Columns in het Friesch Dagblad, 2001

Columns uit 2000

Columns uit 2002

Columns uit 2003

Columns uit 2004

Home

     

Niet alleen voor Friezen

H
enk Glimmerveen is journalist. Hij schrijft al sinds 1989 eens per vier weken een korte column (driehonderd woorden) in het Friesch Dagblad, een regionale krant met ongeveer 23.000 abonnees die gemaakt wordt in Leeuwarden en als middagkrant verspreid wordt in de hele provincie Friesland en in enige aangrenzende gemeenten (onder andere in Flevoland).
De columns gaan als regel over een kwestie die verband houdt met de media, maar soms over een ander onderwerp. Ze zijn vast en zeker voor niet-Friezen even interessant als voor Friezen.

Hierna de columns die in 2001 zijn verschenen; de laatste bovenaan.

(Voor wie verder terug wil of naar columns uit latere jaren: klik op de groene balk hierboven)

Links naar de columns op deze pagina:

Toekomst

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 14 december 2001

Toen ik het sleuteltje in het contactslot deed, ging de autoradio vanzelf aan. Ik viel in een diepgravend gesprek over de overgang. Ineens ging het door me heen: daar krijgen Flore en Indi ook nog mee te maken.

Flore (* 24.05.2000)

Indi (* 5.12.2000)

Die kleindochters - beiden geboren in 2000 - komen vaker in mijn gedachten als het om de toekomst gaat. Eind oktober vertelde mr. drs. Jeroen van der Veer, de hoogste man bij Shell, in het televisieprogramma Buitenhof dat zijn bedrijf prognoses maakt tot 2060. Ik dacht: ‘Dat is mooi, want Flore en Indi zullen als zestigjarige vrouwen ook nog heel wat energie nodig hebben’.
Je hoort wel eens dat mensen, naarmate ze ouder worden, meer in het verleden gaan leven. Dat is niet mijn ervaring. Sinds Flores geboorte kijk ik met andere ogen naar kinderen en meisjes. Als er een mij voorbijhuppelt op weg naar de basisschool, denk ik: ja, zo zal Flore straks ook naar school gaan. Als in een stil hoekje van het plein een jong meisje de aandacht probeert te trekken van een slungel, fantaseer ik hoe het zal zijn als Indi met haar eerste vriendje thuiskomt. Ik besef dat ik dat vermoedelijk niet zal meemaken; maar dat weerhoudt me er niet van veelvuldig aan hun toekomst te denken.
Dat maakt alles ook relatief. Over ruim twee weken schakelen we over op de euro. Ik lees telkens dat vooral ouderen daar moeite mee hebben. Ach, dat is ook maar tijdelijk. Flore en Indi zullen zich op hun oude dag niet herinneren ooit met iets anders betaald te hebben. Misschien zullen ze eens dat kwartje, die gulden, die rijksdaalder in handen krijgen die ik wil achterhouden. Ze zullen er verbaasd naar kijken en vragen: Kon je met dat geld echt gewoon een dvd kopen? Hun ouders moeten dan uitleggen dat je er inderdaad gewoon mee kon kopen, maar dat dvd’s toen nog heel zeldzaam waren.

Terug naar het begin van deze pagina


Beroepsgeheim

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op donderdag 15 november 2001

E en journalist weet soms meer dan de overheid. En een journalist weet soms meer dan de overheid lief is. Dat kan spanningen geven.

Minister Tineke Netelenbos

Gisteren was er weer zo'n geval. Minister Tineke Netelenbos wilde van de VARA weten welke van haar ambtenaren zich hebben laten omkopen in de bouwfraude die in het televisieprogramma Zembla vorige week vrijdag aan het licht is gebracht. De omroep weet het wel, maar wil het niet zeggen.
Dergelijke gevallen komen af en toe voor. Ik heb dat één keer ervaren. In de tijd van opstandige Molukkers zond de NCRV-actualiteitenrubriek een bericht uit over paleis Soestdijk (waar Juliana, toen nog koningin, woont). Een rechercheur kwam me de volgende dag in de NCRV-studio vragen naar mijn bron. Toen ik die niet noemde, zei hij dat hij me zou laten opsluiten totdat ik m'n mond opendeed.
Journalisten willen geen verlengstuk van de overheid zijn. Zij hebben een eigen verantwoordelijkheid. Dat zint de overheid niet altijd. Minister Netelenbos dreigde vandaag met een kort geding.
Naar mijn mening heeft ook de overheid er baat bij dat journalisten zich niet voor haar karretje laten spannen. Mensen die weten van een misstand, moeten naar een journalist kunnen lopen in de zekerheid dat hun geheim misschien wel maar hun identiteit niet onthuld wordt. De journalist draagt wel een zware verantwoordelijkheid: als hij geen bron kan noemen, moet hij heel zeker zijn dat de informatie klopt.
Bij de bouwfraude ligt het anders. De VARA meldde dat ook ambtenaren erbij betrokken zijn, maar noemde geen namen. Logisch dat de baas van die foute ambtenaren wel wil weten wie dat zijn. Maar het is niet de taak van een omroep dit door te geven. Daarvoor heeft de overheid het openbaar ministerie. Vreemd dat de minister niet wacht op diens bevindingen. Als die ambtenaren in de gevangenis raken, weet de minister meteen wie het zijn. Als de recherche niets verkeerds vindt, hoeft de minister niemand van haar medewerkers te verdenken.

