Signalen uit de familie Glimmerveen

Zeg nou zelf...

e-mail

Dossier van oktober 2002

Home

De gedachten gaan terug naar 1962

D
e bijzetting van prins claus, vandaag in de Nieuwe Kerk in Delft roept de herinnering boven aan een gebeurtenis die in vergetelheid leek te zijn geraakt: de bijzetting van prinses Wilhelmina in diezelfde kerk op zaterdag 8 december 1962.
Ik besef dat de meerderheid van de Nederlanders van nu aan die gebeurtenis geen herinnering kan hebben. Ik ben zo oud dat ik me de dag nog helder voor de geest kan halen.

Koningin Wilhelmina tijdens de oorlog 1940 - 1945 voor de microfoon van Radio Oranje in Londen.

Ik werkte in 1962 als redacteur nieuwsdienst bij het dagblad Trouw. Die krant werd toen in het noorden, oosten en zuiden van het land als ochtendblad verspreid; in de Randstad (Noord- en Zuid-Holland en Utrecht) als avondblad. Dat was een ingewikkelde en dure constructie. Artikelen gingen op een dag in principe in alle edities mee; maar het nieuws moest twee keer per etmaal, overdag en 's avonds/'s nachts worden bewerkt.
Na de troonsafstand op 4 september 1948 leidde koningin Wilhelmina die vanaf dat moment weer als prinses door het leven ging, een teruggetrokken leven op paleis 't Loo. Het was anders dan met prins Claus wiens ziekten de laatste jaren van zijn leven voortdurend in het nieuws waren. Veertien jaar lang bleef voor het Nederlandse volk verborgen hoe het met de vrouw ging die een halve eeuw Koningin der Nederlanden was geweest.
Op 26 november 1962 (het kan een dag eerder of later geweest zijn) stond er een vijfregelig bericht op pagina 3 van De Telegraaf: prinses Wilhelmina was ziek. Over de aard en de ernst van de ziekte werd niets gemeld. Voor de redactie van Trouw was dit het signaal om nog eens goed na te lopen wat we ter herdenking van de prinses al jaren klaar hadden staan. Het loden zetsel lag onder een dikke laag stof in een uithoek van de zetterij. Het was mijn taak die controle te doen.

Pieter Sjoerds Gerbrandy (1885 - 1961)

Ik stuitte op een probleem: we hadden een uitvoerig  herdenkingsartikel van Gerbrandy, de man die in de oorlogsjaren minister-president was geweest van het Nederlandse kabinet-in-ballingschap in Londen. Beter dan wie ook heeft hij geweten hoe Wilhelmina de enerverende oorlogstijd buiten Nederland had beleefd. Een probleem: Gerbrandy was een klein jaar eerder, op 7 september 1961, overleden. Ik herinner me niet of we zijn artikel, met een verklarende inleiding, wel hebben gepubliceerd; of dat we het met bloedend hart hebben weggegooid.
Op 28 november, 's morgens om 7.00 uur hoorde ik hoe de radio opende met het bericht van het overlijden van prinses Wilhelmina. De Rijksvoorlichtingsdienst had het bericht in de vroege ochtend vrijgegeven. In die tijd zwegen de (twee)  Hilversumse radiozenders van middernacht tot 7.00 uur.
Het radiobericht was voor mij het signaal om me, sneller dan anders, naar de redactie op de Nieuwzijds Voorburgwal in Amsterdam te reppen.
Het werd een vreemde ochtend. De vorige avond was de 24-uurs televisieactie 'Open het dorp', geleid door Mies Bouwman, met een daverend succes afgesloten. Het doel was geld bijeen te brengen voor een dorp bij Arnhem waar gehandicapten zouden gaan wonen. De actie, onder verantwoordelijkheid van de AVRO, had Nederland in een avond, een nacht, een dag en nog een avond in haar greep gekregen. De ochtendbladen van de 28e stonden er vol van en de verwachting was dat de avondbladen daarop zouden voortborduren. Niet dus: plotseling was de dood van de 'oude koningin' het schokkende nieuwsfeit van de dag. Zelden zal de toon van de ochtendbladen en de avondbladen van dezelfde dag zozeer van elkaar verschild hebben.

8 december 1962: de bijzetting van prinses Wilhelmina in de Nieuwe Kerk in Delft. Achter de kist onder anderen haar dochter, koningin Juliana en haar schoonzoon, prins Bernhard.

De begrafenis was anderhalve week later, op zaterdag 8 december. Net als nu, voor de bijzetting van prins Claus, was er een zeer  gedetailleerd draaiboek waarin van minuut tot minuut stond wat er zou gebeuren. Net als nu duurde de plechtigheden vele uren: vanaf het vertrek uit het paleis in Den Haag tot aan de afdaling in de kelders in Delft.
Op zaterdag werd onze eerste dageditie gedrukt om 9.00 uur - dus nog voor het begin van de plechtigheid. De laatste editie, voor Amsterdam, sloot omstreeks 14.00 uur. Later afsluiten was technisch niet mogelijk.
De oplossing was een 'voorverslag'. Onze eerste verslaggever Jan Roelfs had de vorige dag een zeer uitvoerig 'verslag' gemaakt. Alle gebeurtenissen werden, met veel details en in pakkende zinnen, weergegeven, alsof de verslaggever er op de voorste rij bij was geweest. Met dat verslag kwam de eerste editie uit, op een moment toen de eerste plechtigheid nog moest beginnen.
Op die zaterdagmorgen volgden we via verslaggevers ter plekke en met een blik op de zwart-witbeelden van de televisie, het verloop van de plechtigheden in Den Haag en Delft op de voet. Steeds als er weer een stap was gezet, controleerden we of de desbetreffende zinnen in het voorverslag klopten. Zo mogelijk voegden we wat treffende bijzonderheden toe die niet in het draaiboek stonden.
De eerste editie verscheen uiteraard zonder actuele foto. In de loop van de ochtend kwamen er achtereenvolgens platen binnen: van het vertrek uit Den Haag, van de tocht naar Delft, het binnenrijden van die stad, en zo verder. In elke volgende editie kwamen dus meer afbeeldingen. In de stadseditie (Amsterdam) hadden we zelfs een foto van de kist die omstreeks 13.30 uur de grafkelder werd ingedragen. Het was een foto die iemand op de redactie van het televisiescherm had genomen en bliksemsnel ontwikkeld en afgedrukt
Het was een uitputtingsslag geweest, maar we constateerden die middag dat er zich geen onverwachte gebeurtenissen hadden voorgedaan: er was geen koninklijke gast flauw gevallen, er was geen paard op hol geslagen, er was niets gebeurd waardoor ons 'voorverslag' in de eerste edities een beschamende vertoning was geworden.
Maar toch... We kregen een brief van een abonnee uit de omgeving van Woerden. Hij had voor 12.00 uur de krant van die dag in de bus gekregen en met verwondering daarin een ooggetuigenverslag gelezen van de gebeurtenissen die hij op zijn televisiescherm nog anderhalf uur lang zag gebeuren.

Dinsdag 15 oktober 2002.

De kanttekening, geschreven op de avond van het overlijden van prins Claus, staat hier.
Hoe ik als eindredacteur van Trouw de geboorte van het eerste kind van prins Claus en prinses Beatrix in de krant zette, ziet u hier.

Terug naar het begin van deze pagina

Kanttekening
van dinsdag
15 oktober 2002