Signalen uit de familie Glimmerveen

Zeg nou zelf...

e-mail

Dossier van mei 2002

Home

Wat laten mannen zonder stroming na?

D
e dood van Bart de Graaff, in de maand waarin Pim Fortuyn vermoord werd, roept de gedachte op: het gaat in onze samenleving niet meer zo zeer om 'stromingen', meer om aansprekende personen. De vraag is wat er van deze 'helden' achterblijft na hun dood. Dat moeten we afwachten.
Vroeger was de Nederlandse samenleving opgesplitst in 'stromingen' en die stromingen brachten leiders voort. Je had de rooms-katholieke en de protestants-christelijke, de socialistische (of sociaal-democratische) en de liberale stroming. Elke stroming bracht mannen (nooit vrouwen) voort die leiding gaven aan hun eigen achterban en die door die achterban op handen werden gedragen. De namen van sommigen van die 'voormannen' uit de vorige eeuw leven nog voort: Jelle Troelstra, Abraham Kuyper en zijn opvolger Hendrik Colijn, Schaepman,  Romme, Den Uyl en velen meer. Al die mannen zouden geen naam hebben gemaakt als ze niet een omvangrijke stroming achter zich hadden gehad. Vanuit hun stroming kregen ze een plek in de regering en daarmee verwierven ze gezag en macht.
Voor een deel werkt het systeem nog. Na het vertrek van Ruud Lubbers hebben de christen-democraten jarenlang gemodderd, maar nu is Jan Peter Balkenende volgens het vertrouwde systeem in de voorste linie beland. De sociaal-democraten en de liberalen zitten even zonder leider; maar de stromingen zullen niet rusten voor ze weer iemand hebben.
De stromingen riepen ook elk hun eigen communicatiemedia in het leven: kranten als De Tijd en De Volkskrant (rooms-katholiek), De Standaard en (na de oorlog) Trouw in de protestants-christelijke hoek, Het Volk, na de oorlog Het Vrije Volk voor de sociaal-democraten; Algemeen Handelsblad en Nieuwe Rotterdamse Courant voor de liberalen. Bij de omroep was er voor elk volksdeel een omroep: KRO, NCRV, VARA en (voor de liberalen) AVRO.

Bart de Graaff, zaterdag overleden

Ineens blijkt het in Nederland ook anders te kunnen. Pim Fortuyn kwam niet uit een stroming voort, maar dook op uit het niets. Op z'n hoogst had hij enige aanhang in de conservatieve hoek, onder de lezers van het weekblad Elsevier. Die lezers waardeerden misschien zijn teksten maar zagen hem niet als een politieke leider. Plotseling, in de nazomer van 2001, liet hij weten de politiek in te willen. Dat bleek te lukken, ook zonder 'stroming'. Hij was gewoon één man die - vooral omdat televisiemensen hem gretig in uitzendingen binnenhaalden - bewonderaars kreeg (en minstens zoveel haters). Hij riep dat hij minister-president zou worden en dat werkte: journalisten en daarna ook andere mensen gingen hem serieus nemen.
Bart de Graaff was een programmamaker. Hij zorgde voor gewaagde uitzendingen die vooral bij jongeren aansloegen. Dat was knap - maar ook weer niet zo bijzonder. Heel wat mensen met een eigen televisieprogramma zijn 'bekende Nederlanders' geworden. Zij zouden, net als De Graaff, best een schare van enkele honderdduizenden fans kunnen verzamelen die voor hen een handtekening willen zetten. Zij doen het niet. Bart de Graaff deed het wel. Je kunt je afvragen of de toenmalige staatssecretaris Aad Nuis (van D66) wel de Mediawet uitvoerde toen hij De Graaff een uitzendvergunning gaf voor de publieke omroep. Misschien wilde Nuis een farce maken van het systeem van omroepen die een stroming vertegenwoordigen. D66 heeft nu eenmaal niet zoveel op met die oude stromingen.
Nu zijn zowel Fortuyn als De Graaff dood.
Wat nu? Wat zij voortbrachten (een Kamerfractie, een publieke-omroepvereniging) was nauw verbonden aan hun persoon. Bart de Graaff heeft inmiddels een organisatie opgebouwd die ook de afgelopen maanden tijdens zijn ziekte de uitzendingen heeft voortgezet. Maar onderzoek heeft aangetoond dat de programma's waarin De Graaff optrad, de echte publiekstrekkers waren. Kan Barts BNN voort zonder de oprichter en inspirator, zonder de televisieheld De Graaff? De tijd zal het leren.
Fortuyn heeft geen gelegenheid gehad een team op te bouwen dat zijn werk kan voortzetten. Er is nu een fractie van 26 die put uit Fortuyns geschriften. Maar daarover ontstaat al gauw onenigheid, zoals het afgelopen weekeinde over het idee alle illegalen definitief verblijf in Nederland toe te staan. Fractievoorzitter Mat Herben had dit idee bij Fortuyn gelezen en lanceerde het zaterdag als partij- en fractiestandpunt. Maar al zondag bleek dat fractieleden zijn woorden (of Fortuyns woorden) verschillend interpreteerden. Zondagavond moest Herben ijlings uitleggen wat hij echt bedoeld had. De LPF is inmiddels wel zo slim dat ze alle uitspraken aan één persoon overlaten. Dan kan niemand onderlinge meningsverschillen ontdekken. Maar het is de vraag of dit in de toekomst houdbaar is.
Twee aansprekende individuen, Fortuyn en De Graaff, hebben op eigen kracht een aanhang opgebouwd en zijn op grond daarvan in de samenleving doorgedrongen. Zij hebben geen stroming achter zich die opvolging garandeert. Het is spannend te zien wat er met hun scheppingen gebeurt nu ze beiden dood zijn.

Maandag 27 mei 2002.


Terug naar het begin van deze pagina