Signalen uit de familie Glimmerveen

Colofon

Zeg nou zelf...

e-mail

Home

   

Selectie uit de
kanttekeningen
van mei 2004:

Dubbel keerpunt in de geschiedenis: Europese Unie en Protestantse Kerk in Nederland (zaterdag 1 mei 2004)

Premier Balkenende goed in vorm in Buitenhof - critici moeten hun mening herzien (zondag 2 / maandag 3 mei 2004)

Mensen die zich de tweede wereldoorlog kunnen herinneren, beginnen schaars te worden (dinsdag 4 / woensdag 5 mei 2004)

Koninklijke Luchtvaart Maatschappij onder de vleugels van de republiek Frankrijk (donderdag 6 mei 2004)

VS beschouwen Irakezen als vijanden; daarom moeten ze weg uit Irak (zaterdag 8 mei 2004)

Tranen in de ogen van asielzoekster die verblijfsvergunning kreeg. De hele kerk klapte enthousiast. (maandag 10 mei 2004)

Amerika in Irak - wandelaars in Sierra Nevada: de uitzichtloze situaties (donderdag 13 mei 2004)

Mediadag: dag van de vooringenomen media (dinsdag 18 mei 2004)

Ruud Lubbers, ongewenste intimiteiten en een wedstrijd jongenszoenen, georganiseerd door 16-jarige meisjes (zaterdag 22 mei 2004)

HP/De Tijd: reclame over de ruggen van mensen (vrijdag 28 mei 2004)

Pinksteren, hemelse vrede en kerken die al 35 jaar leeglopen maar niet leeg raken. (zondag 30 mei 2004)

In een uitzichtloze situatie

T

wee schokkende gebeurtenissen die de afgelopen dagen prominent in het nieuws kwamen, hebben absoluut niets met elkaar te maken. Toch lijkt de ene gebeurtenis een metafoor van de andere. Ik denk aan het sneeuw- en stormongeluk van Nederlandse vakantiegangers in Spanje en de dood van een Nederlandse sergeant in Irak.

Je kunt het je zo goed voorstellen hoe het gegaan is met die vakantiegangers in de Sierra Nevada. Ze hebben geboekt voor een vakantie met stevige wandeltochten. Het weer is goed (al waarschuwen Spanjaarden dat het gaat veranderen). Het hotel laten ze achter zich en de volgende pleisterplaats is een chalet hoog in de bergen waar hun slaapplaatsen besproken zijn. 

Terwijl de groep wandelt, wordt het weer slechter. Sneeuw, opstekende storm. Twee zien het niet meer zitten. Ze gaan terug. De rest vindt het nogal flauw. Bovendien: het bed in het chalet is besproken. In het hotel beneden wordt niet op hen gerekend en als ze daar willen overnachten, moet dat extra betaald worden, waarschuwt de reisleidster. Het grootste deel van de groep gaat verder. Het wordt steeds zwaarder. Ze moeten langzamerhand erkennen dat die twee die teruggingen, wel gelijk hadden. Maar ze zijn inmiddels zo ver gevorderd dat terugkeren geen optie meer is. Verder gaan trouwens ook niet. Drieëneenhalf uur zitten ze achter een rotsblok weggedoken voor de storm met orkaankracht. Drie mensen uit het gezelschap kunnen niet meer. Ze lijden en sterven langs de krant van het pad, in de kou, de sneeuw, de storm. De rest komt, zwaar aangeslagen, diep in de nacht in het chalet aan, vooral dankzij anderen die, gewaarschuwd met een mobiele telefoon, hun leven wagen voor de redding.

En dan Irak. De Amerikaanse president Bush, opgeruimd omdat hij de Taliban heeft verdreven uit Afghanistan, begint de strijd tegen de dictator Saddam Hoessein (al krijgt hij niet de steun van de Verenigde Naties). Sommigen - Groot-Brittannië, Spanje - steunen hem; enkele anderen niet. Dat vindt hij wel flauw maar het belet hem niet om verder te trekken.

Bush denkt aan mooie tijden, voor het Irakese volk dat zich bevrijd zal voelen en dus voor de Amerikaanse troepen die zullen gloriëren als bevrijders. Helaas, dat valt tegen. De omgeving wordt steeds ruwer, de weerstand onder de Irakese bevolking steeds groter. De Amerikaanse militairen in Irak voelen dat ze niet als bevrijders gefêteerd worden, maar als bezetters uitgekotst. Ze gaan zich daarnaar gedragen: ze proberen Irakese gevangenen, schuldig of onschuldig, zo diep mogelijk te beledigen en te kwetsen. Intussen vallen er slachtoffersen, aan beide zijden. De Irakese doden maken de bevoling van Irak feller in hun verzet tegen de bezetters; ze leggen aan Amerikaanse kant geen gewicht in de schaal. Dat doen wel de honderden Amerikaanse doden. De ene gesneuvelde Nederlandse militair zinkt daarbij in het niet: de Amerikaanse media maken nauwelijks of niet melding van zijn dood, verdoofd als ze zijn door de bijna dagelijkse berichten over omgekomen Amerikaanse militairen.

De positie van de Amerikanen - en daarmee ook van Nederland - lijkt op die van de vakantiegangers, bij nacht in storm, sneeuw en kou hoog in de bergen, het einddoel misschien niet ver weg maar onzichtbaar en onbereikbaar terwijl de dood hen op de hielen zit en sommigen uit de groep zelfs bereikt. 

Zo zitten Amerikanen en hun bondgenoten nu vast in Irak. Dat de expeditie nog een zinvol doel zal bereiken, lijkt nauwelijks nog mogelijk. Maar een weg terug is er ook (nog) niet. Zeker niet voor de Amerikanen en daarom fatsoenshalve eigenlijk ook niet voor de Nederlanders. De ellende in Irak zal dus nog lange tijd voortduren en waarschijnlijk alleen maar verslechteren. Totdat uiteindelijk misschien de helikopters komen om iedereen uit het westen te evacueren. De bevolking van Irak moet het dan maar zelf uitzoeken. Misschien is dat laatste ook maar het beste.

Donderdag 13 mei 2004.

Terug naar het begin van deze pagina.

Kanttekening
van donderdag
13 mei 2004