Terug naar het begin van deze pagina


Sturen

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 30 oktober 2001

E en journalist hoort te rapporteren. Mag hij zijn kijkers, luisteraars en lezers ook sturen? Dat gebeurt steeds vaker. Niet vanuit de achtergrond van haar/zijn medium, maar collectief. Televisiejournalisten, ook van de ‘neutrale’ NOS en NPS, spelen een hoofdrol. Bij de oprichting van het CDA konden christen-democraten geen goed doen. Later prezen zij Lubbers de hemel in; daarna lieten ze Brinkman vallen als een baksteen. Nu is er weer zo’n ‘hype’.

Uit: Friesch Dagblad, dinsdag 30 oktober, pagina 5.

Elke vier jaar duiken voor Kamerverkiezingen nieuwe partijtjes op. Journalisten hebben daar in het algemeen weinig belangstelling voor. De meeste verdwijnen direct na de verkiezingen. Sommige halen met een minifractie de Kamer om bij latere verkiezingen uit beeld te raken. Alleen D66 bleek een blijvertje.
Nu is er weer zo’n nieuweling: Leefbaar Nederland. Geen partij die een politiek doel wil bereiken zoals het allegaartje in het verkiezingsprogram aantoont. Geen opvallende mensen, behalve initiatiefnemer Jan Nagel die veertig jaar geleden de PvdA onrustig maakte door zijn fanatieke verdediging van de bouw van de muur in Berlijn.
Journalisten stortten zich op het verschijnsel alsof het echt wat voorstelt; mede doordat oud-VARA-redacteur Nagel media weet te bespelen. Weer was er grote aandacht toen Nagel vorige week een andere omstreden figuur, Fortuyn, naar voren schoof. Wel sloeg de stemming plotseling om: journalisten combineren grote belangstelling met een negatieve houding. Dat is op zich terecht.
Ik betrap me erop dat ik het niet zo erg vindt als journalisten sturen als ze maar sturen in een door mij gewenste richting.

Wat me verbaast: dat vrijwel alle media telkens weer tegelijkertijd dezelfde houding aannemen. Het zal niet van Nagel en Fortuyn afhangen of LN volgend jaar de Tweede Kamer haalt, maar van al die parlementaire redacteuren die weliswaar graag hun onafhankelijkheid benadrukken, maar die als een meute achter een op zich onbelangrijk verschijnsel aanhollen.

Terug naar het begin van deze pagina


Overdaad schaadt

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op woensdag 24 oktober 2001

N ederland kent een veelheid aan tv-zender. We hebben nu negen landelijke zenders die iedereen kan ontvangen; drie blokken met elk drie zenders: publieke omroep, HMG en SBS. Er is wel meer geld voor televisie beschikbaar dan toen we het nog met drie zenders moesten doen, maar het bedrag is niet verdrievoudigd. En het talent, belangrijker nog dan geld, is in het geheel niet toegenomen. De spoeling is dus dun.

Bij die negen zenders moeten we de regionale en lokale omroepen optellen. Maar dan zijn we er nog niet. Er is ook betaaltelevisie, alleen te ontvangen door wie enkele tientjes per maand gireert. Canal + is de bekendste, maar er zijn er meer.

Nederland loopt daarin niet voorop. In een recente publicatie van de NOS las ik dat Engeland meer dan tweehonderd televisiekanalen kent. De grote, algemene zenders (zoals die van de BBC) zijn gebleven, maar daarnaast zijn er talloze themakanalen. Die bieden elk maar één genre: kinderprogramma's, Amerikaanse films, weer en noem maar op.

Het gevolg is soms averechts. Er was Eurosport. Toen kwamen er nog vier Britse sportkanalen. Het resultaat: al die kanalen trokken samen minder kijkers dan vroeger dat ene kanaal. Eén van de nieuwe sportkanalen, Screensport, is alweer opgedoekt.

Van de weeromstuit komen de omroepen van het open net ook met meer kanalen. De BBC, traditioneel met twee netten, wil starten met BBC3 en BBC 4; het commerciële Channel Four heeft het amusementskanaal E4 opgericht.

Als we flink betalen, kunnen we straks dag en nacht kiezen uit honderden programma's. Maar grote, boeiende uitzendingen waarin programmamakers veel energie steken en waarvan miljoenen kijkers tegelijk genieten, worden schaars. De overdaad werkt niet alleen verrijkend.

Terug naar het begin van deze pagina


Journalistiek

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 16 oktober 2001

T oen ik dertien was, bedacht ik dat ik journalist wilde worden. Nu, 54 jaar later, is de journalistiek in mijn ogen nog steeds het mooiste vak. Maar ook een beroep dat de beoefenaar soms voor onoplosbare problemen plaatst.

Nu bijvoorbeeld. Vijf weken na de aanslagen in de VS lijkt onze wereld steeds meer in verwarring te raken. Journalisten rapporteren wat er aan de hand is. Maar wat moeten ze als ze niet weten wat feiten zijn en waar propaganda begint?

