|
Signalen uit de familie Glimmerveen |
||||
|
Selectie uit de
|
Herinneringen aan tweede wereldoorlog worden zeldzaam
Ik zie het nog voor me: Canadese tanks die uit de richting van Hindelopen het dorp Koudum binnenreden. Vlak bij de boerderij waar ik geëvacueerd was, moesten ze over een bruggetje, daarna een bocht. Een uur later vond ik onze bevrijders op een grasveld midden in het dorp. Ze rookten een sigaretje, deelden snoep uit. Mijn vader die goed Engels sprak, vond het heel opwindend om een praatje te maken met die jongemannen die heel ontspannen leken maar van wie we wisten dat ze harde gevechten hadden meegemaakt, waarin ze ook kameraden verloren hadden. Koudum, ja - waar we aan het eind van de hongerwinter na een vijfdaagse levensgevaarlijke tocht waren beland nadat we als evacues in Maarssen bijna van de honger waren gestorven. In juli 1945 begon de middelbare school in Wageningen weer, nadat onze woonstad acht maanden ontruimd was geweest, toneel van gevechten en ook de plaats waar - tijdens de afwezigheid van de bewoners - de Duitse bevelhebber de capitulatie had getekend. Iedereen op school had zo zijn eigen herinneringen aan de oorlog. Iedereen die thuis op visite kwam, ook. Toch werd betrekkelijk weinig over de oorlog gesproken. We dachten aan de wederopbouw, de toekomst. En we zagen vooruitgang: op een dag ging de suiker van de bon; het brood. Je kon weer zonder punten kleren kopen. En ons huis werd gerestaureerd - maar dat was jaren later. Eerst woonden we lange tijd in een halve puinhoop. M'n studententijd; Amsterdam. Elk jaar ging ik op de avond van 4 mei naar de Dam. Daar stonden duizenden mensen die allemaal, net als ik, de oorlog hadden meegemaakt. Weer later - ik was inmiddels journalist - zette ik de verslagen van de dodenherdenking in de ochtendkrant van 5 mei, in het besef dat alle lezers herinneringen hadden aan die oorlog. Maar dat veranderde geleidelijk. Er kwamen niet alleen opgroeiende pubers maar daarna ook volwassenen die verantwoordelijkheden droegen in de samenleving en die geen herinnering hadden aan de oorlog. Soms hadden ze heel vreemde ideeën over die oorlog. Het leek wel eens of ze het vooral een spannend jongensavontuur vonden dat ze helaas hadden gemist. Nu ben ik zeventig. Nee, niet de allerjongste met eigen oorlogsherinneringen. Mijn jongste zusje, geboren in 1938, kan ook nog wel heel wat dingen boven halen; maar toch veel minder dan mijn oudste zus (uit 1932) en ik. Natuurlijk, ook degenen die tussen 1940 en 1945 zijn geboren, hebben door Nazi-gif besmette lucht ingeademd; maar de oorlog is grotendeels of geheel aan hen voorbij gegaan, al hebben ze natuurlijk later de verhalen gehoord, bijvoorbeeld over het probleem hoe zo'n baby te voeden tijdens de hongerwinter toen nergens meer eten te krijgen was en soms bloembollen levens moesten redden. Voor mij is de oorlog vandaag nog even levendig aanwezig als vijftig jaar geleden. Uren zou ik herinneringen kunnen ophalen. Maar vandaag dringt vooral het besef door dat ik daarmee een uitzondering ben, in een samenleving waarin naoorlogse generaties de verantwoordelijkheden dragen.
|
|