Signalen uit de familie Glimmerveen

Colofon

Zeg nou zelf...

e-mail

Home

   

Selectie uit de
kanttekeningen
van april 2004:

Een 'gemeentelijk raadgevend referendum' van niks of hoe een stokpaardje van D66 verkeerd uitpakt. (donderdag 1 april 2004)

Hoe de omroepvereniging langzaam maar zeker ontmanteld worden. (zaterdag 3 april 2004)

Knap werk: politie van Madrid vond terroristen. (maandag 5 april 2004)

Het gaat fout in Irak; Amerikanen moeten het nu opknappen. (donderdag 8 april 2004)

Wereldoorlog, koude oorlog en daarna wereldvrede? Nee, nu is er de oorlog van en tegen de terreur. (vrijdag 9 april 2004)

Religie wordt weer van betekenis. (zondag 11 april 2004, eerste paasdag)

Na twintig maanden gijzeling: vrijlating in een nieuwsarm paasweekeinde (dinsdag 13 april 2004)

Nederlanders zijn wel erg vaak ziek (woensdag 14 april 2004)

Regionale kranten worden ochtendblad (maandag 19 april 2004)

De verloofden Mabel en Friso helpen leugens uit de wereld (dinsdag 20 april 2004)

De kijkers moeten het weer voor het zeggen hebben bij de publieke omroep (donderdag 22 april 2004)

Mabel Wisse Smit nog even in het middelpunt van de belangstelling (zaterdag 24 april 2004)

De oogarts wil me wel zien... over ruim een half jaar (woensdag 28 april 2004)

Kwaal? Kom maar over half jaar...

O

ver wachttijden en misstanden in de medische wereld hoor en lees ik van tijd tot tijd. Maar ik keek toch wel geschokt op toen ik er zelf mee te maken kreeg. Kwaal aan een oog? De oogarts wil er wel naar kijken... over ruim een half jaar.
Of het dan nog zin heeft?
Laat ik m'n verhaal vertellen, in het besef dat u het waarschijnlijk erger heb meegemaakt.

De laatste tijd had ik het idee dat mijn bril oud en slecht werd. U denkt nu dat het wel anders zal zijn: dat ik oud en slecht werd. Maar nee, ik merkte dat ik beter zag zonder dan met bril. Sterker: ik zet de laatste tijd m'n bril af als ik de krant ga lezen.

Het leek me een goed idee de opticien te raadplegen. Op donderdagmiddag 22 april stapte ik bij hem binnen, zonder afspraak. Hij had onmiddellijk tijd voor een oogtest die een klein half uur duurde. Resultaat: andere brillenglazen en een voorzichtige, maar dringend klinkende suggestie naar een oogarts te gaan, in verband met de aftakeling van het linker oog.

Ik moet altijd wel een aarzeling overwinnen voordat ik een medicus benader. Maar ik belde toch maar de oogarts die me eerder heeft behandeld; voor het laatst eind 1994. Ik kreeg een assistente in het ziekenhuis. Nee, de klantengegevens stonden niet meer in de computer. "Die gooien we na een tijdje weg", zei de assistente.

"Een afspraak? Ja hoor, ik zal eens kijken wat ik voor u heb", en na een korte pauze: "Dinsdag 2 november, tien over negen". Ze legde me ook nog uit waar ik moet zijn.

Misschien kan de behandeling wel meer dan een half jaar wachten. Maar hoe weet die assistente van die oogarts dat? Ze heeft helemaal niet gevraagd (en gehoord) wat de kwaal is.

Ik vertelde dit verhaal aan iemand die het sterker heeft meegemaakt. Zij belde eens een gynaecoloog. "Over zes weken kunt u komen, mevrouw". Vijf weken later lag ze na een spoedopname in het ziekenhuis: een operatie redde haar leven. Als ze de afspraak met de gynaecoloog had afgewacht, was ze voordien gestorven.

Je zou denken: de medicus die benaderd wordt, bekijkt dezelfde dag of uiterlijk de volgende dag de medische situatie. Dan beslist zij/hij over de urgentie; ergens tussen 'direct behandelen' en 'over een jaar terugkomen'. Maar nee, zo gaat het blijkbaar niet.

Zoals gezegd: mijn geval is licht. Mijn leven staat niet op het spel; op z'n ergst kan ik blind worden aan één oog. Maar die oogarts beseft kennelijk niet dat een afspraak over meer dan een half jaar voor de patiënt een chique manier lijkt om te zeggen: 'Gaat u maar op het dak zitten'.

Woensdag 28 april 2004

 P.S. Dit stukje staat vandaag ook - iets verkort - als column in het Friesch Dagblad.

 Op deze kanttekening kreeg ik twee reacties die het vermelden waard zijn:

  • "Ja, ik had dezelfde ervaring als jij. Ik had het nog sterker. Enkele jaren geleden constateerde de opticien een licht verhoogde oogdruk. "U moet even naar een oogarts" zei hij. "Niets ernstigs, maar ik zou het wel doen, uit voorzorg." Tot mijn grote verbazing kon ik na pas anderhalf jaar terecht bij die oogarts. De volgende dag direct naar mijn huisarts. Hij belde het ziekenhuis waar die arts werkt en... enkele dagen daarna was ik aan de beurt. Dus goed druk zetten als er iets moet gebeuren is mijn ervaring."
  • "Vandaag zag ik uw column over uw problemen met de wachtlijst van de oogarts. Wat mij treft in dit verhaal is het ontbreken van de rol van uw huisarts. In mijn praktijk (als neuroloog) is de 'wachtlijst' nooit meer geweest dan drie weken, maar als de huisarts van de patiënt intervenieert omdat de problemen van de betrokkene een spoedig consult nodig maken, dan is een 'direct' consult (= dezelfde dag) mogelijk. De moeilijkheid is dat de meeste mensen hun eigen probleem altijd dringend vinden, zonder dat dit medisch gezien ook zo is. Enige selectie is daarom onvermijdelijk. De door u gemelde wachtlijsten van een half jaar (of meer) zijn uiteraard te gek, maar ik maak me sterk dat uw huisarts daar wat aan kan doen, tenminste als er inderdaad een medisch urgent probleem is, zoals een progressieve afwijking aan het netvlies."

