Signalen uit de familie Glimmerveen

Zeg nou zelf...

e-mail

Dossier Oranje

Home

Zijn mensen even diep onder de indruk als de media?

L

open de media in de pas met de gevoelens in het Nederlandse volk? Ik heb de indruk van niet - althans als het om het levenseinde van koningin Juliana gaat. Wie de media volgt, krijgt de indruk dat de Nederlanders diep getroffen zijn. Wie om zich heen kijkt, moet vermoeden dat de meeste mensen niet meer getroffen zijn dan ze zouden zijn door het overlijden van een mevrouw aan het eind van de straat; een mevrouw die ze vroeger wel af en toe voorbij hun huis zagen lopen maar met wie ze nooit een woord gewisseld hebben.

Het heeft te maken met de positie van het huis van Oranje in de Nederlandse samenleving, maar ook en vooral met de leeftijd van de overledene.

Een herinnering. Lang geleden - ik werkte nog bij de NCRV - zei de destijds bekende historicus dr. G. Puchinger (al lang overleden) tegen me: "Als u nú zou komen te overlijden, loopt de hele NCRV uit. Bij de begrafenis zou de aula tot de nok gevuld zijn. Maar als u 94 jaar oud mag worden, dan is er misschien een NCRV-directeur die, bij het lezen van uw overlijdensbericht, mompelt: 'O ja, die heeft hier ooit ook nog eens gewerkt'.

Prinses Juliana heeft na haar afstand van de troon nog bijna 24 jaar geleefd. In die periode is zij zelden in het nieuws geweest en de laatste jaren al helemaal niet meer. Het aantal mensen dat zich herinnert hoe zij de Troonrede uitsprak, is flink uitgedund - en er is nauwelijks meer iemand die weet wat ze destijds precies gezegd heeft. Zij is gestorven in die ouderdom dat nabestaanden, elkaar troostend, zeggen: 'Ze heeft een mooie leeftijd bereikt'. We leven mee met kinderen en kleinkinderen, maar het overlijden zelf doet ons niet zoveel.

De media pakken het onderwerp wel heel groot op. Bij een overlijden van een 'bekende Nederlander' is gebruikelijk: een herdenkingsartikel na het doodsbericht, soms een speciaal programma op de televisie en in uitzonderlijke gevallen enige aandacht voor de begrafenis of crematie.

Voor Juliana haalden de kranten alles uit de kast. De Telegraaf had vorige week zondag achteneenhalve pagina lang aandacht voor de vroegere koningin; het Algemeen Dagblad en Trouw brachten maandagmorgen bijna negen pagina's. De Volkskrant bleef enigszins achter: nog geen acht pagina's.

Het ging daarbij om artikelen die lang tot zeer lang klaar lagen. Hoofdredacteur Frits van Exter van Trouw schreef zaterdag dat bij zijn krant zes kant-en-klare pagina's gereed lagen. Opvallend: verscheidene artikelen in diverse kranten blijken geschreven te zijn door redacteuren die al lang niet meer bij de desbetreffende kranten werken.

De simpele conclusie: de 'voorassies' of 'necro's' voor Juliana zijn al voorbereid voor of kort na haar aftreden in 1980. Ze zijn misschien hier en daar wel wat bijgewerkt, maar geen hoofdredacteur heeft geconcludeerd dat er bij het verstrijken der jaren wel wat van de hoeveelheid af mag. Het gaat hen kennelijk aan het hart om een misschien tien of twintig jaar geleden met liefde geschreven artikel zo maar weg te gooien.

In de periode tussen het overlijden en de bijzetting, dinsdag in Delft, voelen televisie, radio en dagbladen zich geroepen elke dag iets te melden in verband met Juliana - ook al is er nauwelijks echt nieuws. Dat mag natuurlijk, al gebeurt dat bij andere belangrijke doden nooit - maar ik heb niet de indruk dat de kijkers, luisteraars en lezers daar echt naar uitkijken.

Er is natuurlijk niets tegen al die aandacht voor de vroegere koningin. En de media doen waarschijnlijk die paar duizend Nederlanders een genoegen die ook de afgelopen dagen - tot zondagavond laat - de moeite genomen hebben om naar paleis Noordeinde te komen om even stil te staan bij de gesloten kist. Maar misschien zijn de mensen toch minder onder de indruk dan de media in deze dagen suggereren.

Maandag 29 maart 2004

Terug naar het begin van deze pagina.

Kanttekening
van maandag
29 maart 2004