|
De echte Hobbit: homo floresiensis Lange tijd was het verhaal over de evolutie van onze soort vrij eenvoudig: uit een Australopithecus-soort ontstond de eerste mens Homo habilis (= de handige mens) (rond 2 miljoen jaar geleden) - nog niet onze soort, maar wel met voldoende kenmerken om hem als mensensoort te beschouwen. Daarna kwam Homo erectus (= de rechtopgaande mens), die al weer wat dichter bij onze soort stond; en tenslotte Homo sapiens (de wetende mens), (vanaf circa 200 000 jaar geleden) onze soort. Door recente vondsten was al duidelijk geworden dat het minder eenvoudig lag. Er werden nieuwe soortnamen gegeven aan nieuwe vondsten. De grenzen tussen de soorten was niet precies te bepalen; niemand weet hoeveel soorten er eigenlijk zijn geweest. En de discussie over de plaats van de Neanderthaler in het geheel bleef veel mensen bezighouden.
In 2003 werd dit hele toch al verwarrende beeld weer eens op losse schroeven gezet door de vondst van de Floresmens. Op het Indonesische eiland Flores vonden paleoantropologen een nieuwe mensachtige. Geïnspireerd op de vindplaats doopten de ontdekkers hem Homo floresiensis, bijnaam: 'Hobbits', naar de kleine wezens uit de Lord of the rings-trilogie. De botten van de nieuwe mensensoort zijn gevonden in een grot op Flores, ten oosten van Bali. Ze zijn slechts 18 000 jaar oud, wat betekent dat de Homo floresiensis er gelijktijdig met onze soort Homo sapiens geleefd heeft. Deze nieuwgevonden mensachtige werd niet groter dan een driejarig kind van onze soort. Dat het om een individu ging dat toevallig in lichaamslengte afweek van zijn soortgenoten, kunnen de onderzoekers intussen uitsluiten, omdat er nu vijf personen zijn gevonden met dezelfde kenmerken. Het best onderzochte skelet tot nu toe, is vermoedelijk van een vrouw die nauwelijks een meter groot was en 25 kilo woog. Toen ze 18 000 jaar geleden stierf, was ze ongeveer dertig jaar oud.
Qua lichaamsgrootte en herseninhoud lijkt de nieuwe soort erg op Australopithecus. De gezichtskenmerken zijn daarentegen juist erg mensachtig. Het skelet vertoont een combinatie van mensachtige en Australopithecus-achtige kenmerken. Uiteindelijk concludeerde de ontdekker Brown dat sommige overeenkomsten met Australopithecus waarschijnlijk veroorzaakt worden door de geringe lichaamslengte. Alles afwegende vermoedt hij dat gevonden mensensoort een afstammeling is van de Homo erectus en daarom tot het geslacht Homo behoort Dwerggroei De dwerggroei van de mensensoort kan heel goed een evolutionair voordelige aanpassing zijn. Van dieren zijn gedurende de evolutie wel vaker dwergsoorten ontstaan, juist vaak in tropisch regenwoud. Kleinere dieren kunnen hun lichaamstemperatuur makkelijker reguleren en hebben minder voedsel nodig. Waarschijnlijk was op Flores vroeger ook regenwoud en weinig voedsel. De normale Indische olifant heeft zich op het eiland ook tot een dwergvorm ontwikkeld. In de onderzochte grot vonden de onderzoekers jonge dwergolifanten, waarop de Homo floresiensis vermoedelijk jacht maakte.