Mijn reactie op de laatste e-mail van een medicus (naam en adres mij bekend):

 "Hartelijk dank voor de reactie op mijn column. Ik geef toe: de column is wel erg generaliserend en berust op één enkele ervaring. Ik heb geen idee of mijn oogarts tot over zijn oren in het werk zit - en van de werkdruk bij andere medici heb ik helemaal geen idee.

Ik weet ook niet of mijn probleem urgent is. Zelf zou ik niet eens op het idee gekomen zijn dat ik een probleem heb waaraan een medisch specialist te pas moet komen. Ik merkte slechts dat ik de laatste tijd zonder bril beter zie dan met mijn vijf jaar oude brillenglazen; reden om naar mijn opticien te gaan. Hoewel ik daar geen afspraak had, bleek hij direct tijd te hebben voor een oogmeting van een klein half uur. Die opticien constateerde dat ik andere brillenglazen moet hebben en zei verder, voorzichtig formulerend maar toch dringend, dat zich in mijn linkeroog verschijnselen voordoen die een medische ingreep vereisen. Vandaar zijn suggestie een oogarts te raadplegen.

Dat ik geschokt was toen ik de telefoon neerlegde, kwam door de reactie van de assistente in het ziekenhuis die de telefoon aannam. Ze vroeg niet wat eraan mankeerde; hoorde alleen van mij dat de opticien een bezoek aan de oogarts urgent achtte en meldde vervolgens (op 22 april) dat ze me noteerde voor dinsdag 2 november, 09.10 uur.

De volgende dag - toen ik nieuwe brillenglazen bestelde - zei ik tegen de opticien dat ik overwoog de afspraak af te zeggen. Hij drong er sterk bij me op aan dat niet te doen. Zelf heb ik het gevoel: beter blind aan één oog dan me zo'n behandeling laten welgevallen. Gelukkig heb ik nog een half jaar om na te denken of ik de afspraak al dan niet afzeg.

Ik moet erbij zeggen dat wij geen goede ervaring hebben met een oogarts (niet deze, maar een hoogleraar in Utrecht). Mijn vrouw had - zo'n twintig jaar geleden - een beginnende staar aan één oog. De hooggeleerde vertelde dat er sinds kort een Amerikaanse behandelmethode beschikbaar was die fantastisch werkte: een kleine operatie, enkele dagen in het ziekenhuis en daarna was er geen bril of contactlens meer nodig: het oog zou zo helder worden als van een pasgeborene. Zij onderging de behandeling. Twee dagen leek het inderdaad een succes. Daarna begon het oog te vertroebelen. Pas toen hoorden we dat de nieuwe methode een kans op succes had van 90%. Helaas: mijn vrouw hoorde tot de 10%. Met dat oog ziet ze dus sindsdien niets meer. Korte tijd later moest ook het andere oog behandeld worden. Die behandeling ging via een traditionele werkwijze. Ze heeft nu voor dat oog contactlenzen en een bril. Daarmee ziet ze redelijk. Het is voor ons pijnlijk te bedenken dat ze met beide ogen goed had kunnen zien als die Utrechtse professor/oogarts toen geen patiënten nodig had gehad om de nieuwe, Amerikaanse uitvinding op uit te proberen. Hij had ons trouwens wel tevoren mogen zeggen hoe groot de kans op succes was en wat het gevolg was bij mislukking.

Mijn huisarts heeft zich nog nooit beziggehouden met m'n gezichtsvermogen. Ik vind het dan ook tamelijk onzinnig om hem te vragen de behandeling urgent te noemen. Waarom zou hij dat deskundiger kunnen doen dan de opticien? Hij heeft in elk geval minder instrumenten voor oogonderzoek. En bovendien: ik hoor en lees dat huisartsen het bijzonder druk hebben. Waarom zou hij dan nog eens tijd aan me moeten besteden, alleen om de oogarts tot enige spoed te manen?

Ik weet dat vele medici tot over hun oren in het werk zitten. Ik zou er begrip voor hebben als mijn oogarts had gezegd: 'Helaas, ik heb geen tijd. Zoek maar een andere oplossing'. Nu kreeg ik de indruk dat hij over ruim een half jaar vijf minuten voor me inruimt omdat het niet chique is om te zeggen: 'Gaat u maar op het dak zitten'. Maar gevoelsmatig kwam het wel op hetzelfde neer.

Ik ben in het algemeen niet zo'n liefhebber van 'de markt'. Maar ik vind het wel opvallend dat de opticien - die vele concurrenten heeft hier in het dorp - direct veel tijd voor me had; terwijl de oogarts (met een zeker monopolie hier in het ziekenhuis) het zich kan permitteren patiënten op de lange baan te schuiven."

Terug naar het begin van deze pagina.

Kanttekening
van woensdag
28 april 2004