Terug naar de opening van deze website

Vervolg van de brieven aan Flore Glimmerveen
Voor de brieven vanaf de geboortedag tot 3 juni: klik hier
Voor de brieven van 4 tot en met 11 juni: klik hier
Voor de brieven van 12 juni tot en met 29 juni 2000: klik hier

Vrijdag 7 juli 2000

Lieve Flore,

Je hebt vanmorgen wel even voor lichte consternatie gezorgd. Maar dat hoeft niemand te weten. Vertel dus niet verder dat ik je dit gezegd heb. Beloofd? Dan zal ik je schrijven hoe het ging.
Je moeder moest vanmorgen naar een crematie en je vader werkte. Dus kregen wij het verzoek of we een paar uurtjes op je wilden passen. Nou graag natuurlijk. We zaten er al een tijdje op te hopen dat we eens een tijdje met jou alleen konden zijn want dat leek ons erg leuk. Alleen jammer natuurlijk dat er een crematie voor nodig was om het zover te laten komen.

Oma Ria met Flore

Gisteren zijn we gekomen om de laatste instructies te krijgen. Je moeder heeft alles voorgedaan: schone luier, flesje. Met onze ervaring van ruim dertig jaar geleden dachten we dat wel aan te kunnen. Per slot van rekening is het allemaal eenvoudiger geworden. Wij gebruikten toen nog katoenen luiers die met een aantal veiligheidsspelden werden vastgemaakt (en oppassen dat je de baby niet in de buik prikt!). Met de papieren luiers van tegenwoordig is het leven simpel en risicoloos geworden.
Ook het flesje leek niet moeilijk. Het zou kant en klaar in de koelkast staan. "Even in de magnetron, 30 seconden, 700 Watt", luidde de instructie. Sinds een paar maanden hebben wij zelf ook een magnetron, dus simpel.
Toen we vanmorgen kwamen, sliep je zoet. Om half elf moet ze verschoond en daarna is het tijd voor het flesje", zei je moeder en ze vertrok naar het crematorium.
Ze was nog maar net weg toen je begon te huilen. Eerst zachtjes, toen steeds harder. Oma en ik keken elkaar aan. "Maar even rustig laten huilen", zeiden we. We herinnerden ons hoe onze zonen in 1965 en 1968 soms ook uren lagen te huilen. En m'n moeder (jouw overgrootmoeder dus) heeft me indertijd verteld dat ik in 1933 soms ook onbedaarlijk huilde - en toch ben ik groot geworden, net als je vader en je oom. Geen paniek dus.
Maar om een uur of tien werd het je oma te veel. "Ik ga haar verschonen", zei ze resoluut. Ik keek op m'n horloge. Een half uur te vroeg. Nou ja, dat zal geen ramp zijn, dacht ik.
Wij naar boven. "Haal jij haar maar uit de wieg", zei oma. Ik legde je voorzichtig op de commode waar je gewoon doorging met je gehuil.
Oma begon voorzichtig je kleertjes uit te trekken. "Oei, ze heeft gepoept", riep ze en begon je billetjes af te vegen. Dat ging prima. Schone (papieren) luier gepakt. Toen ging je plassen. Deed je dat expres of wilde je oma een beetje plagen?
"Doe jij het maar", zei oma. Nou, een peulenschilletje. Kleine meisjes van nu zijn niet moeilijker te verschonen dan kleine jongetjes van ruim dertig jaar geleden, constateerde ik. In een wip had je een schone luier en schone kleertjes aan.
"Draag jij haar maar naar beneden", zei oma. Die trap is inderdaad stijl en heeft maar aan één kant een leuning. "Dan moet ze niet in een dekentje gewikkeld", zei ik. Ik was bang dat ik wel dat dekentje stevig zou vasthouden, maar dat jij er halverwege de trap uit zou vallen.
Dus gingen we met z'n drieën naar beneden: jij stevig in m'n rechter arm (zodat ik met m'n linker hand de leuning kon vasthouden), oma met het blauwe dekentje.
De rest is gauw verteld. Je dronk het flesje snel en tot de laatste druppel leeg. Daarna hielden we je beneden in de kamer tot je moeder thuiskwam.
"Hoe ging 't?", vroeg je moeder.
"O prima", zei oma en ze vertelde in geuren en kleuren hoe jij gehuild had, hoe je gepoept en geplast had, hoe zelfverzekerd ze je van een verschoning had voorzien en ook hoe opa je naar beneden had gedragen ("want die trap vind ik een beetje griezelig").
Even had ik de aanvechting om oma te onderbreken en te vertellen dat ik er ook nog aan te pas gekomen was; maar nee, waarom zou ik? Daarom, je mag dit niet verder vertellen!

Groeten van opa

Terug naar het begin van de serie brieven


Maandag 10 juli 2000

Lieve Flore,

Even een kort briefje. Droevig: vanmorgen moest je moeder opnieuw naar een crematie; nu van een kennis uit Bussum. Dus mochten oma en ik weer oppassen.  Misschien heb je inmiddels m'n brief van vrijdag gelezen. Daarom is het goed je te vertellen dat oma nu echt heel deskundig met je is omgegaan. De zenuwen van vrijdagmorgen waren kennelijk weg. Ik vertel je dit maar even, want anders denk je misschien dat oma niet zo goed met je overweg kan. Nou, dat viel dus vanmorgen best mee en de volgende keer gaat het vast nog beter.
Groet, opa.