Intelligente soort Een afgietsel gemaakt van de binnenkant van de schedel laat zien dat de hersenen van de Floresmens geavanceerde eigenschappen bezaten die lijken op het brein van de moderne mens. De hersenen waren echter zo groot als een grapefruit (maar in verhouding tot de lichaamsgrootte vergelijkbaar met Homo erectus). Dit is maar een derde van onze herseninhoud. Vooral de voor- en achterkant van de hersenen en de temporale kwabben aan de zijkant vertonen veel overeenkomsten met onze hersenen. Een gebied in de frontale kwab, Brodmann's gebied 10, dat in de hersenen is gevonden, wordt bij ons geassocieerd met hogere cognitieve processen als vooruit plannen en abstract denken. Het model toont verder een goed ontwikkelde slaapkwab. Wij gebruiken die voor het horen en het begrijpen van taal. Dit zou kunnen betekenen dat de kleine mensjes intelligent genoeg waren om taal te kennen en het gereedschap dat in de grot is gevonden zelf gemaakt te hebben. Het laatste bewijs dat deze mensen op Flores leefden dateert van ongeveer 12 000 jaar geleden. Er is geen bewijs dat de kleine soort en de moderne mens elkaar ooit ontmoet hebben, maar ze leefden bijna 30 000 jaar in dezelfde regio. Oudste menselijke aanwezigheid
De Homo floresiensis moet volgens de huidige vondsten van circa 95 000 tot 18 000 jaar geleden op het eiland geleefd hebben. In het eerste deel van die periode leefden op Indonesische eilanden (in elk geval Java) ook Homo erectus en in het latere deel Homo sapiens. Het is zelfs mogelijk dat er een tijd is geweest dat daar drie mensensoorten tegelijk hebben geleefd. De vulkaan van Flores is rond 12 000 jaar geleden uitgebarsten. Dit zou de laatste Floresmensen hebben gedood. De onderzoekers denken echter dat er mogelijk daarna nog lange tijd Floresmensen zijn geweest, die de bron zijn van de verhalen over de Ebu Gogo die op het eiland verteld worden. Ontmoetingen met moderne mensen? De Ebu Gogo zijn kleine harige grotbewoners met een gering taalvermogen, die zelfs tot in de 19de eeuw gezien zouden zijn en die soms voedsel en zelfs kinderen roofden. Ook op andere eilanden in de regio kent men zulke figuren: op Sumatra kent men de Orang Pendek, ook één meter lang, waarvan haren en voetafdrukken zijn gevonden.
Sommige onderzoekers nemen deze verhalen serieus; anderen zeggen dat er overal verhalen de ronde doen over kleine mensjes - of juist reuzen - die diep in binnenlanden zouden leven. (Wie weet is de Yeti van de Himalaya ook geen fantasiewezen…) Dorpelingen vertellen dat de kleine aapmensen uit het bos op een dag een baby roofden. Dat maakte zoveel los in het dorp dat de bewoners met gedroogde palmvezels naar de grot gingen waar de aapmensen woonden. De dwergmensen namen de gift aan en sleepten het spul mee naar binnen. Toen het materiaal eenmaal binnen was, staken de dorpsbewoners het in brand en keken toe hoe de dwergmensen in hun grot verbrandden. De dorpsbewoners weten met stelligheid de grot aan te wijzen waar dit gebeurd zou zijn. Onderzoeker Gert van den Bergh wil er graag een kijkje gaan nemen. Het zou hem niets verbazen er resten te vinden die maar een paar honderd jaar oud zijn. Misschien zijn we als Homo sapiens pas heel kort alleen op aarde. De lijn van Wallace: Wallace, de man die tegelijk met Darwin de evolutietheorie bedacht, maar in die jaren in Indonesië verbleef, en daar de flora en fauna bestudeerde, viel het op dat er in het oosten van de archipel heel andere planten en dieren leefden dan ten westen van een lijn die getrokken kan worden ten oosten van Bali en Borneo. Wallace concludeerde al, dat de evolutie aan weerszijden van die lijn een verschillend verloop moet hebben gehad. Nu weten we dat daar de grens ligt tussen twee continentale platen. In tijden met een veel lagere zeespiegel behoorde het grootste deel van het huidige Indonesië tot het continent Azië. De soorten op die eilanden zijn daardoor gelijk aan of nauw verwant met de Aziatische soorten en de mens heeft die gebieden tijdens IJstijden te voet kunnen bereiken. De oostelijke eilanden behoren tot de Australische plaat. De zeestraat daartussen is zeer diep en heeft nooit droog gestaan. Ook de mensen ten oosten van deze lijn behoren tot een ander type dat verschilt van de mensen ten westen ervan. De Papoea’s en Aboriginals zouden afstammen van vroegere bewoners van Zuidoost Azië, die zelf later vervangen zijn door de voorouders van de huidige Maleiërs. Voor de eerste bewoners van die oostelijke eilanden moet het leven daar paradijselijk zijn geweest: er waren geen grote roofdieren, dus de dieren waren ook niet op hun hoede. Maar nadat de prooisoorten op het eerste eiland waren uitgestorven was er wel de noodzaak om weer een vlot te bouwen en op weg te gaan naar een nog oostelijker paradijs.
|
|
|