Wat we van de strijd in Afghanistan lezen, hebben journalisten nauwelijks uit eigen waarneming. Veel informatie komt van de Amerikaanse overheid. In de Golfoorlog waren de 'officiële' feiten gekleurd, om het thuisfront en de tegenstander te beïnvloeden, zo bleek achteraf. Dat is nu niet anders. Sterker geldt dit voor 'informatie' uit het kamp van Bin Laden. Wat moet een journalist met de uitspraak van deze terroristenleider dat mensen in Amerika maar beter niet een vliegtuig of een hoog gebouw kunnen binnengaan? Televisiestations hebben die woorden uitgezonden. Later waarschuwde de Amerikaanse overheid dat er geheime boodschappen in verstopt kunnen zitten. Maar belangrijker: Bin Laden hoeft niets meer te doen dan dreigementen uitspreken om de westerse samenleving te beschadigen.

Feiten over en verdenkingen van miltvuur wakkeren de onrust verder aan. Vast staat dat antrax is verspreid, tot in de Amerikaanse senaat toe. Maar vele gemelde gevallen bleken onschuldig. De publiciteit richt meer schade aan dan de bacterie zelf.

In dictaturen bepalen overheden wat gepubliceerd wordt. Bij ons maken journalisten dat uit. Ze hebben wel te maken met beslissingen van collega's bij andere media. Een krantenredactie kan niet zinvol besluiten een uitspraak van Bin Laden te verzwijgen als CNN en NOS-journaal deze al hebben uitgezonden.

Een schrale troost: als de vrede is weergekeerd, zullen hooggeleerden bestuderen wat de media allemaal verkeerd hebben gedaan. Intussen moeten journalisten van dag tot dag knopen doorhakken. Ik ben ervan overtuigd dat dit in Nederlandse redactielokalen met veel verantwoordelijkheidsgevoel gebeurt.

Terug naar het begin van deze pagina


Overal op aarde

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op woensdag 19 september 2001

"B ij zo’n terroristische aanval is de veiligste plek op aarde de CNN-studio. De mensen die achter de terreurdaden zitten, willen immers het effect live zien en zullen dus de nieuwszender ontzien".

Die cynische opmerking, die ik vorige week opving, bevat een kern van waarheid. In de beeldcultuur doen zich twee tegengestelde ontwikkelingen voor. Aan de ene kant is er een vergaande versnippering. Zelden kijkt op een willekeurige avond ‘iedereen’ naar hetzelfde programma, waardoor televisie nauwelijks meer gespreksonderwerp is bij de ochtendkoffie. Maar bij dramatische gebeurtenissen zien honderden miljoenen mensen overal op aarde - onder wie de aanstichters van het onheil - dezelfde gebeurtenissen op hetzelfde moment. Het Amerikaanse nieuwsstation CNN speelt daarbij al jaren een centrale rol. Dat was tien jaar geleden tijdens de Golfoorlog het geval en vorige week bij de aanslagen in de Verenigde Staten opnieuw.

Matteüs 24:29 en volgende

Opvallend: steeds vaker zijn schokkende beelden afkomstig van toevallige voorbijgangers. Als grote gebeurtenissen te verwachten zijn, rukken cameraploegen met kostbare apparatuur uit. Maar bij onverwachte gebeurtenissen gaan vaak met een simpele camcorder opgenomen beelden de wereld rond. De vallende Concorde bij Parijs, de binnenkomst van Slobodan Milosevic in de Scheveningse strafgevangenis en de indringendste videobeelden uit New York zijn gemaakt door amateurs.

Zo hoeft niets de mensheid meer te ontgaan. CNN verspreidt de beelden en alle televisiezenders ter wereld nemen ze over.

Ineens schieten me de fantasieën te binnen die zo’n zestig jaar geleden bij me opkwamen als Matteüs 24 (over ‘de komst van de Mensenzoon’) ter sprake kwam: ‘Alle volkeren op aarde zullen ... de Mensenzoon zien komen’. Ik kon niet begrijpen hoe dat mogelijk is: dat iedereen, overal op de aardbol, Jezus bij Zijn terugkomst zal zien. Dat moest een groot wonder zijn, dacht ik toen. Nu vinden we het vanzelfsprekend dat miljarden mensen in alle landen binnen een etmaal hetzelfde zien. Nog niet de komst van het heil, maar wel die van het kwaad.

Terug naar het begin van deze pagina


Einde van de tv

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 24 augustus 2001

Friesch Dagblad 24 augustus 2001 pagina 5 links bovenZ o’n 550 jaar geleden deed in West-Europa de ‘boekdrukkunst’ haar intrede (met een achterstand van bijna zeven eeuwen op China) en drukwerk is nooit meer uit onze samenleving verdwenen.

Zo’n tachtig jaar geleden ontstond radio als medium voor een groot publiek en ook die heeft zich gehandhaafd.

Televisie was er in enkele West-Europese landen al voor de tweede wereldoorlog, maar bloeide pas op na 1945. In Nederland was de officiële start vijftig jaar geleden. Ook een blijvertje?

Ik zet daar een vraagteken achter. Altijd heb ik gedacht dat media, als ze eenmaal ingang hebben gevonden, nooit meer verdwijnen. De krant is niet ten onder gegaan bij de komst van radio en radio niet door de televisie. Waarom en waarvoor zou televisie dan wel wijken?

Natuurlijk, de doorgifte van beeld en geluid samen blijft. Er zijn transportwegen bijgekomen (kabel, satelliet), maar dat is geen principieel verschil. Wel geheel nieuw is de individuele bediening. Daarmee wordt nu geëxperimenteerd. Internet vormt de transportweg. In zekere zin gaat het om een veredelde vorm van het afspelen van een gehuurde videoband op het tijdstip dat de kijker past. Alleen de keuze wordt veel gevarieerder. Er kunnen zelfs beelden apart voor u worden doorgegeven, bijvoorbeeld van de bruiloft van een nichtje in Canada.

