Columns in het Friesch Dagblad, 2003

Columns uit 2000

Columns uit 2001

Columns uit 2002

Columns uit 2004

Home

     

Niet alleen voor Friezen

H
enk Glimmerveen, journalist, schrijft sinds 1989 eens per vier weken (soms vaker) een korte column (driehonderd woorden) in het Friesch Dagblad, een regionale krant met ongeveer 20 000 abonnees die gemaakt wordt in Leeuwarden en als middagkrant verspreid wordt in de provincie Friesland.
De columns gaan als regel over een onderwerp dat verband houdt met de media, maar soms over iets anders. Ze zijn vast en zeker voor niet-Friezen even interessant als voor Friezen.

Hierna de columns die in het jaar 2003 zijn verschenen; de laatste bovenaan.

(Voor wie verder terug wil of vooruit, naar de columns uit 2004: klik in de groene balk hierboven)

Links naar de columns op deze pagina:

 

 
‘Ere zij God’

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 19 december 2003

In de kerstnachtdienst in mijn wijkgemeente in Hilversum zingen we ‘Ere zij God’. In het werkgroepje dat deze viering voorbereidt, vertelde ik een medelid, programmamaker bij de Evangelische Omroep, een herinnering.

In 1980 - ik was waarnemend programmaleider - had de NCRV onafgebroken radiozendtijd van woensdag 24 december 18.00 uur tot donderdag 25 december 24.00 uur. We besloten alle programma’s die we gewoonlijk op woensdag en donderdag uitzonden, te schrappen en een speciaal kerstprogramma te ontwerpen.

Wat willen mensen horen als ze op eerste kerstdag wakker worden en de radio aanzetten? vroeg ik me af. Alle bekende kerstliederen. Dus vroeg ik de muziekafdeling zo’n programma voor te bereiden. Toen ik het lijstje kreeg, schrok ik: prachtige muziek ongetwijfeld, maar alles volslagen onbekend. „Ik dacht aan de bekende liederen", zei ik tegen het hoofd van de muziekafdeling, „Stille nacht, Eere zij God en zo meer". „Ere zij God"? antwoordde hij met verbazing. „Dat zenden we nooit uit: een laag-bij-de-gronds soldatenwijsje, zei Geerink Bakker altijd".

Mynko Geerink Bakker, universitair afgestudeerd musicoloog, sinds 1946 werkzaam bij de NCRV, legde de lat hoog. Zo weerde hij alle liederen van Johannes de Heer, hoewel die bij een groot deel van het protestantse volk populair waren. Ook andere door christelijke koren veelvuldig gezongen liederen konden niet door zijn beugel.

In de jaren ’60 kwamen veel verzoeken binnen die muziek wel uit te zenden, maar Geerink Bakker - dit najaar overleden - bleef halsstarrig. Een comité vroeg: Geef ons een half uur radiozendtijd per week, dan vullen we dat zelf. De NCRV weigerde. Toen werd de Evangelische Omroep opgericht.

Kerstmis 1980 heb ik drie keer ‘Ere zij God’ via de NCRV uitgezonden; onder andere in de kerstnacht als eerste lied na middernacht. Weinigen beseften dat dit een doorbraak was.

Protestantse kerken gaan fuseren. Nu de omroepverenigingen nog.

Drs. H. Glimmerveen was in de jaren ’60 en ’70 hoofd informatieve radioprogramma’s bij de NCRV; omstreeks 1980 waarnemend hoofd van de NCRV-radiodienst.

Terug naar het begin van deze pagina


Pakjesavond

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 5 december 2003

Uit mijn actieve jaren herinner ik me: één dag in het jaar vonden journalisten hun werk zinloos; op 5 december. De abonnees hebben het druk met het uitpakken van cadeautjes, het voorlezen van gedichten en het smullen van gevulde speculaas. Geen tijd voor de krant. Een column op een sinterklaasavond in een landelijke krant is me bijgebleven. Daarin legde de schrijver met heel veel woorden uit dat zijn bezigheid die dag volstrekt nutteloos was: zijn verhaal zou wel gedrukt, maar niet gelezen worden, veronderstelde hij.

Maar het klopt niet. In mijn jongste jaren vierden wij thuis uitbundig sinterklaas. De goedheiligman kwam zelfs langs. Pas later besefte ik dat wij kinderen toch al ruim voor acht uur in bed lagen. Daarna hadden mijn ouders nog volop tijd om De Standaard te lezen.

Niemand hoeft vanavond naar de koorrepetitie of een clubavond. Het is geen koopavond, er staat geen huiswerk voor morgen in de agenda. Velen mogen vanmiddag van hun baas iets eerder naar huis. Juist extra tijd voor de krant van vandaag dus.

Trouwens, niet iedereen viert sinterklaas. Of het blijft simpel: een echtpaar waarvan de man aan zijn vrouw en de vrouw aan haar man een cadeautje geeft - dat is betrekkelijk gauw klaar.

