eer
sloegen opiniepeilers
de plank mis. Dat gebeurt waarschijnlijk vaak; maar het
is zelden aantoonbaar. Vorige week wel. Een ochtendblad van vorige week donderdag, de dag
van de Europese verkiezingen, meldde op gezag van TNS Nipo (het grootste
onderzoekbureau van Nederland) dat PvdA en VVD zouden winnen en elk zes
eurozetels halen. Verliezer CDA zou vijf zetels krijgen. Dezelfde avond wisten
we dat PvdA en CDA elk genoeg stemmen hadden voor zeven zetels. De VVD bleef op
vier zetels steken. Deze week hoorde ik de directeur van TNS Nipo op de
EO-radio uitleggen hoe hij er zo naast had kunnen zitten. Waarna hij gewoon
doorging met z’n werk.
Knipsel
uit Trouw van 10 juni 2004: volgens het grootste Nederlandse
onderzoekbureau zou de VVD die dag bij de verkiezingen voor het Europese
parlement winnen en zes zetels halen. De PvdA zou ook zes zetels halen.
Het CDA zou kelderen naar vijf zetels. Dezelfde avond zou blijken dat het
CDA als grootste partij uit de bus zou komen en zeven zetels zou krijgen.
Ook de PvdA haalde zeven zetels. De VVD leed een dramatisch verlies en
zakte naar vier zetels. De grootste verliezer? Het verkiezingsonderzoek!
In onderzoek worden jaarlijks
miljoenen euro’s gestoken en bedrijven, politieke partijen, omroepen bouwen
hun beleid op de resultaten. Helaas: niemand weet of die kloppen. Soms doet dat
er ook niet toe. Als vandaag een onderzoeker beweert dat 31,3% van de
Nederlanders morgenavond een Tsjechische overwinning verwacht; 53,7% een
Nederlands succes en 15,0% gelijkspel, is dat grappig maar onbelangrijk. Anders
wordt dit als bedrijven miljoeneninvesteringen afstemmen op
onderzoekresultaten - die mogelijk niet kloppen, maar dat blijkt dan als het te
laat is.
De ‘politieke barometer’
beïnvloedt politici. Het televisieprogramma Nova laat regelmatig weten hoe de
verschillende partijen ervoor staan. Het baseert zich op onderzoekbureau
Interview NSS dat nauwkeurig is tot één cijfer achter de komma. Niemand kan
de gegevens controleren en dus neemt iedereen voetstoots aan dat de fictieve
zetelverdeling klopt en aangeeft in welke mate een partij in de gunst van de
kiezers staat.
Vorige week was bij uitzondering de
betrouwbaarheid van onderzoekresultaten wel te meten omdat er echte
verkiezingen waren. Ze bleken er faliekant naast te zitten. Ik vermoed dat
onderzoekresultaten zelden of nooit deugen. Alleen: niemand kan dat aantonen.
Sommigen zeggen: beter foute resultaten dan helemaal geen gegevens. Ja, zo lust
ik er nog wel één.
Vrijdag
18 juni 2004.
Deze kanttekening
staat vandaag als column in het Friesch Dagblad