efinitief: de Koninklijke
Luchtvaart Maatschappij, meer dan tachtig jaar de trots van de Nederlanders, gaat vliegen
onder de vleugels van de Franse republiek. Dat is even een schok. Heel even. Want na enkele momenten dringt het tot je door dat
de oude landsgrenzen in de economie nauwelijks meer van betekenis zijn; en zeker de grenzen binnen Europa niet.
We beseffen vaak niet eens dat achter puur Nederlandse namen
buitenlandse bedrijven schuil gaan. Verkade (van de biscuitjes), Douwe Egberts (van de koffie en thee), Endemol (van de
televisieshows), Hoogovens (van het gloeiende ijzer) - allemaal buitenlandse bedrijven.
Het omgekeerde komt ook veelvuldig voor:
Nederlandse bedrijven die
in het buitenland bedrijven bezitten. Of Nederlandse aandeelhouders die winkelcentra in andere delen van de wereld beheren.
Beter deze internationalisatie dan wat Fokker overkwam: een
gerenommeerd Nederlands bedrijf dat goede producten op het gebied van de luchtvaart maakte maar het niet kon bolwerken en ook
geen buitenlandse partner vond. Van de aardbodem verdwenen.
Twee opmerkingen nog.
Negatief: Al die internationale overnames leiden tot gigantische
ondernemingen. Dat lijkt misschien mooi, maar er zitten ook gevaren aan. Vanuit het hoofdkantoor valt het geheel niet meer te
overzien. Het duidelijkste voorbeeld: Ahold dat in Nederland een uitermate succesvolle onderneming was, met Albert Heijn als
vlaggenschip. Maar de Ahold-top wilde vanuit Zaandam de wereld van kruideniers bezitten en beheersen. Dat lukte niet. Zal de top
van Air France straks in staat zijn de KLM - die juist vandaag weer een winstcijfer publiceerde - voorspoedig te laten vliegen?
Positief: we hebben het druk over de voor- en nadelen van de
Europese Unie, de uitbreiding ervan, de politieke consequenties. Maar het bedrijfsleven trekt zich weinig meer aan van de oude
grenzen binnen wat eens de Europese Economische Gemeenschap heette. Op het vliegtuig mag nog even een kroontje staan boven de
letters KLM, de chef in Parijs bepaalt waar het toestel naartoe vliegt.