Signalen uit de familie Glimmerveen

Zeg nou zelf...

e-mail

Dossier van oktober 2002

Home

Nee, niet weer die stropdas...

E
erst dacht ik: het bericht van het overlijden, zondagavond, een uitvoerige terugblik op het leven van de prins en daarna een beeld van de overlijdensdienst, een kleine anderhalve week later - dat is toch genoeg. De gedachte was ingegeven door al die onnodige beelden. Op de avond van het overlijden liep telkens weer de scène van de stropdas over het beeld. Verslaggevers meldden in rechtstreekse reportages vanaf locaties bij het ziekenhuis en een paleis dat de verwachte menigte was weggebleven; dat nauwelijks iemand de deur was uitgegaan om belangstelling te tonen voor... ja, voor wat eigenlijk? Er was immers niets te zien op straat bij ziekenhuis en paleis. Dinsdag bracht te NOS-televisie een rechtstreekse reportage van het overbrengen van het lichaam van prins Claus van het ene paleis naar het andere. Waarom moet dat nu, dacht ik? Iedereen kan zich voorstellen hoe zo'n autorit verloopt. Maar bij het vervoer van het lichaam van mijn vader en, elf jaar later, van mijn moeder ben ik niet gaan kijken. Waarom zou ik wel het transport van het stoffelijk overschot van prins Claus - in een gesloten kist, in een gesloten auto - moeten zien?

Maar ik geef nu toe: de televisie moet meer doen dan alleen het begin en het einde. De rechtstreekse uitzending van de herdenking door ons parlement in de Ridderzaal, woensdagmiddag, moest inderdaad live en was goed. Er waren warme woorden aan het adres van de overledene, van de minister-president en van de voorzitters van de Tweede en de Eerste Kamer .
Zo zijn er meer mooie herdenkingswoorden gesproken, de afgelopen dagen. Er zullen zonder twijfel meer volgen.
De NOS mag ook nog wel meer beelden uit het leven van prins Claus laten zien. Er is een mooie documentaire gemaakt, maar die werd zondagavond pas na 23.15 uur uitgezonden; veel te laat dus. Ik zag de herhaling de volgende ochtend en vond die indrukwekkend. Het zou goed zijn als de NOS dat programma nog eens uitzond; misschien op de avond voor de begrafenis.
Sommige dingen moet de omroep maar niet meer herhalen. Ik denk met name aan dat toespraakje waarin prins Claus zijn stropdas afwierp. Dat was destijds best vermakelijk en dat mochten we na de dood van prins Claus nog wel een keer zien. Eén keer;  niet twintig of dertig keer. Het leek wel of de prins voor het Nederlandse volk uitsluitend betekenis heeft gehad door het afzweren van de das. Terwijl zijn betekenis, bijvoorbeeld voor de ontwikkelingsrelatie met Afrikaanse volkeren, en voor de goede betrekkingen tussen zijn geboorteland Duitsland en zijn latere vaderland, Nederland, groot is geweest.

Prins Claus is de laatste jaren vrijwel uitsluitend in het nieuws geweest als er iets over zijn ziekten te melden was, en over zijn verblijf in klinieken en ziekenhuizen. Af en toe was hij ook nieuws als hij de strijd aanging met roddelbladen die leugenachtige artikelen over hem en zijn familie hadden afgedrukt. Diezelfde bladen verkopen nu extra goed met hun al dan niet waarheidsgetrouwe verhalen over de overledene.
Het leven in Nederland gaat gewoon door. Dat is goed. Maar op deze dagen drukt toch, mede dankzij radio en televisie, de dood van een geliefde prins een zwaar stempel. Laten de publieke omroep en de serieuze kranten dan ook waardig rapporteren over de overledene die bij zijn leven waarschijnlijk nooit geweten heeft wat nu aan het licht komt: dat hij in brede kring zeer geliefd was.

Donderdag 10 oktober 2002.

De kanttekening, geschreven op de avond van het overlijden van prins Claus, staat hier.
Hoe ik als eindredacteur van Trouw de geboorte van het eerste kind van prins Claus en prinses Beatrix in de krant zette, ziet u hier.

Terug naar het begin van deze pagina

Kanttekening
van donderdag
10 oktober 2002