Signalen uit de familie Glimmerveen

Zeg nou zelf...

e-mail

Dossier november 2004

Home

Bij de oogarts:
bureaucratie en chaos

B

ureaucratie en chaos. Dat zijn de begrippen die zich vanmorgen bij me opdringen tijdens het bezoek aan de oogarts.
In april 2004 ried mijn opticien me dringend aan een oogarts te bezoeken. Ik belde op 22 april; kreeg te horen dat ik op dinsdag 2 november 2004 om 09.10 uur bij hem terecht zou kunnen. Mijn reactie toen niet gelezen? Kijk dan even hier en kom terug.

De oogarts verklaarde de lange wachttijd door de overeenkomsten met de zorgverzekeraars. Hij had me best sneller kunnen helpen, zei hij. Maar de contracten met de zorgverzekeraars verhinderen een vlotte afhandeling van patiënten. De oogarts krijgt betaald voor een bepaald aantal behandelingen. Hij zou best meer mensen kunnen 'zien', maar daarvoor krijgt hij niet betaald. En dus doet hij het kalm-aan: niet meer patiënten komen bij hem langs dan waarvoor de verzekeraars willen betalen. Dat er meer verzoeken om behandelingen zijn, kan hij ook niet helpen.

Met andere woorden: het lange wachten was helemaal niet nodig geweest als de zorgverzekeraars maar meewerkten.

Ik kwam bij de oogarts op advies van de opticien. Ook daardoor had ik die eindeloos lange wachttijd, meer dan zes maanden. Een mens hoort bij een specialist te komen op voorspraak van een huisarts. De oogarts was het wel met me eens dat de huisarts weinig kan toevoegen aan het oordeel van de opticien. Maar ja, een opticien mag nu eenmaal niet doorverwijzen naar een specialist; dat mag alleen de huisarts. Dat de huisartsen toch al tot over hun oren in het werk zitten, maakt niet uit: zij moeten dit overbodige werk toch maar doen, zo is de regel. Ik begreep dat mijn oogarts dat ook wel een beetje onzin vindt, maar ja, zo is het nu eenmaal.

Ik zei dat ik volgens mijn informatie helemaal geen verwijzing van de huisarts nodig had, omdat ik immers al patiënt van deze oogarts ben. Voor het laatst was ik op 11 november 1994 bij hem geweest. Toen ik op 22 april 2004 de afspraak maakte, zei de assistente: "Dat weet ik niet. Wij gooien de gegevens van onze klanten weg". Dat verbaasde me: ik dacht dat medici patiëntgegevens tien jaar moesten bewaren.

De oogarts: "Dit berust op een afspraak met het ziekenhuis. We hebben hier op de afdeling de gegevens van de laatste twee, drie jaren, gedigitaliseerd. Oudere gegevens liggen in het archief van het ziekenhuis, op papier. Als we ze willen hebben, moeten we ze bij het archief aanvragen. Soms krijgen we ze dan, soms niet. Als het archief zegt dat ze niet te vinden zijn en we willen ze absoluut hebben, dan gaan we ze zelf opzoeken. Vaak vinden we ze dan wel".

Kortom: de snelle toegang tot de oogarts werd geblokkeerd door bureaucratische regels en de opslag van patiëntgegevens is chaotisch.

Ik moet over twee jaar terugkomen. Maar ik kan het beste zeker een half jaar tevoren proberen een afspraak te maken. Ach, misschien heb ik dan wel heel andere kwalen, dus geen zorgen voor de dag van morgen.

Dinsdag 2 november 2004.

Terug naar het begin van deze pagina.

Kanttekening
van dinsdag
2 november 2004