Internet is nu nog ongeschikt voor doorgifte van televisiebeelden, al gaat het met ‘breedband’ (nog voor weinigen weggelegd) beter dan zonder. Maar er wordt hard gewerkt om de kwaliteit te verbeteren.

Vroeger keken vaak zeven of acht van de tien Nederlanders naar hetzelfde programma. Dat is al lang niet meer zo, behalve bij voetbalkampioenschappen en prinselijke bruiloften. Het lijkt me waarschijnlijk dat openbare televisie zich in de toekomst zal concentreren op het live uitzenden van dergelijke evenementen. Voor de rest halen we wel zelf de beelden die we willen zien, in huis op het tijdstip dat ons schikt. Dat is geen televisie in traditionele zin.

Terug naar het begin van deze pagina


Kerstpreek

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 27 juli 2001

Morgen zou de vakantie beginnen als er sinds mijn kindertijd niets veranderd was. Ik ben grootgebracht met de zekerheid dat augustus vakantiemaand is. Na schooltijd op de laatste zaterdag van juli begon de vakantie en die eindigde de eerste dinsdag van september. Nee, niet op maandag; dan zouden sommigen in de verleiding komen op de voorafgaande zondag van een logeeradres naar huis te reizen.

De traditionele vakantiemaand is verloren gegaan. Juni en juli zijn toegevoegd, mei en september voor tweeverdieners met kleine kinderen en senioren, december, januari en februari voor de wintersport. In de vier maanden die niet direct doen denken aan vakantie brengen toch talloze Nederlanders vrije dagen door in allerlei uithoeken van de aarde. Dat blijkt als daar een natuurramp of revolutie plaats vindt. Altijd zijn ter plekke vakantie vierende landgenoten die ternauwernood aan het gevaar zijn ontsnapt en graag aan het vaderland vertellen wat ze hebben doorstaan.

Het is met ‘vakantietijd’ al net als met andere tijden. Vroeger had je een tijd voor aardbeien en een tijd voor appelen, een tijd waarop de eerste nieuwe aardappelen juichend werden binnengehaald. Tegenwoordig zijn alle vruchten en groenten er elke dag van het jaar, binnengevlogen of diepgevroren.

Alleen de kerk houdt nog vast aan schema’s. Na deze periode zonder duidelijke accenten volgen ze elkaar vanaf 2 december in hoog tempo op: advent, Kerstmis, veertigdagentijd, Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaartsdag en Pinksteren. Dat geeft houvast.

Ik vergis me. Plotseling schiet me een verhaal te binnen over Calvijn. In zijn vlijt om eeuwenlang ingeslepen rooms-katholieke gebruiken te bestrijden betoogde hij dat het vastprikken van de herdenking van heilsfeiten op bepaalde data mensenwerk was. Hij onderstreepte dit door op eerste paasdag een kerstpreek te houden. Zo bezien is een meditatie over de stal van Bethlehem in deze warme zomerdagen niet misplaatst.

Terug naar het begin van deze pagina


Feestloos

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 22 juni 2001

De langste dag van 2001 hebben we achter de rug. Pinksteren is alweer bijna drie weken geleden en Kerstmis ligt meer dan een half jaar in het verschiet. Volgens verhalen die vroeger in journalistieke kring de ronde deden, was dit de tijd voor een jaarlijkse happening op redacties van bladen als Libelle en Margriet. De gordijnen gingen dicht, een kerstboom werd opgetuigd, kaarsen ontstoken. Terwijl buiten de zon heet brandde, begon in een stemmig schemerduister een intensieve brainstorming over het kerstnummer. De productietijd was lang en dus moesten de lijnen maanden tevoren worden uitgezet om artikelen en illustraties op tijd bij de drukker te krijgen.

In de televisiewereld is het ook gebruikelijk heel ver vooruit te kijken. Er wordt nu al gewerkt aan programmaschema’s voor en uitzendingen in het seizoen 2002-’03.

Maar vreemd: over speciale programma’s voor de feestdagen piekert blijkbaar (bijna) niemand in omroepkringen. Al jaren verbaas ik me erover dat de televisie op feestdagen nauwelijks van het gewone schema afwijkt. Voor en tijdens de kerstdagen wordt soms een takje dennengroen in een decor geprikt. Pasen en Pinksteren leveren blijkbaar helemaal geen inspiratie op en bij ‘oudjaar’ schiet de verantwoordelijken alleen ‘cabaret’ te binnen. Steeds terugkerende missers.

Misschien vragen de kijkers niet om speciale programma’s op feestdagen. Want Hilversum luistert wel, al duurt het soms lang. Vele, vele jaren lang is geklaagd over nietszeggende programma’s en vooral over talloze herhalingen in drie zomermaanden. Terwijl op kille, natte avonden in juli bijna evenveel mensen voor de buis zitten als in januari. De klachten lijken een kentering veroorzaakt te hebben. Hilversum heeft althans beloofd dat ons deze zomer ook tal van boeiende programma’s voorgeschoteld zullen worden. We wachten af. Laten de programmadiensten intussen eens gaan brainstormen over uitzendingen met Kerstmis. O, is dat nu al te laat? Dan maar voor Kerstmis 2002.

