Briefjes aan Meintje Glimmerveen (2)

 

De eerste briefjes

Meintjes site

e-mail

Home

     

 

 

Maandag 17 maart 2003.

Lieve Meintje,

Op wie lijkt het kind? Dat schijnt een routinevraag te zijn onmiddellijk nadat een baby is geboren. Kindjes moeten blijkbaar op iemand lijken. Liefst op hun moeder of hun vader, maar een oma of opa, een broertje of een tante komen ook in aanmerking.

Aan mij is dat niet besteed. Ik zie zelden of nooit gelijkenissen tussen mensen. "Zie je dat dan niet? Dat neusje is toch typisch dat van tante Roosmarijn!" krijg ik dan te horen.

Gelukkig, over jou hoorde ik dat soort praatjes niet. Tot we gisteravond de foto's bekeken die je vader me per e-mail had toegestuurd. Ik toonde ze als 'diavoorstelling' op mijn computermonitor. Toen de foto voorbij kwam die ook hiernaast staat, riep je oma: "Dat is toch sprekend opa Huib".

Ja hoor, ik zag het ook. Helemaal het gezicht van je andere opa. Frappant, die gelijkenis!

Ik mailde die bevinding aan je vader. Wat was zijn antwoord? "Zondag zei tante Manu dat je als twee druppels water op Indi lijkt toen zij zo oud was" (Indi, dus, de dochter van je tante Manu en je oom Norbert, iets jonger dan Flore).

Ach, wat zou het? Wees jij maar gewoon helemaal jezelf, Meintje.

Hartelijke groet,

opa Henk (op wie je in elk geval niet lijkt...)


 

 

Hartelijke
groeten van
opa Henk

 

 

 
   
       

Dinsdag 18 maart 2003

Lieve Meintje,

Hoe bevalt het? Rare vraag, hè. Ik vroeg me vanmorgen ineens af of je blij bent met je bestaan. Je hebt per slot van rekening niet zelf gevraagd om dit leven. Niemand op deze aardbol heeft erom gevraagd. Toch zijn verreweg de meesten best blij met het leven.

De mensen om je heen doen allemaal erg hun best om je het leven plezierig te maken. Je wordt echt in de watten gelegd. Ik hoop dat dit zo blijft tot aan je oude dag.

Je vindt het een beetje vroeg om nu al een oordeel te hebben over het leven? Misschien wel. Maar aan de andere kant: je bent nu een week hier (even afgezien van de negen maanden toen je ook al bestond, al was je niet zichtbaar voor ons). Als we met vakantie zijn, moeten we ook na een week wel kunnen zeggen of het ons bevalt of niet...

Enfin, laat ik er maar over ophouden. Je hebt wel iets anders aan het hoofd.

Hartelijke groet

opa Henk

 

 

 

 

 

 

   
       

Woensdag 19 maart 2003.

Lieve Meintje,

De tweede dag waarop ik je niet gezien heb. Maar je vader belde en vroeg of wij morgen, donderdag, thuis zijn. Je ouders willen morgen voor het eerst met jou naar buiten, als het mooi weer is. Ze willen even met het hele gezinnetje bij ons op bezoek komen. Daarop verheugen we ons heel erg.

"Behalve als de oorlog begint. Dan moet ik televisie kijken", voegde je vader eraan toe. De oorlog, van de Verenigde Staten tegen de dictator van Irak. Daar is de wereld vol van. Maar jij zal er weinig van merken. Laten we hopen dat dit zo blijft.

Dag Meintje,

opa.

 

       
       

Donderdag 20 maart 2003

Lieve Meintje,

Daar was je dan. Wat een feest! Hoewel... De oorlog is de afgelopen nacht inderdaad begonnen. Maar toch...

Het gezinnetje kwam op deze zonnige morgen omstreeks kwart over tien het tuinpad op: jij in de kinderwagen die we niet meer gezien hadden sinds Flore eraan ontgroeid is, je moeder erachter, Flore op haar nieuwe fietsje en je vader vooral oplettend of Flore geen gevaarlijke manoeuvres uithaalde.

Het was je eerste uitstapje sinds je vorige week woensdag van het ziekenhuis naar huis ging. Ook je moeder was voor het eerst weer op straat.

Je werd ons huis binnengereden. Je leek niet erg onder de indruk: gelaten liet je met je doen. Wij waren er wel behoorlijk ondersteboven van: het eerste bezoek van onze Meintje. Ik mocht je een tijdje in m'n armen houden. De meeste tijd had je je ogen gesloten; maar enkele keren keek je me aan. Het leek of je een bekende zag, maar dat zal ik me wel ingebeeld hebben.

Hartelijke groet

opa Henk