|
Een mensenleven, een roman
Het is een kunst een begrafenisplechtigheid zo samen te stellen dat de dode als het ware weer tot leven komt, in het bewustzijn van de bezoekers. Dat valt vooral op tijdens een begrafenis van iemand die je niet zo erg goed gekend hebt. Aan enkele kinderen en kleinkinderen van de vrouw die afgelopen dinsdag overleden was, moest ik bij de condoleance uitleggen wie ik was. "Een van haar twee grootvaders was één van mijn vier overgrootvaders", zei ik. Ik had de indruk dat niet iedereen dat direct vatte. Ik had ook kunnen zeggen: zij en mijn vader waren nicht en neef. Een dochter en de weduwnaar verstonden de kunst haar leven gloedvol in woorden te schilderen. Het meest trof mij een klein detail. In 1960 had de vrouw, toen vijftien jaar getrouwd, haar herinnering opgeschreven aan de eerste ontmoeting met haar huwelijkspartner. Die ontmoeting had plaats op 22 maart 1938, de tweede lentedag, prachtig weer. De zeventienjarige ging naar de gereformeerde meisjesvereniging, waar zij een onderwerp moest behandelen. Gelukkig aan het begin van de bijeenkomst, zodat ze kans zag er tijdens de pauze met een vriendin vandoor te gaan. Ze liepen langs een automatiek (die bestond toen al in Amsterdam) en bedachten dat ze wel een ijsje wilden. Ze zochten naar enkele losse centen, maar de jongens boden hulpvaardig aan de meisjes even te helpen. "Willen jullie chocolade- of aardbeienijs?" Het werd aardbeien... De ene jongen moest naar huis, de andere liep met de meisjes mee. Bij de voordeur gekomen zei de vriendin: "Nou, ik ga maar". De jongen haastte zich niet. Het werd een lang gesprek op straat, met als gevolg dat het meisje pas om half twaalf naar binnen ging. Moeder die op de dochter gewacht had, begon met de berisping. "Ik heb met een aardige jongen gepraat - en hij is luthers", zei de dochter. Dat laatste was een schok voor de goedgereformeerde moeder. Grappig om zo'n detail 22 jaar later te noteren - nog frappanter dat de jongen van toen, nu 85 jaar oud, het relaas op de begrafenis voorlas. Het volgende hoofdstuk bleef verborgen. Hoe verging het de jongen tijdens de oorlog? Hij was 22 toen die uitbrak. In elk geval is hij de oorlog levend doorgekomen: het paar trouwde op 5 december 1945, kreeg twee dochters en een zoon. Ach, het gaat me niet om dit paar. Het valt me vaak op tijdens een begrafenis: als de nabestaanden er gevoel voor hebben, hoor je daar zoveel details van een afgelopen mensenleven dat je benieuwd bent naar de hele roman.
Ziet u deze pagina niet in een frame? Klik dan hier. |
|