|
Een stukje omroepgeschiedenis |
||||
|
Mr. A. van der Deure De eerste voorzitter van de NCRV
Bij
noot 1. De 25-jarige werkloze P.K. Dommisse besloot tot plaatsing
van de advertentie als reactie op een aansporing van zijn vader, de
Maassluise burgemeester C.P.I. Dommisse, die vond dat zijn zoon maar eens
zijn best moest doen een werkkring te vinden. De NCRV lijkt dus opgericht
om een arbeidsplaats te scheppen. Achteraf leek dit Dommisse een tamelijk
schamele aanleiding. Dus heeft hij later betoogd dat het voor hem door en
door een geloofszaak was. Ook verbaasde en ergerde het hem dat de
christelijke leidslieden in dit land in het geheel niets deden met de
radio en dit medium-in-opkomst geheel overlieten aan de commercie en de
liberalen. Terug naar noot 1. Noot 2. De notulen van de vergadering van 21 juni 1924 en van latere bestuursvergaderingen - die voor deze biografie zijn geraadpleegd - zijn aanwezig in het documentatiecentrum van protestants-christelijk Nederland, bij de Vrije Universiteit in Amsterdam. Een aantal gegevens in dit document is afkomstig uit de zeer uitvoerige dagboeken van P.K. Dommisse, die daar eveneens berusten. Terug naar noot 2. Noot 5. Herinnering van ir. P. van der Deure te Le Tignet (Frankrijk), zoon van mr. Abraham van der Deure. Een aantal gegevens in deze biografie is ontleend aan gesprekken met deze zoon - de enige van de drie kinderen van Van der Deure die in 1994 toen deze biografie geschreven werd, nog leefde - alsmede met een kleinzoon van Abraham van der Deure. Terug naar noot 5. Noot 6. In Bennekom deed indertijd het volgende verhaal de ronde waarvan de juistheid niet geverifieerd kan worden, maar dat een indruk geeft van de reputatie als slimme zakenman die Van der Deure in zijn woonplaats genoot: Op een zondagmorgen, terwijl Van der Deure zich te voet naar de kerk begaf, kwam een eenvoudige dorps- en kerkgenoot naast hem lopen. "Mag ik u wat vragen?" "Zeker, kerel". "Een hond heeft mij op straat in mijn been gebeten. Daarbij is mijn broek uitgescheurd. Kan ik aan de eigenaar van de hond om een schadevergoeding vragen?" "Ja, hoor, daar hebt u recht op!" "O, gelukkig. Het was namelijk uw hond". Van der Deure reageerde meelevend. "Wat vervelend, mijn welgemeende excuses. Hoe groot was de schade?" "Twintig gulden". Van der Deure greep naar zijn portemonnee en reikte dit bedrag aan. Inmiddels was het gezelschap het kerkgebouw genaderd. De gebetene was blij met de vergoeding. Maar niet lang. Twee dagen later kreeg hij een brief van Van der Deure. Er zat een nota in: ‘Voor juridisch advies, vijfentwintig gulden’. Terug naar noot 6. Noot 8. Een voorbeeld: in de laatste dagen van augustus 1939 - vlak voordat, op 1 september, de tweede wereldoorlog uitbrak - was Van der Deure met zijn gezin in Hongarije waar hij vakantie vierde van geld dat niet uit dat land uitgevoerd mocht worden. Honderdduizenden, op zakenreis of vakantie in Europa, wilden in die spannende dagen naar huis terwijl de Duitse spoorwegen prioriteit moesten gaan geven aan oorlogstransporten. Grote chaos dus. In die turbulente situatie zag Van der Deure kans in Boedapest een diplomatieke coupé te regelen in de laatste reguliere trein naar Nederland. Zo had het gezin een relatief comfortabele reis. Alleen in Aschaffenburg ontstond even paniek toen de schoondochter van Van der Deure was uitgestapt om een paar broodjes te kopen. Door het immense gedrang op het perron kon zij onmogelijk meer in de afgeladen trein stappen. Zij is door het coupéraampje naar binnen gehesen. Terug naar noot 8. Noot 10. Jan J. van Herpen, Overgave aan een wonder; Het begin van de omroep in Hilversum met de 133 NSF-HDO-uitzendingen van 21 juli 1923 tot en met 26 december 1924, uitg. AVRO, 1983. Volgens de aankondiging van de NSF bevatte het eerste NCRV-programma onder andere "Mededelingen van de voorzitter van de NCRV, mr. A. van der Deure". Terug naar noot 10. Noot 18. Een voorbeeld. Van der Deure was zelf niet erg gecharmeerd van de religieuze solo-zang die evangelist en NCRV-bestuurslid Johannes de Heer in zijn 'liederenuurtje' ten beste gaf. Maar uit de correspondentie begreep hij dat vele, vooral oudere luisteraars bijzonder op die muziek gesteld waren. Dus gaf hij opdracht Johannes de Heer alle ruimte te geven. Na de oorlog heeft het in 1946 benoemde hoofd van de afdeling Muziek drs. Mynko Geerink Bakker een andere koers gevaren en de door hem als inferieur beoordeelde gezangen van Johannes de Heer radicaal uit de NCRV-radioprogramma's verbannen. Dit beleid heeft later mede geleid tot de oprichting van de Evangelische Omroep. Terug naar noot 18. Noot 20. Enkele malen bezocht Van der Deure in het buitenland (Parijs, Genčve) tentoonstellingen en congressen over de omroep. Vermoedelijk betaalde de NCRV de reis- en