|
De barmhartige Somaliër
Mijn vrouw fietste door Hilversum, zoals ze zo vaak doet. Binnen onze woongemeente verplaatsen wij ons gewoonlijk per fiets, ook als het weer wat minder mooi is. En het weer was slecht, op die decembermiddag, enkele dagen geleden. Er viel een regentje op de straten die nat waren en glad van gevallen bladeren die nog niet opgeruimd waren. Ineens ging mijn vrouw onderuit. De fiets gleed weg, zelf kletste ze tegen de tegels van het trottoir naast het fietspad. Er liep een mevrouw langs. Ze keek wel maar ging verder. Er kwam weer een mevrouw aan. Ze zei enkele woorden tegen mijn vrouw: "Ja, dat is mij onlangs ook overkomen" en ze ging verder. Intussen bleef mijn vrouw ietwat versuft op de harde stenen liggen. Toen kwam er een jongeman aan. Hij was zwart. Somalië misschien, dacht mijn vrouw achteraf, maar ze vroeg niet naar z'n nationaliteit. "Kan ik u helpen, mevrouw?" vroeg hij in vrijwel accentloos Nederlands. Hij wachtte het antwoord niet af. Hij nam mijn vrouw bij de arm en hielp haar zorgzaam op de been. Daarop zette hij de fiets overeind en keek of er iets aan beschadigd was. Dat bleek niet het geval. Toen vroeg hij of m'n vrouw pijn had. Mijn vrouw en hij groetten elkaar. Hij bleef nog even staan om te kijken of mijn vrouw inderdaad zonder problemen wegfietste. In het verzonnen verhaal van tweeduizend jaar geleden was het nog wat ruwer toegegaan. Een reiziger was beroofd en bleef half dood op een stille weg liggen. Een voorbijkomende priester die de man zag liggen, ging met een boog om hem heen. Hetzelfde deed een andere landgenoot die even later passeerde. Toen kwam een reiziger uit een land waarmee de betrekkingen niet vriendschappelijk waren. Een allochtoon dus voor wie je moest oppassen. Deze verzorgde de wonden, zette het slachtoffer in zijn eigen vervoermiddel en bracht hem naar de 'eerste hulp' waar hij ook nog de rekening voor voedsel en medicijnen betaalde. Jezus, die in Jeruzalem dit verhaal bedacht, vroeg aan de omstanders: "Wie is volgens jullie de naaste geweest van dat slachtoffer van rovers?" Een omstander zei: "Hij die zich het lot van de man aantrok". Waarop Jezus zei: "Doe als hij". Die twee Nederlandse mevrouwen die aan mijn op het trottoir liggende vrouw voorbijgingen, hadden dit bijbelverhaal misschien nog nooit gehoord. Die vriendelijke zwarte jongen misschien ook niet, maar hij handelde er wel naar.
|
|