|
Zeventig... een nieuwe start
Dat klopt natuurlijk evenmin als de gevoelens van 1983. Ik kan die zeventig jaren niet uitvlakken - en ik zou het ook niet willen. Stel je voor, waar zou je dan je zonen, schoondochters en kleindochters moeten plaatsen. Maar het idee om fris een nieuwe start te maken, spreekt me op deze verjaardag wel aan. Een Engelse vriend, Michael Wilkinson, die ik al ken sinds de Jamboree van 1951 in Bad Ischl, schreef me dat hij ervan uitgaat dat hij negentig zal worden. Niet dat hij dat echt verwacht. Maar in dat vooruitzicht heeft het zin om allerlei nieuwe dingen aan de pakken. Een nieuwe computer kopen, bijvoorbeeld. Dat vond ik wel een mooie overweging. Hoewel ik soms ook wel besef dat dingen in een mensenleven op hun eind kunnen lopen. Gisteren hebben we nieuwe matrassen gekocht. Dat werd tijd. Een hulpvaardige mevrouw in de slaapwinkel vertelde ons honderd-uit over de kwaliteiten van de matrassen die ze in de aanbieding heeft. Je kon er heerlijk op slapen, maakte ze ons duidelijk. Op een gegeven moment brandde de vraag op m'n lippen: "Kun je er ook comfortabel op sterven?" Ik sprak het niet uit. Het zou haar misschien schokken. Maar ik heb een afschuwelijke hekel aan ziekenhuizen. En de afgelopen weken heb ik op de televisie zoveel beelden van verpleegtehuizen gezien dat ik intens bid daarin nooit terecht te komen. Sterven in een auto bij een ongeluk is ook niet iets waar een mens naar uitkijkt. Dus de dood die onherroepelijk een keer komt, kan me het beste halen in mijn eigen bed.
Dat brengt me op een zinnetje dat vandaag ook regelmatig door m'n hoofd gaat. Op 12 oktober 1971, de zeventigste verjaardag van mijn vader, was hij nogal somber gestemd. Ik vroeg hem waarom dat was. "Dit was de laatste verjaardag van mijn vader", zei hij. Inderdaad, mijn grootvader en naamgenoot Hendrik Glimmerveen (van 1871) heeft zijn 71e verjaardag niet gehaald. Dat was trouwens zijn eigen schuld. Hij kwam in zijn 71e levensjaar voor het eerst in een ziekenhuis terecht. Hij vond het daar zo verschrikkelijk dat hij om zijn kleren vroeg. Die kreeg hij niet. "U moet hier nog een paar dagen blijven", zeiden de artsen en verpleegsters tegen hem. Dat wilde hij niet. Hij sloeg zijn kamerjas over zijn pyjama, deed de sloffen aan, liep het ziekenhuis uit, stapte in de tram en ging naar huis. Dat was in februari 1942 - de koudste maand van de hele twintigste eeuw. Op de dag waarop mijn grootvader in kamerjas over straat ging, kwam de temperatuur in Amsterdam overdag niet hoger dan -10 graden. Opa liep een longontsteking op en stierf enkele dagen later - wel in zijn eigen bed. Kom, ik onderga deze dag eerst de gelukwensen.
|
|