verblijfkosten; maar aangezien de vooroorlogse boekhouding van de NCRV vernietigd is, valt dit niet te verifiëren. Hij was juist voor de omroep in Parijs toen hij bericht kreeg dat zijn vader was overleden. Hij heeft toen een vliegtuig gehuurd om van Le Bourget naar Schiphol te vliegen. Of Van der Deure de kosten van deze lucht-taxi bij de NCRV heeft gedeclareerd, is niet bekend. Terug naar noot 20. Noot 24. Deze gegevens en citaten zijn afkomstig uit een vertrouwelijke brief d.d. 30 mei 1940 die secretaris C.A. Keuning, in overleg met Van der Deure, aan de NCRV-bestuursleden zond. In de brief, waarvan een afschrift aanwezig is in het NCRV-archief, meldde Keuning dat de NCRV er nog steeds was ‘en, zooals het thans lijkt, zal zij er ook mogen blijven, zij het ook, dat haar uitzendingen onder scherpe censuur staan. Toch zullen haar programma's een principieel karakter kunnen behouden en daarvoor zijn wij dankbaar'. Terug naar noot 24. Noot 34. Dubois benaderde de beide andere omroepen op religieuze grondslag, de KRO en de VPRO, met de vraag of zij ook zo'n constructie wilden regelen. De KRO deed dat niet, onder druk van aartsbisschop kardinaal Johannes de Jong, de VPRO wel, aldus René Witte in Aether, kwartaalschrift van de stichting Nederlands Omroepmuseum, april 1991. Dubois verbond aan de goedkeuring van de stichtingsakte van de CRS de voorwaarde dat de oud-NCRV-bestuursleden Keuning en Schilder geen bestuurslid van de CRS zouden worden. De keuze was dus: of de CRS niet oprichten of twee medebestuursleden laten schieten. Na een emotionele vergadering besloot een gezelschap, bestaande uit de bestuursleden van de inmiddels opgeheven NCRV tot het laatste. Slechts drie van de negentien aanwezigen wilden stoppen. Direct benoemde het CRS-bestuur Keuning tot administrateur, Schilder tot adviseur. Keuning was bereid deze ‘ondergeschikte functie' te aanvaarden; Schilder verliet direct na het besluit de vergadering. Terug naar noot 34 Noot 35. Dick Verkijk ontleent (op blz. 286 van Radio Hilversum 1940-1945) aan niet gepubliceerde memoires van Arie Pleysier van de VARA het gegeven dat AVRO-voorzitter G. de Clercq in november 1940 tegenover NCRV-bestuurslid Keuning klaagde dat hij Van der Deure moeilijk aan de telefoon kon krijgen. "Ik krijg eerst een Duitser, dan een andere Duitser en dan hem". Op Van der Deures kantoor in Bennekom heeft evenwel nooit een Duitser gewerkt. De enige mogelijke verklaring voor de uitlating van De Clercq is dat de AVRO-voorzitter Van der Deure probeerde te bereiken terwijl deze laatste op bezoek was bij de Betreuungsstelle. Hij heeft daar in november 1940 besprekingen gevoerd. Terug naar noot 35 Noot 43. De Volkskrant publiceerde op vrijdag 19 september 1947 op de voorpagina, onder de kop ‘Voorzitter NCRV in arrest', een ANP-bericht van 18 september, dat zo begon: ‘De voorzitter van de Nederlandse Christelijke Radio Vereniging, mr. A.v.d.D., is gearresteerd door de Fiscale Recherche...'. Niet alle dagbladen publiceerden het bericht; in Trouw en Het Parool was het niet te vinden. Terug naar noot 43 Noot 48. Deze gegevens zijn ontleend aan uitvoerige berichten over de rechtszitting in De Volkskrant en Trouw van 11 februari 1948. De Volkskrant meldde in de kop en het bericht dat het over de ex-voorzitter van de NCRV ging; zijn naam werd voluit vermeld. Trouw schreef over ‘mr. A.v.d. D. te Bennekom' en meldde dat deze negen functies had, maar noemde daarvan geen enkele. Van der Deure zei tegen de rechtbank dat hij gedurende de oorlogsjaren ‘met zekere bedoelingen' geen juiste opgave had gedaan van zijn vermogen. Hem werd kwalijk genomen dat hij de in september 1945 geboden kans om schoon schip te maken, niet had aangegrepen. De Volkskrant meldde verder dat het ongebruikelijk was dat fiscale overtredingen voor de rechtbank werden behandeld. Maar ‘het optreden van verdachte tegenover opsporingsambtenaren (was) zodanig geweest, dat men het niet bij een fiscale afdoening heeft gelaten'. ‘Slechts na veel gedraai en leugens heeft hij zijn knoeierijen toegegeven'. De advocaat van Van der Deure vroeg onmiddellijke invrijheidstelling; de rechtbank wees dit af. De in september gearresteerde Van der Deure zat in februari dus nog steeds in de cel. Terug naar noot 48 Noot 50. In het jaarverslag-1947 staan enkele regels. ' De NCRV is in grote moeilijkheden geraakt door het ‘heengaan' van Van der Deure; maar ‘over de aanleiding tot dit heengaan behoeft hier niet te worden gesproken, daar dit de NCRV in geen enkel opzicht raakt'. En verder: ‘Het zou in hoge mate ondankbaar zijn indien onze vereniging niet blijvend zou gedenken en waardeeren het grote werk dat hij in bijna 25 jaar voor haar heeft verricht. Dat hij heen moest gaan stemt tot diepe droefheid'. Terug naar noot 50 |
|
|
|
|