Signalen uit de familie Glimmerveen

Colofon

Zeg nou zelf...

e-mail

Home

   

Selectie uit de
kanttekeningen
van april 2004:

Een 'gemeentelijk raadgevend referendum' van niks of hoe een stokpaardje van D66 verkeerd uitpakt. (donderdag 1 april 2004)

Hoe de omroepvereniging langzaam maar zeker ontmanteld worden. (zaterdag 3 april 2004)

Knap werk: politie van Madrid vond terroristen. (maandag 5 april 2004)

Het gaat fout in Irak; Amerikanen moeten het nu opknappen. (donderdag 8 april 2004)

Wereldoorlog, koude oorlog en daarna wereldvrede? Nee, nu is er de oorlog van en tegen de terreur. (vrijdag 9 april 2004)

Religie wordt weer van betekenis. (zondag 11 april 2004, eerste paasdag)

Na twintig maanden gijzeling: vrijlating in een nieuwsarm paasweekeinde (dinsdag 13 april 2004)

Nederlanders zijn wel erg vaak ziek (woensdag 14 april 2004)

Regionale kranten worden ochtendblad (maandag 19 april 2004)

De verloofden Mabel en Friso helpen leugens uit de wereld (dinsdag 20 april 2004)

De kijkers moeten het weer voor het zeggen hebben bij de publieke omroep (donderdag 22 april 2004)

Mabel Wisse Smit nog even in het middelpunt van de belangstelling (zaterdag 24 april 2004)

De oogarts wil me wel zien... over ruim een half jaar (woensdag 28 april 2004)

De macht bij de kijkers

D

e kijkers en luisteraars moeten het weer voor het zeggen krijgen bij televisie en radio. Dat vindt het CDA. Een verademing na alle uitlatingen van kranten, weekbladen en politici die er kennelijk op uit zijn om de publieke omroep om zeep te brengen of tenminste tot miniformaat terug te brengen.

De wereld kent drie soorten omroepen: publieke omroepen, staatsomroepen en commerciële omroepen. De laatste tijd laten vooral de voorstanders van een Nederlandse staatsomroep en van commerciële omroep van zich horen. 

De voorstanders van een staatsomroep nemen de Britse BBC tot voorbeeld (hoewel de BBC oorspronkelijk een publieke omroep was, geen staatsomroep). Langs allerlei wegen hebben de politici de zeggenschap over de Nederlandse publieke omroep de laatste jaren steeds meer bij de overheid gelegd. Symbolisch daarvoor: de afschaffing van de omroepbijdrage. Vroeger betaalde iedere kijker en luisteraar een apart bedrag voor de omroep waarnaar iedereen keek en luisterde. Nu loopt het via de fiscus. Intussen krijgt de overheid de omroep steeds meer in haar greep. Kijkers en luisteraars krijgen steeds minder invloed; de politici bepalen steeds meer wat we mogen zien en horen.

Nederland telt ook voorstanders van commerciële omroep. Dat zijn vooral degenen die zeggen 'de markt' te willen steunen. Op zichzelf zou daar niet zoveel tegen zijn als de commerciële omroep zijn programma's aan kijkers en luisteraars zou verkopen. Maar dat gebeurt niet. Commerciële omroepen maken winst door de verkoop van pakketten kijkers en luisteraars aan adverteerders. Sommige kranten (zoals De Telegraaf) de financiële belangen hebben in commerciële omroepen, nemen het op voor commerciële omroepen.

Nederland kent al tientallen jaren een publieke omroep die als basis heeft: de kijkers en luisteraars hebben het voor het zeggen. Zoals gezegd: deze basis wordt steeds meer ondergraven door degenen die de zeggenschap in Den Haag wil neerleggen. Het Wetenschappelijk Instituut van het CDA heeft nu een rapport uitgebracht waarin ervoor gepleit wordt de zeggenschap weer bij de samenleving te leggen. De CDA-fractie in de Tweede Kamer lijkt zelfs nog een stapje verder te willen gaan als het instituut van de partij.

Er valt over te discussiëren hoe je dit het beste kunt invullen. Maar in elk geval: het is van groot belang te erkennen dat er niet alleen markt en overheid zijn, maar dat er ook nog een samenleving is. De publieke omroep moet niet gedicteerd worden door de overheid en niet dansen naar de pijpen van adverteerders, maar wortelen in de samenleving. Het CDA pleit daar terecht voor en tenminste de PvdA kan daarbij niet achterblijven. Dan is er een meerderheid die met de omroep de goede kant op wil.

Donderdag 22 april 2004

Terug naar het begin van deze pagina.

CDA: voor een eigen plek in Europa


 

Kanttekening
van donderdag
22 april 2004