|
Signalen uit de familie Glimmerveen |
||||
|
De herinnering aan 1953
e eerste collecte is voor hulp aan de slachtoffers in Zuid-Oost-Azië". Dit klonk zondagmorgen in mijn wijkkerk. Er volgde een indringende aanbeveling en de mededeling dat het collectedoel dat in het kerkblad was aangekondigd, kwam te vervallen. Op dat ogenblik kwam de herinnering aan februari 1953 bij me boven. Die gevoelens werden versterkt toen zondagavond laat het KRO/RKK-programma Kruispunt een indringende reportage herhaalde die in februari 2003 was gemaakt, vijftig jaar na de watersnoodramp in Zuid-West-Nederland. Herinneringen van mensen bij wie de gedachten aan die afschuwelijke gebeurtenissen nooit zijn verdwenen: hoe een vrouw, toen nog een kind, als enige gered werd van een grote familie. Van een man die wist te ontkomen naar het dak van een ander huis, met de bedoeling daar hulp te halen; en die vervolgens zijn vrouw en kinderen zag wegglijden van het dak van zijn eigen huis, het water in, om nooit meer teruggevonden te worden. Dat soort verhalen. Ze lijken, als twee druppels water (als dat in dit verband een goede uitdrukking is) op de verhalen die in deze dagen op Sumatra, op Sri Lanka, in Thailand, aan de kust van India worden opgetekend. De vergelijking met 1 februari 1953 maakte ik niet in de eerste plaats om de vergelijkbaarheid van de ervaringen van op het nippertje geredde slachtoffers. Ik dacht vooral aan de effecten in de samenleving. In de journalistieke wereld is een oude stelling: Heel groot nieuws beheerst drie dagen de voorpagina's. Zulk nieuws is schaars, maar het komt voor dat ook op de derde dag na een gebeurtenis de kranten en televisiejournaals nog openen met de gevolgen van de gebeurtenis. Maar dan is het wel afgelopen. Op de vierde dag zoeken de redacties weer een ander onderwerp. In februari 1953 was dat niet zo. Zeker een maand lang beheerste de watersnood de kranten en de radio. Maar ook het sociale leven werd erdoor beheerst, in heel Nederland en ook in omringende landen. Feestelijke gebeurtenissen kwamen te vervallen of werden omgebogen in de richting van happenings die geld moesten opbrengen voor de slachtoffers. Zo lijkt het ook nu te gaan, na meer dan een week, in een nieuwe werkweek, in een nieuw jaar: de gevolgen van de ramp met minstens 130.000 doden beheersen niet alleen nog steeds het nieuws, maar leiden ook tot allerlei ongekende activiteiten: de vlag halfstok, drie minuten stilte in Europa, vindingrijkheid bij het vinden van middelen om geld te verzamelen, vooral ook steun aan mensen die op die tweede kerstdag familie in Thailand of een der andere getroffen gebieden hadden. Inderdaad, 1 februari 1953 en 26 december 2004 hadden veel gemeen. Tot lang in 2005 zullen we aan de ramp in Zuid-Oost-Azië herinnerd worden. Maandag 3 januari 2005 |
|