|
Signalen uit de familie Glimmerveen |
||||
|
Selectie uit de
|
Dag van vooringenomen media
Deze opmerking wil ik graag kwijt op deze Dag van de Media. Niets van gemerkt, van die dag? Inderdaad, de meeste kranten en nieuwsrubrieken besteden er geen aandacht aan. Het vakblad De Journalist heeft de mediadag bedacht en het Genootschap van Hoofdredacteuren ondersteunt het initiatief. Dinsdag 18 mei dus. Zo'n veertig jaar geleden had elke krant zijn eigen achterban. Kranten kwamen er ook openlijk voor uit wat hun doelgroep was. Het duidelijkst was De Volkskrant: Katholiek dagblad voor Nederland stond elke dag in forse letters onder de naam. Dit betekende niet dat kranten in die tijd niet objectief zouden zijn. Ze berichtten in het algemeen heel zakelijk, compleet en correct over de onderwerpen die zij selecteerden. Alleen viel de selectie bij de verschillende kranten anders uit. De Volkskrant miste geen priesterjubileum; Trouw had verslagjes van de begrafenissen van prominente predikanten en hoogleraren van de Vrije Universiteit; en Het Vrije Volk (PvdA-gezind) was goed thuis in de 'rode familie'. Ook had de inbreng van een politicus van de Katholieke Volks Partij (KVP) een goede kans prominent op de voorpagina van De Volkskrant te komen. Wat zijn PvdA-collega even later op het Binnenhof zei, werd de opening van Het Vrije Volk; en de ARP-politicus (gereformeerd) zag zichzelf groot terug in Trouw. Alle kranten meldden de inbreng van andere Kamerleden ook wel, maar summier. De belangrijkste taak van een journalist is selecteren. Dit was een kwestie van selectie: wat brengt mijn krant prominent, wat doen we af met een klein bericht en wat laten we helemaal weg? Het gaat er niet zozeer om hoe bijvoorbeeld een geïnterviewde wordt aangepakt. Van veel groter belang is wie verkozen wordt voor een interview; en wie stelselmatig worden genegeerd. En dan de situatie van nu. Kranten en omroepen lopen niet meer te koop met hun steun aan bijvoorbeeld de PvdA; zelfs de vanouds sociaal-democratische VARA niet. Maar bij de keuze van onderwerpen en vooral bij de aanpak van onderwerpen zijn er nog steeds (verborgen) politieke en maatschappelijke voorkeuren. De voorbeelden zijn talloos. Afgelopen zondagmiddag in Buitenhof: een PvdA- en een VVD-Kamerlid, net terug uit Irak, aangevuld door oud-minister Stemerdink. Deze laatste aanvulling, waarvoor geen enkele objectieve reden was, bepaalde de teneur van het gesprek. De kijkers kregen geen uitleg waarom deze PvdA-politucus met een uitgesproken mening mocht meepraten (en anderen die denken in de lijn van het kabinet, niet). Ander voorbeeld: onlangs presenteerde het kabinet zijn nota Ruimte. Het NOS-Journaal bracht een summiere samenvatting van het rapport en gaf vervolgens veel aandacht aan reacties van milieuorganisaties. Het lijkt heel objectief (hoor en wederhoor, nietwaar), maar de indruk werd gewekt dat van het rapport niets deugde. Opmerkelijk ook: de bijzonder grote aandacht voor negatieve uitspraken over premier Balkenende. Wie iets onaardigs over hem zegt, kan rekenen op een zeer ruime publiciteit. En als niemand iets negatiefs zegt, levert een enquête wel lelijke uitkomsten op die breed worden geciteerd. Intussen doet de minister-president veel goeds; houdt regelmatig boeiende, goed doordachte lezingen; lost problemen op waarmee de samenleving al tien jaar of langer kampt. Maar daarover lees en hoor je (vrijwel) niets. De media zijn niet zoveel anders dan veertig jaar geleden. Alleen: ze komen er niet meer openlijk voor uit dat 'paars' acht jaar lang hun steun kreeg en dat zij, nu meer dan ooit, anti-CDA en anti-Balkenende II zijn. Het is wat generaliserend; dat besef ik. Maar dit lijkt me toch een zinnige observatie op deze Dag van de Media.
|
|