Terug naar het begin van deze pagina


Koop niet...

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 25 mei 2001

Probleem: hoe voorkom ik dat mijn geld gestoken wordt in omroepen waarvan ik niet houd?

De publieke omroepen zijn van ons allemaal samen. We betalen ervoor (vroeger via de omroepbijdrage, nu via de belastingen) en we kijken ernaar. De commerciële omroepen zijn van zakenlieden. Zij verkopen pakketten kijkers aan adverteerders. Hoe groter het pakket kijkers, des te hoger het tarief. Programma’s zijn slechts een middel om kijkers te trekken die aan adverteerders verkocht kunnen worden. Dat vind ik onsympathiek. Daarom kijk ik nooit naar commerciële omroepen.

De adverteerders krijgen hun geld van de producten die ze verkopen. In de prijs van elk potje jam, elke tube zonnebrandolie, elke nieuwe fiets zit een bedragje dat aan reclame wordt uitgegeven. Door mijn gewone boodschappen betaal ik dus toch mee aan die commerciële omroepen die ik niet wil zien. Het liefst zou ik dus geen producten kopen waarvoor op die stations reclame wordt gemaakt. Maar hoe weet ik voor welke zaken daar wordt geadverteerd? Dan zou ik naar die zenders moeten kijken - en dat wil ik nu juist niet.

Soms wordt het me makkelijk gemaakt. Konmar die bezig is achthonderd supermarkten in het land op te tuigen, heeft bekend gemaakt alleen bij SBS te zullen adverteren. Handig om te weten: ik zal dus niet bij Konmar gaan kopen. Unilever daarentegen heeft aangekondigd een contract van enkele honderden miljoenen, voor drie jaar, te sluiten met de STER (van de publieke omroep). Unilever heeft erbij gezegd zo’n contract met commerciële omroepen niet te willen omdat die veel te onstabiel zijn. Als consument weet ik dus: wat omroepreclame betreft deugt Unilever.

Maar voor de rest heb ik geen idee wie ik moet mijden. "Koop bij onze adverteerders" lees ik wel eens in mijn kerkblad. Ik heb behoefte aan het tegenovergestelde: "Koop niet bij hun adverteerders!"

Terug naar het begin van deze pagina


Precies

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 8 mei 2001

"Wat is er vanmorgen precies gebeurd in Genemuiden?" Daar heb je het weer. Op Bevrijdingsdag in het Radio 1 Journaal. Het is de laatste tijd schering en inslag op de televisie en vooral op de radio. Een verslaggever of presentator heeft contact met een politiefunctionaris, een brandweerpersoon, een burgemeester of een ander die alles af weet van een incident en vraagt dan wat er precies aan de hand is geweest.

De verslaggever zou schrikken als de ondervraagde aanstalten zou maken om het gedetailleerde antwoord te geven. De rest van de dag zou er geen zendtijd meer zijn voor andere onderwerpen.

Een rechercheur en een rechter willen alles precies weten. Daar trekken ze veel tijd voor uit en het leidt soms tot dikke dossiers. De journalistiek heeft niet tot taak alles tot in de kleinste details door te geven. U en ik zouden zich als lezers, luisteraars, kijkers al gauw afwenden.

Bijna de belangrijkste taak van de journalist is: selecteren. Kranten, radio en televisie moeten de grote lijnen aangeven. Iemand die bij een dagblad werkt, krijgt wel eens de vraag: "Hoe krijgen jullie toch elke dag de krant weer vol?" Mijn standaardantwoord: "Door zoveel kopij weg te gooien dat je juist genoeg overhoudt".

De vraag hoe alles precies in elkaar zit, kan tot een lichte staat van paniek leiden. Menige geleerde heeft al gezegd van zijn vakgebied nog maar bitter weinig te weten. Zondagmorgen vroeg een jongere aan een oudere kerkganger: "Wat gelooft u nou precies?" Mensen die vroeger getraind zijn op de meisjes- of jongelingsvereniging, hebben wel een mooie zin klaar, maar daar heeft die jongere niets aan.

Is u dat hinderlijke stopwoordje van omroepverslaggevers nog niet opgevallen? Let er maar eens op. Het is natuurlijk wel te hopen dat zij dit stukje niet lezen; want anders beteren ze hun leven en wacht u tevergeefs.

Terug naar het begin van deze pagina


Vrije dagen

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 24 april 2001

Friesch Dagblad 24 april 2001 pagina 5 links bovenHet wordt maandag minder leuk zonder reportages uit Meppel en Hoogeveen. Maar die extra vrije dag neemt niemand ons af. Acht dagen geleden hadden we er ook al één: tweede paasdag. Het kan deze maand niet op.

Toch komen wij er bekaaid vanaf: naast 104 zaterdagen en zondagen slechts zeven vrije dagen per jaar: Nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, Koninginnedag en twee kerstdagen.

Nee, dan de Italianen. Die hebben zestien speciale dagen per jaar. Dat komt omdat ze het Vaticaan trouw zijn gebleven. Calvinistisch Nederland heeft, met de Beeldenstorm van 1566, ook feestdagen als Driekoningen, Maria-Lichtmis, Maria Hemelvaart en Allerheiligen verbrijzeld.

Daar moeten we nu spijt van hebben. Want meer vrije dagen leiden niet alleen tot meer geluk, maar ook tot een hogere arbeidsproductiviteit, hebben deskundigen uitgerekend. Het schijnt dat we een tandje extra bijzetten in weken met een vrije dag, zodat er uiteindelijk meer uit onze handen komt.

