januari 2001
geen twijfel mogelijk
door Henk Glimmerveen
Een herinnering.
Het was oudejaarsavond 1950. Het jaar 1951 zou weldra aanbreken.
Mijn vader, Geerd Glimmerveen, geboren in 1901, was meer onder de indruk dan op
andere oudejaarsavonden.
"Ik zal nooit een eeuwwisseling meemaken. Dit wordt een
halve-eeuwwisseling. We gaan van de eerste helft van de twintigste eeuw over
naar de tweede helft van deze eeuw".
Natuurlijk moest hij ons, kinderen, uitleggen waarom de tweede helft van de twintigste eeuw niet op 1 januari 1950 was begonnen.
"Als we voorwerpen tellen, beginnen we met nummer 1. Als we honderd appels moeten neerleggen, is de eerste appel nummer 1. Pas als ook de honderdste appel er ligt, zeggen we dat er honderd appels liggen. Met jaren is het niet anders. Het eerste jaar dat we gaan tellen, is jaar 1. Een eeuw is honderd jaren. Er is pas een eeuw vol als er honderd hele jaren zijn verlopen", legde hij uit.
"Ja maar...", wierpen we tegen, "een appel is een ding. Maar een jaar duurt 365 dagen en soms 366. Dat is toch iets anders?"
"Goed, dan een andere voorbeeld", zei m'n vader. "Stel een
wielrenner moet een afstand van honderd kilometer fietsen. Als hij vertrekt,
rijdt hij de eerste kilometer, kilometer 1. Als hij die kilometer heeft
afgelegd, begint hij aan kilometer 2. Als hij aan kilometer 100 begint, heeft
hij pas 99 kilometer afgelegd. Pas als hij ook die honderdste kilometer heeft
afgelegd, zeggen we dat hij die honderd kilometer erop heeft zitten.
Met jaren is het precies zo. De mensheid begon met het eerste jaar van de
jaartelling op 1 januari 1. Op de avond van 31 december 1 zat het eerste jaar
erop en begon de mensheid met jaar 2. Niet aan het begin maar aan het eind van
het jaar 100 zaten de eerste honderd jaren erop. Anders gezegd: op 31 december
100 was de eerste eeuw voorbij. En zo was dus ook op 31 december 1900 om 24.00
uur de negentiende eeuw voorbij".
De christelijke jaartelling is pas eeuwen later ingevoerd. Niemand die op 1 januari 1 heeft geleefd, heeft beseft dat die dag later nog eens een mijlpaal zou worden. Dit neemt niet weg dat die dag er wel degelijk is geweest.
Een leuke vraag: welke dag ging er vooraf aan 1 januari 1?
Antwoord: 31 december 1 voor Christus.
Het jaar nul heeft dus nooit bestaan. Logisch. Als u honderd losse euro's moet uittellen, noemt u de eerste euro die u op tafel legt, niet euro 0, maar euro 1, de eerste euro. Nul is niets en hoe kan een jaar in de geschiedenis nu helemaal niets zijn?
Een addertje onder het gras. Met leeftijden doen we het anders. We beseffen
wel degelijk dat een kind dat zijn leven begint, in haar of zijn eerste
levensjaar is. Maar dat zeggen we zelden. Meestal zeggen we dat het kind
bijvoorbeeld een week of vijf maanden oud is. Pas als het eerste jaar erop zit
en het kind aan het tweede levensjaar begint, zeggen we dat het kind één is.
Wie 65 wordt en met pensioen mag, heeft al 65 jaar geleefd. Wie honderd wordt,
heeft 100 jaar geleefd.
Daardoor ontstaat bij velen het misverstand.
Het eerste jaar van de jaartelling was het jaar 1 dat liep van 1 januari 1 tot 31 december 1.
En de twintigste eeuw was echt pas voorbij toen 31 december 2000 was verstreken. Geen misverstand mogelijk.
Aan het eind van 1999 spraken we over het millenniumprobleem - nu al weer helemaal vergeten. Dat probleem had niets te maken met de start van een nieuw millennium, maar met het feit dat het jaartal van het laatste jaar van het tweede millennium niet met een 1 begon, zoals de voorafgaande duizend jaren, maar met een 2. En daar zou de computer zich in verslikken, vreesden velen - naar bleek ten onrechte.