Signalen uit de familie Glimmerveen

Zeg nou zelf...

e-mail

Dossier september 2004

Home

Ik kreeg nog zestig jaren erbij...

O

p 17 september 1944, vandaag precies zestig jaar geleden, had ik dood moeten zijn. Ik kreeg nog een heel mensenleven cadeau. Een tijd om terug te denken, dus.

In de loop van die zondagmorgen hoorden we veel vliegtuigen in de lucht. Dat was ongewoon: meestal kwamen vliegtuigen 's avonds laat hoog over, op weg voor een bombardement in het Roergebied. In de ochtenduren een groot aantal vliegtuigen dat in de buurt bleef, dat was vreemd. Merkwaardig was ook dat er geen luchtalarm was.

Ook toen was ik al nieuwsgierig als er ongewone dingen gebeurden. Dus ging ik naar buiten. Op de weg voor ons huis in een buitenwijk van Wageningen stond ik naar boven te kijken, een beetje opgewonden omdat ik nog nooit zoveel vliegtuigen bij elkaar in de lucht had gezien.

Plotseling zag ik dat een paar toestellen lager gingen vliegen dan de rest. Onmiddellijk daarna zag ik bommen vallen: zwarte strepen die tegen de blauwe lucht naar beneden suisden.

Zonder erbij na te denken liet ik me voorover plat op de grond vallen. Ik lag al toen ik de laatste bommen - heel dichtbij - zag neerkomen.

De volgende herinnering is een stofwolk, zo dicht dat ik hoogstens enkele meters ver kon kijken. Vreemd: ik herinner me geen explosies, hoewel de ontploffende bommen en het neervallende puin een hels lawaai moeten hebben gemaakt.

Ik bleef lang op de zandweg liggen. Ineens stond mijn vader in de voordeur, roepend: "Henk, ben je daar? Leef je nog?" Ik sprong op, rende naar mijn vader toe. "We zijn er allemaal nog. Godzijdank!", zei mijn vader.

Daarna gebeurde er van alles. Er kwamen hulpverleners, lopend en op de fiets. In heel Wageningen was geen ambulanceauto meer. Meneer De Jong die enkele huizen verderop woonde, lag op een brancard te sterven. Onze buurvrouw, een weduwe, was dood. Achteraf hoorden we dat in de hele wijk 37 mensen waren omgekomen en veel meer gewond

Achteraf hoorden we wat de bedoeling van het bombardement was. De geallieerden wilden alle Duitse concentraties uitschakelen rondom de hei bij Wolfheze waar 's middags de parachutisten zouden landen: het begin van de Slag om Arnhem. De bommen hadden op het landgoed Belmonte moeten neerkomen, maar werden door de wind afgedreven naar een woonbuurt.

Een bom is drie, vier meter van mij vandaan neergekomen en uiteengebarsten. Het is een wonder dat de scherven me niet hebben gedood. Daardoor mocht ik ook de zestig jaren na dat bombardement leven. Ik hoop dat ik die zestig jaren goed gebruikt heb...

Zondag 19 september 2004.

Terug naar het begin van deze pagina.

Kanttekening
van vrijdag
17 september 2004