Vervolg van de brieven aan Flore Glimmerveen
Voor de brieven vanaf de geboortedag tot 3
juni: klik
hier
Voor de brieven van 4 tot en met 11 juni: klik hier
Voor de brieven van 12 juni tot en met 29 juni 2000: klik hier
Voor de brieven van 7 juli tot en met 15 juli: klik hier
Brieven van 21 juli tot en met 15 augustus 2000 klik hier
Lieve Flore,
Een vreemd gevoel: nu jij er bent, is er weer toekomst. Dit komt in me op
vanmiddag even na 12.00 uur. Ik sta op de begraafplaats in Wageningen bij het
graf van mijn ouders. Mijn vader stierf in 1977 op de 17e augustus weinige
minuten na het middaguur in het ziekenhuis van Wageningen. In het graf dat toen
gedolven is, werd ruim elf jaar later ook mijn moeder begraven.
Al heel wat jaren ben ik op de 17e augustus in mijn geboortestad geweest en
vandaag besloot ik er weer heen te gaan. Meestal ga ik eerst naar de
begraafplaats, dan loop ik even langs het huis aan de Diedenweg dat mijn ouders
in 1935 hebben laten bouwen en waar ik mijn kinder- en puberjaren heb
doorgebracht. Verleden tijd.
Mijn grootvader (de vader van mijn vader, jouw betovergrootvader) is zeventig
jaar geworden. Ik herinner me dat mijn vader op zijn zeventigste verjaardag, op
12 oktober 1971, wat melancholiek gestemd was. Ik vroeg hem wat eraan scheelde.
"Dit was de laatste verjaardag van mijn vader", zei hij. Vermoedelijk
besefte hij dat zijn einde in zicht kwam en dat het 'Lang zal hij leven' dat wij
aanhieven, maar betrekkelijk was.
Zelf besef ik steeds vaker dat mijn toekomst ook niet meer zo lang zal zijn. Dat
zal je nog niet erg aanspreken. In 1971 - ik was toch al bijna veertig - kon ik
de gevoelens van mijn vader nog maar matig meevoelen. Een kind heeft daar
helemaal geen begrip voor. En dat vraag ik ook niet van je.
Ik wil je vertellen dat jij me een nieuwe toekomst aanreikt. De toekomst is vaak
aan de orde: over twee jaar, over tien jaar, over twintig jaren zullen bepaalde
problemen opgelost zijn. Toen ik jong was, ging ik ervan uit dat ik het allemaal
zou meemaken. Als je ouder wordt, denk je vaker: dat maak ik niet meer mee.
Vanmiddag werd ik me bewust dat ik de laatste tijd vaak denk als het
bijvoorbeeld over 2018 gaat: 'Dan is Flore achttien'.
Na de begraafplaats en de wandeling over de Diedenweg ben ik naar Belmonte op de
Wageningse Berg gegaan; een plek met vele herinneringen en een prachtig uitzicht
over de Rijn. Meestal kun je daar heel rustig wandelen. Vandaag niet: de
Landbouwuniversiteit hield er een introductiedag voor aankomende studenten.
Tientallen organisaties presenteerden zich daar tussen de exotische bomen en
vele honderden jonge mensen - net het vwo achter de rug - liepen er nieuwe
indrukken op te doen; vol verwachting een nieuw leven tegemoet. Ik liep daar met
mijn grijze haren tussen. Ik kon het niet laten vooral naar de meisjes te kijken
en te denken: Zou Flore over achttien jaren ook zo leuk zijn, nieuwsgierig
uitkijkend naar het leven van een volwassene?
Tjonge, de toekomst is weer veelbelovend...!
Hartelijke groet,
opa Henk
Terug naar het begin van de serie brieven
Lieve Flore,
Dat was leuk! Vanavond kregen we vanaf je eigen e-mailadres flore@glimmerveen.nl het volgende berichtje van je:
Hallo Opa Henk en Oma Ria,
Ik heb iets leuks te vertellen. Vandaag heeft mama mij opgegeven voor
zwemmen. Ik ga samen met mama op babyzwemles. Donderdag 7 september starten
we en dan hebben we iedere week les van 11:20 uur t/m 12:00 uur. Nou ja les,
ik ga dan een beetje spartelen in het water. We doen dat in het
sportfondsenbad in Bussum. Het zwembad is zo'n 32 graden. Mama heeft vandaag
ook een zwembroekje voor mij gekocht. Een blauwe met witte margrietjes erop
en het is nog niet eens in het kleinste maatje! Leuk hè?