Wat let ons om er wat vrije dagen bij te bedenken. Er moet wel wat te vieren zijn, vindt u? Nee hoor. Op Koninginnedag denken we de verjaardag van de koningin te vieren, maar de schoonmoeder van Máxima is helemaal niet jarig op 30 april. En hoevelen vieren op Hemelvaartsdag en tweede pinksterdag werkelijk de heilsfeiten?

Alle reden dus om het Suikerfeest, Grote Verzoendag en de Dankdag voor het gewas tot vrije dagen te verheffen. Sommigen weten heel goed wat er te vieren valt. En de rest kan gewoon de toeristenindustrie aan extra inkomsten helpen.

Een andere besteding is ook denkbaar: een extra bezoekje aan dat bejaarde familielid dat zich te pletter verveelt. Voor minister Borst hoeft dat niet. Die bejaarde redt zich wel, als de apotheken maar open zijn, denkt zij.

Meer medemenselijke contacten: het gebod van naastenliefde, nietwaar? Trouwens, daar zijn geen extra vrije dagen voor nodig. Wie in die hoogbejaarde een naaste ziet, vindt voor haar of hem altijd wel tijd.

 

Terug naar het begin van deze pagina


Nieuws

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op maandag 2 april 2001

Waar of niet waar?
"Elk nieuws is nieuws bij gebrek aan beter nieuws". Waar.
"Alle nieuws is slecht nieuws". Niet waar.

Opmerkelijke staaltjes in de afgelopen dagen. Vele dagen streden twee onderwerpen om de eerste plaats in kranten, radio en televisie: mond- en klauwzeer en de spoorwegen. Het lag voor de hand dat daar ook vrijdag en zaterdag zware accenten hadden gelegen. Maar nee: een prins verloofde zich en de rest leek even niet van belang, zeker bij radio en tv. Verderop in de krant was er nog enige ruimte voor. Conclusie voor nieuwsconsumenten als u en ik: nieuws is betrekkelijk.

Vaak hoor je dat het allemaal ellende is wat krant en NOS-journaal aanreiken. Klopt dat wel? Het nieuws van de media is naar aard niet zoveel anders dan het nieuws aan de eettafel. Waar praten we over tijdens de maaltijd? Inderdaad, over ziekte en dood in de familie en de buurt, over een ontslag, een echtscheiding. Maar ook over neutrale thema’s zoals buren die gaan verhuizen. En over vrolijke onderwerpen: een buurvrouw die zwanger is geworden, een neef die gaat trouwen, een vriendin die slaagt voor een examen. Alleen over die oom en tante die rustig hun huwelijksleven voortzetten en trouw elke dag hun werk doen, hebben we het zelden of nooit.

Na alle spanningen bij de aanloop naar de verloving van Willem-Alexander en Máxima beschouwt de overgrote meerderheid van het Nederlandse volk het verhaal van vrijdagavond als heel goed nieuws. Om te onthouden als iemand over een tijdsje weer een opmerking maakt over ‘alleen maar slecht nieuws’.

Het goede nieuws is zo zeldzaam en duurt altijd zo kort, zegt u? Dat valt wel mee. "Dat de treinen vandaag gewoon rijden, is geen nieuws", wordt leerling-journalisten bijgebracht. "Pas als een trein niet ongeschonden aankomt, is het nieuws". Meestal klopt dat. Vandaag niet. Dat de treinen vandaag gewoon rijden, blijkt nu ineens groot nieuws. En ook nog goed nieuws.

Zo zie je: wat wel en niet nieuws is, valt nauwelijks in theorieën onder te brengen.

Noot: Dit was een extra column op verzoek van de redactie omdat een andere columnist was uitgevallen. De column is in iets andere woorden in de krant gekomen. Nadat deze tekst geschreven was, viel de computer uit. Daardoor was het onmogelijk de column per e-mail naar Leeuwarden te versturen. Bovendien kon de schrijver zijn tekst niet meer bereiken. De auteur heeft daarop maandagmorgen vroeg met een eenvoudige pen de tekst min of meer herschreven en deze vervolgens per telefoon gedicteerd aan Anneke van het redactiesecretariaat.
Wat de laatste alinea betreft: Er was voor deze maandag een treinstaking uitgeroepen. Pas na middernacht trok de vakbond de oproep in - wat die dag de opening werd van de dagbladen. De slotzin was dus heel actueel.

Terug naar het begin van deze pagina


AM en FM

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op woensdag 28 maart 2001

Deze week wordt het ons ingeprent als een verandering die zo slecht nog niet is: de indeling van Radio 1 en Radio 5 (straks: 747AM), die zondag ingaat.

Radio 5 heeft inderdaad niet te klagen. Deze zender lijkt vooral te bestaan om enkele omroeporganisaties een uitlaatklep te geven. Het aantal luisteraars rechtvaardigt het voortbestaan niet. Misschien brengt de ophef over de verplaatsing naar de huidige golflengte van Radio 1 verbetering.

Met Radio 1 is het droeviger gesteld. Breed wordt uitgemeten dat deze zender op de middengolf blijft, overstappend naar 1008 AM, de oude plek van Radio 5. Maar dat is slechts voor even. Die golflengte ligt in de etalage voor een commerciële omroep.