Terug naar het begin van de serie brieven


Zaterdag 15 juli 2000

Lieve Flore,

Je kraamfeest - geweldig! Je hebt de hoofdrol voortreffelijk gespeeld en alle honderd gasten hebben enorm genoten van jou en van je ontvangst. Je ouders mag je trouwens ook wel dankbaar zijn en Brenda, Bhartie, Menno, Simone en al die anderen die zich ontzettend hebben ingespannen om jou te laten schitteren.
Je was een etmaal oud toen je ouders op 25 mei de geboortekaartjes naar de drukker stuurden. Daarop stond de uitnodiging voor het kraamfeest op 15 juli. Dat was een goede zet. Iedereen wilde je natuurlijk bewonderen. Maar zes weken te vroeg geboren, keizersnede, couveuse, intensive care - daar konden niet nog eens tientallen kraamvisites bij. Jij en je moeder hadden dat niet aangekund.
Maar het was wel een gok. Zouden jij en je moeder medio juli voldoende op krachten zijn om zo'n kraamfeest kunnen organiseren en te doorstaan? (Tweede gok: zou het weer goed zijn, want zoveel gasten passen niet in de huiskamer).
Nu het achter de rug is, moet ik zeggen: het is uitstekend gegaan. Toen we maandag oppasten, heb ik de gelukwensen geteld die in de kamer aan de muur waren geprikt: 87. En er lagen er ook nog op tafel. Ik rekende uit: als er per gelukwens twee personen zouden komen, dan was een invasie van bijna tweehonderd mensen te verwachten.
Zoveel zijn het niet geworden, maar toch wel een kleine honderd.
Je ouders hadden het allemaal heel doordacht georganiseerd. Omdat het de laatste dagen herfst was in Nederland (met veel slagregens), had je vader zeildoek over de tuin gespannen en een heteluchtkanon ingeschakeld. Je moeder had de lekkerste hapjes en drankjes in huis gehaald en alles was heel leuk ingericht.

De uitnodiging voor het kraamfeest zette je op het geboortekaartje, compleet met je e-mailadres (ja, je had al een e-mailadres toen je nog geen dag oud was!).
' Flore heet u van harte welkom op het kraamfeest op zaterdag 15 juli vanaf 15.30 uur.
Laat Flore even weten of u komt: flore@glimmerveen.nl.'

Die uitnodiging hebben we niet eerder op internet gezet, want stel je voor dat al die internetbezoekers zich zouden melden... Nu het kraamfeest voorbij is, mag iedereen het hele kaartje zien.

Toen ik binnenkwam, stond ergens in de buurt van je moeder een aardige, lange jongeman glunderend en trots te kijken naar een baby in zijn armen. "Leuk, nog een jonge vader", dacht ik. Maar even later herkende ik je. Nee, niet alle bezoekers hebben je in hun armen gehad. Maar je bent wel geshowd - totdat je er genoeg van kreeg en je je terugtrok in je wieg. Opa Huib heeft je toen nog een tijdje gezelschap gehouden.
Tja, hoe gaat dat? Iemand die naar een kraamfeest gaat, komt natuurlijk met een cadeautje. Wat hebben de mensen een leuke dingen voor je bedacht. Kleertjes, boekjes, speeltjes. Je ouders mogen in hun computer wel een rooster maken voor die kleren; anders is het risico dat sommige dingen al te klein zijn als ze uit de kast komen.
Speeltjes... oma was helemaal weg van de 'ark van Noach' die nicht Annelies uit België voor je had uitgekozen. "Enig gewoon", vond iedereen. Ja, dacht ik, maar dan moeten je ouders je te zijner tijd wel vertellen wie Noach was. In deze tijd kent lang niet iedereen de bijbelse verhalen. Met een paar mensen hebben we ons nog wel het hoofd gebroken over de vraag hoe de vrouw van Noach heette. "Sara", dacht een buurvrouw. "Nee", zei ik, "dat was de vrouw van Abraham". "Wij hebben een videoband over Noach", meldde een ander, "en daarop wordt ze Sara genoemd". Ja, dat herinnerden de kindertjes ook die eromheen stonden en die de band gezien hadden. Ik zal het thuis wel even nakijken, Flore, want je moet je natuurlijk niks op de mouw laten spelden.

(Ik heb het thuis nagelezen, in het bijbelboek Genesis. Het is een lang verhaal over de zeshonderdjarige Noach die, met zijn gezin en een beperkt aantal dieren, de watersnood overleeft terwijl alle andere levende wezens omkomen na veertig dagen onafgebroken regen. De bijbelschrijver noemt Noach bij naam en ook zijn drie zonen: Sem, Cham en Jafet. Ook is er enkele malen sprake van 'zijn vrouw', maar haar naam wordt niet genoemd).

Veel liefs, opa.

Terug naar het begin van de serie brieven


Klik voor het vervolg van de brieven aan Flore Glimmerveen hier