Dat wilde ik jullie even vertellen.
Dag Opa, Dag Oma
Tjonge, wat moet ik daarvan zeggen? We zijn benieuwd of je je lekker zult voelen in het water - als een visje. Dat horen we nog wel eens van je.
Groet van je opa.
Terug naar het begin van de serie brieven
Lieve Flore,
Een beetje een bijzondere dag. Ik heb een mooi boeket bloemen
gekocht, want je oma en ik zijn vandaag precies 37 jaar getrouwd. In 1963 heb ik
tegen de bruid gezegd: "We proberen het gewoon dertig jaar en daarna zien
we verder". Tja...
Het was ook jouw eerste zwemdag. Je moeder is met je het water in gegaan, in het
zwembad van Bussum. Je vader was erbij om je eerste zwemles te filmen. In de
vooravond kwam hij ons even het videofilmpje laten zien. In onze tijd was je
toch wel een jaar of vijf voordat je het zwemwater in ging.
We konden op het filmpje zien dat je genoot van het water, 32 graden warm. Je
was niet bang, maar vond het kennelijk leuk. Ik ben benieuwd wanneer je kunt
zwemmen. Dat zal wel niet zo lang meer duren.
Groet van je grootvader.
Terug naar het begin van de serie brieven
Lieve Flore,
"Van een blakende
baby en een stervende kat". Dat zou het opschrift kunnen zijn van dit
briefje.
Die blakende baby ben jij natuurlijk. Vandaag hebben oma en ik, voor de tweede
keer deze week, op je gepast. Dat is een vreugde al is het ook tamelijk zwaar.
Het is heerlijk je in de armen te hebben, met je voor het raam te gaan staan
zodat je naar buiten kijkt en alles opneemt wat er gebeurt. Zelfs het
verwijderen van een poepluier - vandaag twee keer nodig - is een leuk klusje -
hoewel ik betwijfel of ik het ook leuk zou vinden als die luier om de billetjes
van een andere baby moest...
Maar laat ik je vertellen
van de poes. Zojuist, enkele minuten voor middernacht, lag hij nog steeds onder
het bed in het kleine kamertje. Daar heeft hij zich verscholen. Het is bekend
dat katten zich verstoppen als ze hun dood voelen naderen. De afgelopen dagen
lag de poes op het bed, maar sinds gisteren is hij eronder weggekropen. Lopen
kan hij niet meer. Als hij zich gisteren en vandaag wilde oprichten, zakte hij
direct door de voorpoten. Hij heeft met heel veel moeite aan het begin van de
avond nog iets gedronken, maar dat doet hij ook niet meer.
Toen ik zojuist ging kijken, dacht ik dat hij dood was. Ik pakte z'n achterpoten
vast, maar toen gaf hij toch nog een geluidje en z'n voorpoten spartelden een
beetje, alsof hij zich wilde verweren tegen een aanvaller. Ik heb hem losgelaten
en ik ga nu naar bed. Ik kan me niet voorstellen dat ik hem morgenochtend nog in
leven aantref.
Die poes hebben we nog aan
je vader te danken. Hij was achttien, moest als dienstplichtige in militaire
dienst, maar hij had nog een paar maanden te gaan en hij had eigenlijk geen
goede bestemming voor de tijd. Ik heb hem toen voorgesteld te gaan werken in een
kibboets in Israël. Hij reageerde positief, maar toen dat dag van vertrek
dichterbij kwam, werd hij minder enthousiast. Hij begon toch wel een beetje op
te zien tegen enkele maanden ver van Hilversum.