Het verlies van de middengolf zou zo erg niet zijn als Radio 1 een goede verspreiding via de FM had. Maar dat is niet zo. In sommige regio’s is de nieuws- en sportzender niet via de FM te ontvangen.

Tegelijk worden de programma’s door elkaar geschud. Het is een kwaal van oude en conservatieve mensen om elke verandering een verslechtering te vinden. Daaraan lijd ik niet. Maar het kost me wel moeite het als een verbetering te zien dat de NCRV en de KRO nooit meer in de ochtenduren aan bod komen. Al voor de oorlog was de NCRV elke maandagmorgen te horen en de KRO op dinsdag. Voorbij. Voortaan komt elke ochtend (onder andere) de VPRO aan bod.

Sinds september 2000 zijn ook op televisie de programma’s door elkaar gehusseld. Voor de kijkers is het er niet overzichtelijker op geworden.

Allemaal symptomen van de manier waarop de paarse politiek met de publieke omroep omgaat: geleidelijke invoering van het ‘BBC-model’ (een eenheidsomroep) en voorrang voor commercie.

Het duurt nog een jaar voordat wij, eenvoudige kijkers/luisteraars/kiezers ons daarover kunnen uitspreken. Of het dan nog mogelijk is de foute beslissingen terug te draaien, is de vraag.

 

Terug naar het begin van deze pagina


Radio 1

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 2 maart 2001

Voor Radio 1 moet er ook maar een e-mailcampagne komen. Dat lijkt de enige manier om aandacht van Tweede-Kamerleden te krijgen.

In mijn ogen is Radio 1 de belangrijkste landelijke radiozender. Samen met de regionale omroepen informeert hij meelevende burgers over de wereld om ons heen. Vooral bij ingrijpende gebeurtenissen (een ramp, het overlijden van een nationale figuur) is hij onmisbaar.

Alleen Radio 1 informeert consequent over politiek en parlement. Toch is de zender het stiefkind van de Kamer. Indertijd is hem een aantal sterke FM-frequenties ontnomen ter wille van multinationals en multimiljonairs die lichte-muziekzenders exploiteren. Daardoor is Radio 1 in sommige regio’s via de FM slecht te ontvangen. Gelukkig is er de middengolffrequentie 747AM, in heel Nederland en ver daarbuiten te horen. Maar die wordt Radio 1 eind deze maand afgepakt.

Friesch Dagblad, 2 maart 2001, pagina 5 links boven.Dat is schandalig. Het is des te erger als je bedenkt wat er met die commerciële zenders is gebeurd. Indertijd heeft de Kamer zelf bepaald dat die stations tijdelijk over een frequentie mogen beschikken; maar dat in 2001 de frequenties geveild worden, zodat de meestbiedende de beste plek krijgt. De opbrengst zou voor de schatkist zijn.

De commerciële zenders wisten dat dit hun lot was. Maar het zinde hen niet. Ze wisten één procent van de radioluisteraars te mobiliseren en kijk aan: de veiling is van de baan.

Intussen laten parlementsleden Radio 1 verkommeren; naar het lijkt omdat tot nu toe alleen programmamakers ervoor in de bres gesprongen zijn.

Politici horen zelf beleid uit te stippelen en zich in te zetten voor de uitvoering ervan. Bij mediabeleid blijkt een pressiegroep in staat de hele Tweede Kamer van het rechte pad af te leiden. Misschien is er ook pressie nodig om Kamerleden met betrekking tot Radio 1 terug te brengen op het rechte pad.

Terug naar het begin van deze pagina


Naar het einde

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 2 februari 2001

Programma’s van hoge kwaliteit, 24 uur per etmaal. Uitstekende kijkcijfers. Voor weinig geld.

Dit eisen de paarse politici van de publieke omroepen. Het ziet eruit als boze opzet: het onmogelijke vragen en als daaraan niet voldaan wordt, het mes erin.

Natuurlijk: kijkers en luisteraars mogen van de publieke omroepen kwaliteitsprogramma’s verwachten. Maar wat zijn dat? Wat de VPRO het summum van kwaliteit vindt, doet bij mij soms de rillingen over de rug lopen. Sommige goede EO-programma’s wekken afkeer bij het ongelovige deel van de bevolking. Wij hadden dan ook zo’n aardig systeem: de leden van een omroepvereniging beoordelen de producten van hun eigen organisatie.

De vorige zin schrijf ik in de verleden tijd. De omroepverenigingen hebben geen uitzendvergunning meer; die heeft alleen de NOS. Daaraan ontleent de NOS-leiding het recht in te grijpen in programma’s. De AVRO heeft dat als eerste gemerkt.

Een partijgenoot van NOS-voorzitter Gerrit Jan Wolffensperger, het D66-Kamerlid A.D. Bakker heeft maar vast aangekondigd dat er wel een publieke televisiezender kan verdwijnen als de omroep toch niet in staat is kwaliteit te leveren. Over voldoende geld sprak hij niet. Evenmin als PvdA-staatssecretaris Van der Ploeg, die deze week wel onderstreepte dat kijkcijfers een rol spelen.

Deze paarse pogingen het leven van de publieke omroep zuur te maken vallen samen met de opzet van Veronica en SBS om een nieuwe televisiezender te lanceren. Als de commercie meer ruimte nodig heeft, moet de publieke omroep teruggedrongen worden.

