|
Peilingen: de plank mis slaan
Kijk eens naar Frankrijk. Ook daar is voortdurend verkiezingsonderzoek gedaan, maar niemand heeft voorspeld dat Jospin op 5 mei 2002 het onderspit zou delven. Ander voorbeeld: in Hilversum verwachtte de toenmalige wethouder Jan Nagel op grond van onderzoekingen dat zijn partij Leefbaar Hilversum bij de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart gelijk zou blijven of iets winnen. Hij zei dat zelfs nog op de televisie op de avond voor de verkiezingen. De partij ging terug van veertien naar negen zetels. Landelijk waren er in de maanden voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 15 mei 2002 elke week twee door actualiteitenrubrieken gefinancierde verkiezingsonderzoeken: van 2Vandaag en van Nova. Pikant was dat de resultaten onderling nogal verschilden.
'Als er nu verkiezingen zouden worden gehouden...', zo werden de uitslagen doorgaans aangekondigd. Die formulering laat ruimte voor de conclusie dat in de tijd tot de verkiezingen nog van alles kan veranderen. Toch werd steeds de indruk gewekt dat de gepubliceerde resultaten ook exact de toekomstige samenstelling van de Tweede Kamer zouden aangeven. Natuurlijk, tussen het moment van het onderzoek en de echte verkiezingen kunnen nog miljoenen kiezers op een ander idee komen. Maar dat geldt nauwelijks voor een onderzoek dat gepubliceerd werd minder dan negen uur voordat de stembureaus opengingen. Het televisieprogramma Nova kwam dinsdag 14 mei 2002 's avonds laat met uitslagen die kant noch wal raakten. Zo werd aangekondigd dat het CDA 35 zetels zou krijgen. Het werden er 43. GroenLinks zou groeien van 11 naar 13. Het liep uit op een verlies naar 10. Leefbaar Nederland zou starten met drie zetels; het werden er twee. De PvdA zou zakken van 45 naar 26 en ook dat werd erger dan de sociaal-democraten dinsdagavond op grond van Nova al moesten vrezen. Ze kregen 23 zetels. We kunnen nog doorgaan. De ChristenUnie zou 5 zetels krijgen. Het werden er 4. D66 zou zakken van 14 naar 9. Een dag later bleek dat deze democraten met 7 zetels terugkomen - nog twee zetels minder. De SP zou groeien van 5 naar 8 - het werden er 9. Kortom: er klopte niets van. Misschien denk je: 'ach, wat zou het? het is toch een leuk spel...' Maar de gevolgen kunnen groot zijn. Het zou goed zijn als dat eens onderzocht werd. Tot enkele maanden geleden zagen de media Pim Fortuyn nog als een grappige nieuweling die het ook eens wilde proberen, zoals ook de Verenigde Senioren Partij, Duurzaam Nederland en de Partij van de Toekomst. Fortuyn kwam alleen wat hipper voor de dag en daarom wilden sommige televisiemakers hem wel in hun programma. Als er geen verkiezingsonderzoek was geweest, was Fortuyn een marginaal verschijnsel gebleven. Hij had nu nog geleefd en was, met een heel kleine fractie, in de Tweede Kamer gekomen. Maar het ging anders. Er kwam een merkwaardige wisselwerking tussen verkiezingsonderzoekers en media. Journalisten hadden veelal niet zoveel op met Fortuyn, maar uit objectiviteit lieten ze hem aan het woord; zeker toen de nieuwe partij Leefbaar Nederland hem tot zijn lijsttrekker had uitverkoren. Onderzoekers stelden vervolgens vast dat hij stemmen zou krijgen, waardoor Fortuyn weer meer aan het woord kwam, waardoor hij in de peilingen steeg. De wisselwerking tussen media en verkiezingsonderzoek heeft Fortuyn groot gemaakt. Nu is hij dood en Nederland zit met de brokken.
Terug naar het begin van deze pagina
|
|