Hij had waarschijnlijk ook een beetje medelijden met ons: als hij weg was, zou
er een gat in ons huis en in ons bestaan vallen. Hij kwam dikwijls in een café Geen
idee en daar was een nest jonge katjes. Op een avond heeft hij een
pasgeboren poesje meegenomen. Hij had het in de bijkeuken gedeponeerd. Daar
vonden wij het 's morgens, met een briefje erbij dat we het beestje maar moesten
beschouwen als zijn plaatsvervanger tijdens zijn verblijf in Israël...
Het diertje moest een naam hebben. Er was een televisieserie met een poes die Miss Piggie heette en dat werd haar naam. Maar na een paar dagen bleek het een mannetje te zijn. Toen werd het Mr. Pig. Die naam werd niet alom geaccepteerd. Zelf had ik het liever over Zwijntje (ik houd niet zo van Engelse namen voor Nederlandse voortbrengselen). De dierenarts had hem ingeschreven als Mister - ik vermoed dat hij Pik een kutnaam vond.
Het zwart-witte diertje
zwierf graag door de buurt, maar verdedigde zijn eigen territorium met hand en
tand. Geen enkele andere kat mocht ons tuinhek in - behalve Pleun, de
jongebruine poes van buren. Pleun kwam hier als zuigeling en daar zag Mr. Pig
geen rivaal in. Ook nu Pleun groot is, mag hij nog steeds onze tuin binnenkomen.
Dat doet hij dan ook. Soms sluipt Pleun zelfs de bijkeuken binnen om de
kattenbak van Mr. Pig leeg te eten.
Mr. Pig was ook de beste maatjes met de buurvrouw, mevrouw Rieder en haar zoon
Pieter. Ze hebben zelf geen huisdier maar soms besteedden ze meer aandacht aan
ons huisdier dan wij zelf. Het woord voordeurdeler is ingeburgerd in de
Nederlandse taal, maar wij kennen het begrip kattendeler.
Ach ja, terwijl ik je dit schrijf, ligt het diertje een deur verderop dood te gaan. Oma had hem graag een spuitje laten geven, maar het dier lijdt niet dus ik denk dat de natuur maar zijn gang moet gaan.
Een groet van opa.
Terug naar het begin van de serie brieven
Lieve Flore,
Mr. Pig is dood. Hij lag
vanmorgen vroeg nog onder het bed, precies zo als in de nacht van woensdag op
donderdag, maar nu zat er geen beweging en geen leven meer in.
We hebben direct Pleun op de hoogte gesteld via een rouwkaart. Die hebben we ook
bij je ouders in de bus gestopt en bij oom Norbert en tante Manu.
Je vader en oom Norbert zijn kort voor zonsondergang gekomen. Met vereende krachten hebben we de poes ten grave gedragen. Tja, zo is het leven (en zo eindigt het leven).
groet
opa
Terug naar het begin van de serie brieven
Lieve Flore,
Vanmiddag ben ik toch even
gauw naar de boekwinkel gegaan. Dat zat zo:
Zoals elke dinsdag (sinds begin oktober) was je vandaag bij ons. Dat is een
feest, al gun je ons weinig rust. Elke week ben je alweer iets veranderd: je
kijkt nieuwsgierig rond, hebt nog maar een klein beetje ondersteuning nodig om
te gaan zitten.
Oma en ik hoeven natuurlijk niet de hele dag samen op jou te passen. Maar
meestal zijn we toch wel allebei bij je in de buurt; ook om niets van je te
missen.
Maar vanmiddag moesten we om de beurt even weg. We hadden van onze huisarts een
oproep gekregen om aan het begin van de middag een griepprik te halen - en we
willen liefst gezond de winter door.
Vanmorgen kreeg ik van mijn zus Loes - tante Loes voor je vader - een e-mail
over een boek van Susan Glimmerveen. Of ik die ken, vroeg ze. Inderdaad, ze is
de jongste dochter van een andere Henk Glimmerveen, een volle neef van mijn
vader (jouw overgrootvader). Ik heb haar wel eens ontmoet toen ik op bezoek was bij die Henk
Glimmerveen (tien jaar ouder dan ik) en zijn vrouw Glorie, in 't Harde op de
Veluwe.