Ik kan me voorstellen dat de niet- of sobervierders toch wel een beetje in de sinterklaasstemming willen komen. Televisie is daarvoor het medium bij uitstek. Het valt elk jaar tegen wat de omroepen voor hen doen. Kijk maar in het programmablad: vrijwel elk programma na Sesamstraat zou ook op iedere andere avond uitgezonden kunnen worden. Jammer.

Overigens: u bent het beste bewijs dat ook het schrijven voor de krant van 5 december zinvol is. Immers, u hebt deze column gelezen, tot en met de laatste zin.

Terug naar het begin van deze pagina


Verdeeld

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 7 november 2003

Nederland is verdeeld tot op het bot. Lijkt het. Vroeger was het naar mijn indruk anders. We waren eerst (bijna) allemaal tegen nazi-Duitsland, later tegen het communisme. Iedereen was ervan overtuigd dat Nederlands Indië ons toebehoorde; later vonden we allemaal dat Indonesië terecht zelfstandig was. Elke Nederlander was voor sinterklaas; iedereen geloofde in een leven na de dood.

Dat was vroeger. En nu? Sommige media wekken de indruk dat bij elk denkbaar onderwerp de ene helft van de Nederlanders lijnrecht tegenover de andere helft staat.

Dat komt door de werkwijze van sommige omroeprubrieken. Als er een spraakmakende kwestie is, nodigen zij twee mensen met tegengestelde meningen uit. Het streven is niet om tot een akkoord of een compromis te komen. Integendeel, de presentator prikkelt de geïnterviewden tot scherpe tegengestelde uitspraken. En dat is het dan.

Een stap verder gaat de formule van het NCRV-radioprogramma Stand.nl. Dat lanceert elke werkdag een stelling. De luisteraar kan (via sms, telefoon of internet) aangeven of zij/hij het ermee eens is of niet. Voor nuances is geen plek. Aan het eind van het halfuur klinkt: eens 59%, oneens 41% (of een ander percentage). Geen conclusie, slechts het gevoel dat het Nederlandse volk ook op dit punt verdeeld is.

Dat Nederlanders op een flink aantal punten verschillend denken, is niet erg, als we maar beseffen dat we het over verreweg de meeste onderwerpen wel eens zijn. Anders zou onze samenleving in elkaar klappen. En als de meningen uiteenlopen? Soms maakt dat niet uit. En als er wel één standpunt moet komen, hebben we democratisch bedacht dat de meerderheid gelijk krijgt. Zoals deze week bij het FNV-referendum.

Ik kijk uit naar een radio- of televisierubriek waarin wekelijks een onderwerp aan de orde komt waarover Nederlanders het in grote lijnen hartelijk eens zijn. Maar waarschijnlijk is dat te saai.

Terug naar het begin van deze pagina


Publieke omroep onder druk

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 10 oktober 2003

De publieke omroep - nog altijd het beste wat we op het gebied van radio en televisie hebben - staat onder grote druk. De politiek heeft met de afschaffing van de omroepbijdrage het heft in handen genomen, maar zwabbert. Symbolisch is het AKN-gebouw in Hilversum. AVRO, KRO en NCRV moesten hun oude, vertrouwde studio’s verlaten om onder één dak te werken aan een sterk Nederland 1. De verhuizing was nog niet achter de rug of er kwam een ander beleid: alle omroepverenigingen moeten op alle zenders. Zo worden soms twee NCRV-programma’s gelijktijdig, op Nederland 1 en 2, uitgezonden. Dit versterkt allesbehalve de verbondenheid binnen de NCRV. Nu moet het weer anders: EO en AVRO moeten van zender ruilen.

Het is ook onduidelijk waaraan omroepverenigingen moeten voldoen. Soms moeten ze duidelijk hun ideële achtergrond tonen, dan weer moeten alle programma’s op een zender homogeen zijn.

Politici willen sturen maar ze weten nauwelijks waarheen. De VVD ziet weinig in omroepverenigingen; heeft liever omroepbedrijven die aandeelhouders bevredigen. D66 heeft niets op met organisaties wier wortels liggen in de verzuiling, maar voelt ook weinig voor commercie. De PvdA had vroeger innige banden met de VARA, maar lijkt nu de commercie minstens even lief te hebben als organisaties met leden en een ideologie. Alleen het CDA en de ChristenUnie houden nog een beetje van de publieke omroep.

Intussen voeren enkele bladen - met name NRC-Handelsblad en Elsevier - een hetze tegen de publieke omroep; vooral ingegeven door het feit dat de STER bloeit terwijl de advertentie-inkomsten van kranten en tijdschriften teruglopen.

We zullen het nog betreuren als straks de publieke omroep is teruggedrongen tot een marginaal verschijnsel en als we onze informatie en verstrooiing moeten halen uit veelvuldig door reclame onderbroken programma’s van bedrijven wier wijsheid is dat uitzendingen die inhaken op de laagste instincten, het beste verkopen.

