|
Op de grens van alfa en bèta |
||||
Bacteriën waren machtiger dan keizers Tot voor kort bestond 'geschiedenis' vooral uit de beschrijving van politieke geschiedenis. We leerden over koningen en generaals, veroveringen en veldslagen; daarnaast ook wel over de culturele aspecten, maar heel weinig over hoe de gewone mensen leefden in de Romeinse tijd of in de Middeleeuwen. Voor biologische en medische aspecten van het leven was al helemaal geen belangstelling. Ten onrechte.
Parasieten en 'natuurlijke vijanden' spelen een belangrijke rol in het handhaven van populaties en daarmee ook in het handhaven van ecosystemen; bij overbevolking treedt voedselgebrek op of er breekt een besmettelijke ziekte uit en het evenwicht wordt weer hersteld. De mens vormt hierop geen uitzondering, ook al kunnen we die ziekten nu veelal goed bestrijden. Het ontstaan van AIDS en andere nieuwe ziekten toont aan dat we ook nu nog niet immuun zijn voor deze processen. Het is interessant om eens te kijken naar de rol van ziekten en plagen, die in elk geval tot voor kort de menselijke populatie in hoge mate reguleerden. De menselijke populatie verdubbelde grofweg in de periode van het jaar 1 tot 1600, daarna in ongeveer 200 jaar, en vervolgens steeds sneller, nu in 35 tot 40 jaar. Toch waren in vroegere eeuwen de geboortecijfers hoog; veel hoger dan nu. Men zegt dan onmiddellijk, "ja, maar de sterftecijfers ook". Dat is natuurlijk zo, maar die waren niet gelijkmatig over de tijd verdeeld; er waren perioden van grote bevolkingstoename en perioden met enorme sterfte. Tot 50 procent van de bevolking stierf soms tijdens één epidemie! Tot voor kort waren het de ziekteverwekkers en parasieten die de menselijke populatie redelijk constant hielden.
De ecologische crisis waarin we heden verkeren is op zijn minst deels te verklaren door het feit dat we dit evenwicht verbroken hebben. Nog een misverstand: de gemiddelde leeftijd van de mens was lange tijd 35 tot 40 jaar. Men trekt daaruit vaak de conclusie dat mensen van zestig jaar of ouder vroeger uiterst zeldzaam waren. Zo was het niet: wie toen de vijftig had gehaald, had een bijna even grote levensverwachting als iemand die nu vijftig wordt. De sterfte zat vooral in de vroege jeugd en bij vrouwen rond het kraambed, maar zeer oude mensen kwamen in alle gemeenschappen voor. De pokken, niet de Spanjaarden
|