Het maandblad Opzij had in de rubriek Cultuur onder het kopje Varkentjes
vouwen een recensie van die eerste roman van Susan. Na
die griepprik moest ik gauw, op de fiets door regen en storm, naar huis omdat
oma ook nog op tijd bij de dokter moest zijn. Maar ik kon het niet laten even
bij de boekwinkel op de Gijsbrecht van Amstelstraat langs te gaan.
Ja, Opzij van november was er wel (het is nog oktober, maar zo'n blad wordt al
vroeg verspreid) - nee, die roman was niet bekend. Maar een vriendelijke
winkelbediende toverde een blaadje uit de computer waaruit bleek dat het boek
wel te bestellen was. Dat heb ik dus maar gedaan.
Hartelijke groet,
opa.
Terug naar het begin van de serie brieven
Lieve Flore,
Vanavond heb ik die andere
Henk Glimmerveen gebeld. Het klopt dat de roman van zijn dochter nog niet te
koop is: vrijdag 3 november presenteert de uitgever het boek. En zijn dochter
Susan, die nu in Cambridge woont, komt over om daarbij aanwezig te zijn. Ik hoor
ook dat Susan een zoontje heeft van een jaar.
Susan en ik zijn generatiegenoten: haar overgrootvader Hendrik Glimmerveen is
ook mijn overgrootvader Hendrik Glimmerveen. Toch is er een flink
leeftijdsverschil: zij is maar een tikkeltje ouder dan jouw vader. Eigenlijk is
haar zoontje van één dus een verre oom van jou. Een vreemd idee.
groet
opa.
Terug naar het begin van de serie brieven
Lieve Flore,
Het is koopavond op de
Gijsbrecht van Amstelstraat. Even na 19.00 uur gaat de telefoon. Het bestelde
boek is binnengekomen. "Dat is gauw", zeg ik want ik bedenk dat de
roman vandaag is gepresenteerd. Ik stap op de fiets en ga naar de winkel.
"Ik kom het boek halen dat ik heb besteld".
"Hoe heet het boek?"
"Kaf, van Susan Glimmerveen".
"En hoe is uw naam?"
"Glimmerveen".
Even later, terwijl de ene bediende
achter de balie het boek inpakt ("Is het een cadeautje?" - "Nee, het is
voor mezelf") zegt de andere alerte bediende, naar het titelblad kijkend: "Uw naam was toch
ook Glimmerveen?".
"Ja", zeg ik.
Dan vraagt ze, wat aarzelend:
"Uw dochter?"
"Nee", zeg ik, "een nichtje" - want
het is te ingewikkeld om de familieverhouding precies uit te leggen.
Een dochter heb ik niet. Maar, bedenk ik, wat zou het leuk zijn een kleindochter
te hebben die een roman schrijft...
groet van je opa.
Terug naar het begin van de serie brieven
Lieve Flore,
"Ouders willen een
bijzonder kind, maar als puntje bij paaltje komt hebben ze het liefst dat je
gewoon bent".
Dat staat op bladzij 72 van de roman Kaf van Susan Glimmerveen. Ongeveer tot
daar heb ik het boek nu gelezen. Wat een knap boek! "Personage en
gebeurtenissen van dit boek zijn fictief en moeten niet worden verward met de
werkelijkheid", staat voorin. Maar het kan haast niet anders: heel veel dat
Susan heeft opgeschreven, heeft ze zelf ervaren. Ik heb de neiging de
frappantste opmerkingen over te schrijven. "Een lintworm interesseert het
niet of de karamelvla aangebrand is".
Ach, lees het zelf maar. Je vindt het boek in mijn nalatenschap. En als ik Susan
nog eens ontmoet - dat zal wel niet zo gauw, want ze woont in Engeland - zal ik
haar vragen haar handtekening voorin te zetten.
Het is al laat want ik heb lang zitten lezen. Tot gauw!
opa Henk
Terug naar het begin van de serie brieven
Lieve Flore,
Vanmorgen werd ik
wakker uit een vreemde droom. Dat moet ik je toch even vertellen.