Dat de VVD daarbij staat te applaudisseren ligt voor de hand. Onbegrijpelijk dat de PvdA het allemaal laat gebeuren. Maar ja, sinds oud-vakbondsvoorzitter Wim Kok het heft in handen heeft, vertonen de sociaal-democraten steeds meer liberale trekjes. Als dit zo doorgaat hebben we over een paar jaar slechts keus uit een overvloed aan smakeloze, voor weinig geld gemaakte programma’s waarbij alleen de kijkcijfers tellen.

Terug naar het begin van deze pagina


Naamloze machtigen

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 30 januari 2001

NOOT: Dit is een extra column, in haast geschreven omdat de redactie van het Friesch Dagblad op deze
dinsdagmorgen vroeg ontdekte dat de geplande column niet beschikbaar was.

De machtigste mensen in de televisiewereld zijn volslagen onbekend. Nog geen drieduizend Nederlanders bepalen welke programma’s worden uitgezonden en welke programma’s het stempel ‘mislukt’ krijgen. Hun stem bepaalt ook op welk tijdstip een programma wordt uitgezonden. Bovendien sturen zij jaarlijks anderhalf miljard gulden reclamegeld. Ze krijgen er bijna geen cent voor.

Wie zijn die naamloze machtigen? De 2800 kijkers uit 1300 huishoudens die elke dag doorgeven naar welke programma’s ze hebben gekeken. Het aantal huishoudens wordt binnenkort nog ingekrompen: tot 1250. Via een simpel kastje, gekoppeld aan het televisietoestel, en een verbinding in het holst van de nacht verneemt onderzoekbureau Intomart dagelijks waarnaar die 2800 gekeken hebben. De kijkcijfers die daaruit voortvloeien, sturen de bazen bij publieke en commerciële omroepen die beslissen over het lot van programma’s. En ze bepalen in welke zendtijd adverteerders hun budgetten (van soms meer dan honderd miljoen per jaar) willen steken.

Iedereen lijkt het volste vertrouwen te hebben in het systeem. Als die 1250 huishoudens een dwarsdoorsnede vormen van de samenleving (grote gezinnen, stelletjes, alleenstaanden, jong, oud) dan moet het volgens de theorie kloppen. Het klopt ook als iedereen argeloos kijkt alsof er geen kastje in de kamer staat.

Die argeloosheid wil er bij mij niet in. Die 2800 mensen kennen natuurlijk hun macht. Als iemand vindt dat een programma op de buis moet blijven, zal zij elke keer inschakelen, ook als zij onder normale omstandigheden wel eens zou overslaan. Ook zal iemand een programma waaraan zij een hekel heeft, bewust mijden.

Alle kijkers zijn afhankelijk van dat handjevol anonieme kijkers. Kennelijk bij gebrek aan een betere stuurmethode. We weten van verkiezingen hoe ernstig onderzoekbureaus de plank kunnen misslaan. Maar op de kijkcijfermarkt is geen concurrentie - er is dus ook niemand die zegt dat die kijkcijfers niet kloppen.

Het zou een zegen zijn als de Hilversumse beleidsmakers programma’s beoordelen op grond van hun kwaliteit en niet op grond van die stomme kijkcijfers.

Terug naar het begin van deze pagina


In Rome

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 5 januari  2001

'Jubilee 2000'

Het is er toch van gekomen. In de aanloop naar het ‘jubeljaar’ rees de gedachte dat ik in 2000 Rome wilde bezoeken, de stad vanwaar het christendom wereldwijd verspreid is.

Het leek er niet in te zitten: twee schoondochters, twee zwangerschappen in 2000. Nadat op sinterklaasavond de tweede kleindochter was geboren besloten we op de valreep naar de ‘heilige stad’ te reizen.

Kerstmis in Rome. Dat betekent allereerst: de kerstnachtmis in de openlucht op het Sint-Pietersplein. Ik vond een staanplaats met uitstekend zicht op het altaar onder een baldakijn en op een groot televisiescherm. Zo zag ik om middernacht de broze paus voor me verschijnen.

Helaas, na twintig minuten stortte een plensbui neer op de tienduizenden. Binnen twee seconden had iedereen een paraplu opgestoken. Weg zicht op altaar en beeldscherm. Daar stond ik, als een blinde die alleen maar kan luisteren.

Kerstmorgen. Op tijd voor de mis van half elf wandelden we naar de Sint Pieter. Oponthoud van een half uur: iedere kerkganger moest in de rij voor een detectiepoortje dat piepte bij elk stukje metaal in tas of zak. De vrees voor een moordaanslag op de paus zit er diep in.

De ‘heilige deur’ liet ons door. In de grootste christelijke kerk ter wereld probeerde menigeen de viering mee te maken. Dat viel niet mee. De duizenden die door de ruimte schuifelden, maakten concentratie onmogelijk. Grote oude kerken zijn domweg ongeschikt voor meditatie en religieuze beleving.

Naar het plein waar de paus op het middaguur zijn zegen voor de stad en de wereld zou geven. We vonden een plaats vooraan zodat we goed konden volgen hoe die fragiele bejaarde een klein half uur lang mompelend probeerde te overtuigen.

Het was een happening: indrukwekkend, geweldig om meegemaakt te hebben. Maar een kerstviering? De betekenis van het kerstevangelie was stellig beter tot me doorgedrongen in mijn dorpskerk.

Terug naar het begin van deze pagina

 

Columns,
verschenen in 't
Friesch Dagblad
-