rie steden hebben
sinds mijn jonge jaren voor mij een bijzondere betekenis:
Jeruzalem, Athene en Rome. Ik ben grootgebracht met de bijbel. Dit verklaart de
fascinatie voor de stad van vele heilsverhalen. Het gymnasium wekte
belangstelling voor die andere steden. Rome was in de ogen van mijn leraren
geweldig, maar heeft voor mij een bijklank van wreedheid: zwaardvechters die
volle stadions moesten vermaken met pogingen hun tegenstander te doden;
christenen die, ook voor een groot publiek, voor de leeuwen werden geworpen.
Griekenland had iets mystieks: filosofen, schrijvers, van wie velen nu nog
bekend zijn. Ook de Olympische Spelen, in 776 voor Christus begonnen en lang
volgehouden. In de derde eeuw schaften christelijke heersers ze af: te heidens.
Maar na een pauze van 1600 jaar waren ze in april 1896 terug: in Athene. Als de
spelen vanavond in diezelfde stad beginnen, is dat de tweede keer in de moderne
tijd. De 23 spelen van 1900 tot 2000 waren elders.
Landen vechten om de spelen binnen de grenzen te krijgen. Ze geven er
honderden miljoenen voor uit. Waar zoveel geld omgaat kunnen gesjoemel en
pogingen tot omkoperij van de leden van het beslissende Internationale
Olympische Comité niet uitblijven.
Dat zou niet nodig zijn. De Spelen stammen uit Griekenland, zijn daar elf
eeuwen lang elke vier jaar gehouden. Daar horen ze thuis. Wij houden de
elfstedentocht toch ook niet afwisselend in Zeeland, Utrecht en de Achterhoek?
Lange tijd was de indruk dat de Grieken niet in staat zouden zijn de moderne
spelen te organiseren. Ze bewijzen nu dat ze dit wel kunnen.
Het IOC zou een daad stellen als het besluit dat in de 21e eeuw de
Olympische Spelen elke vier jaar in Griekenland gehouden
worden, in de regio waar ze een kleine drieduizend jaar geleden zijn ontstaan
en 108 jaar geleden hervat.
(Deze
tekst staat vandaag ook als column in het Friesch Dagblad)