Ik kreeg het een beetje benauwd. Nog steeds had ik m'n studie niet afgemaakt en
ik was al 33 jaar. Ik besefte dat ik nu toch wel eens een beetje moest
opschieten. Hoe ver zouden m'n jaargenoten inmiddels zijn? Ik besefte dat ik hen
al een hele tijd niet had gezien. Toen, ineens, sloeg de schrik me om het hart.
Het drong tot me door dat het al 13 november was geweest. Dat betekende dat ik
dus al 34 jaar oud was. Ja, dan wordt het nu toch echt wel tijd om m'n studie af
te maken...
Met die schrik dat ik al zo oud was, werd ik wakker. Langzaam drong het tot me
door dat het een droom was... dat ik het nog geen 13 november is geweest... dat
ik helemaal geen 34 ben... en dat er dus geen enkele reden is om me oud te
voelen!
Dag Flore!
opa Henk
Terug naar het begin van de serie brieven
Lieve Flore,
Wat een gelukkig mens moet jij
worden! Wil je wel geloven dat ik vandaag echt jaloers op je werd... Dat kwam
door een aanwinst: de Grote Van Dale op cd-rom.
Steeds als er een nieuwe editie uitkomt van het grote woordenboek van de
Nederlandse taal, koop ik dat. Een uitgave van honderden guldens, maar je kunt
er niet buiten.
Achterin de dertiende editie - verschenen in 1999 - zat een bon die een korting
van 50% beloofde op de cd-rom-versie die eind 2000 zou verschijnen. Die editie
is er nu. De mooiste maar duurste versie kost zelfs met die korting bijna
driehonderd gulden - zo'n 240 euro. Een flink bedrag, maar ik kon de verleiding
niet weerstaan. Ik bedacht allerlei uitvluchten waarom ik me die uitgave wel kon
permitteren: de laatste tijd bijna geen port gedronken, een prijs van 120 gulden
in de staarsloterij, een bedragje gekregen op m'n verjaardag...
Nu heb ik de cd-rom dus. Wat prachtig! In principe staat er
hetzelfde op/in als in de papieren versie. Maar het is zo makkelijk. Je schrijft
een tekst, aarzelt over een woord, klikt en ja hoor, daar heb je de hele uitleg.
Er kan trouwens veel meer mee dan met het gedrukte woordenboek. In een oogwenk
zoekt hij rijmwoorden. En anagrammen. En nog veel meer. Verrukkelijk!
Ik heb tot m'n 67e moeten wachten voordat ik de beschikking kreeg over zoiets moois. Jij kan ermee aan de slag vanaf het moment waarop je leert praten en lezen. Begrijp je nu waarom ik jaloers op je ben?
groet van opa.
Terug naar het begin van de serie brieven
Lieve Flore,
Sommige
dingen begrijpt een mens pas laat in zijn (of haar) leven.
Je weet dat je tante Manu in verwachting is. Al meer dan negen maanden. Ze was
uitgerekend voor 25 november, maar de baby van haar en oom Norbert (onze jongste
zoon - je vader is onze oudste zoon en meer kinderen hebben we niet) is er nog
steeds niet.
Wat een spanning geeft dat... De hele dag ben ik ermee bezig. Zou het kindje nu
komen? Zou alles goed gaan? Hoe zal Manu de bevalling beleven? En Norbert?
Zouden ze al onderweg zijn naar het ziekenhuis? Hoe ziet het kindje eruit? Zal
alles goed zijn met de baby...?
Wat ik nu begrijp: hoe mijn ouders en mijn schoonmoeder 1965 en 1968 moeten
hebben ervaren. Dat wij in die jaren een kindje verwachten, was onze zaak.
Natuurlijk, leuk dat de toekomstige grootouders meeleefden. Maar geen idee dat
dit hun leven zou kunnen beheersen.
Tot vandaag. Nu ik voel hoe ik deze situatie onderga, denk ik dat het mijn
ouders destijds niet anders is vergaan. Jammer dat ik hen niet meer vragen kan
of dat inderdaad zo was.
Hartelijke groet,
opa.
Terug naar het begin van de serie brieven
En toen was Flores nichtje Indi er. Op sinterklaasavond.
Klik voor briefjes aan Flore en Indi hier