Terug naar het begin van deze pagina


Na veertig jaar

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 9 september 2003

Wat is er in die veertig jaar veel veranderd, zeiden mijn vrouw en ik zondag tegen elkaar. We vierden met z’n tweeën een feestje in het land van onze huwelijksreis. Het was heel traditioneel, die zaterdag, de 7e september 1963: ’s morgens het stadhuis, ’s middags de kerk. Die trouwdienst was bijna niet doorgegaan - dat incident haalden we met een glimlach op.

Ik moet eerst zeggen dat ik hervormd was (en ben, sinds in 1946 de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband opgingen in de Nederlandse Hervormde Kerk) en mijn vrouw rooms-katholiek. Zij was bovendien officier bij de Koninklijke marine. De Amsterdamse studentenpredikant G. van Leeuwen bij wie ik belijdenis had gedaan, en vlootaalmoezenier pater Van Voorst tot Voorst (jezuïet) bleken bereid samen onze trouwdienst te leiden.

De middag voor de trouwdag hadden we een laatste bespreking. De pater liep ons tegemoet en zei: „De dienst kan niet doorgaan". Geschokt vroegen we naar de reden.

Ik werkte als journalist bij een krant in Amsterdam. Op de trouwkaart stond de bijzondere trouwdienst aangekondigd. Natuurlijk werd daarover in journalistieke kringen gesproken. Een redacteur van De Volkskrant zag er (terecht) nieuws in. Hij belde de pater om informatie en wilde op de ochtend van onze trouwdag publiceren. „Als dit in de krant komt, doe ik het niet", zei de pater, kennelijk kerkelijke tucht vrezend.

„Wacht maar even", zei ik en pakte de telefoon. „Als je dit morgen publiceert, is het bericht onjuist", zei ik tegen m’n collega. Ik legde de zaak uit en hij begreep het. De trouwdienst kon doorgaan.

Tegenwoordig zijn geestelijken al verheugd als paren in de kerk willen trouwen; ook al is het in een gemengde dienst.

De zegen die ons toen is toegebeden, hebben we overvloedig ontvangen, constateerden we zondag, terug in het hotel waar we de eerste dagen als getrouwden hebben doorgebracht.

Terug naar het begin van deze pagina


Naar school

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op woensdag 13 augustus 2003

De kinderen in onze omgeving zijn op deze derde schooldag alweer een beetje gewend. Ik nog niet. Ik vind het nog altijd vreemd op een augustusdag een moeder of vader te zien die het kroost naar school brengt. Augustus is immers dé vakantiemaand. In mijn jeugd was op de lagere school (het woord ‘basisschool’ kenden we niet) de zomervakantie steevast van de laatste vrijdag in juli tot de eerste dinsdag in september. Zo hoort het ook, ben ik geneigd te zeggen.

Uit het Friesch Dagblad, 13 augustus 2003

Waarom eigenlijk? Mensen in de Middeleeuwen overleden in precies dezelfde wereld als waarin ze geboren waren. Maar nu tuimelen de nieuwigheden over elkaar heen. De wereld van nu lijkt in bijna niets op die van mijn jongste jaren. Mijn generatie heeft zich enorm aangepast, in doen en denken. Maar soms blijken dingen die in de jeugd ingeslepen zijn, niet makkelijk weg te poetsen. Augustus vakantiemaand, bijvoorbeeld. Mijn weerzin tegen vloeken. De gulden mag dan al twintig maanden uit de roulatie zijn, bij velen zit hij nog vooraan in de gedachten.

Bij oudere buitenkerkelijken blijkt de herinnering aan kerkelijke elementen uit hun jeugd dikwijls heel levendig. Vroeger leek het of ze zich daartegen afzetten; maar nu hoor je steeds vaker dat die gevoelens nog heel warm zijn, ook al is het geloof in de boodschap verdwenen.

Er zijn ouders die zweren bij de uitspraak: „Ik laat mijn kinderen vrij. Als ze meerderjarig zijn, kunnen ze zelf keuzes maken". Maar zo werkt het niet. De ervaringen en lessen uit de eerste levensjaren vormen een basis waarop een leven lang verder gebouwd wordt.

Als ik die ouders zie die hun kinderen trouw naar school brengen, denk ik wel eens: zouden ze beseffen dat het stempel dat ze op jonge levens drukken, over een halve eeuw nog doorwerkt?

Terug naar het begin van deze pagina


Internet

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 18 juli 2003

In één opzicht doet de ontwikkeling van internet nu denken aan televisie in de jaren ’50 en ’60. Er waren toen (steeds meer) huishoudens met tv en (steeds minder) zonder. Op de werkvloer en op verjaardagen voelde het slinkende aantal tv-lozen zich buitengesloten: aan vele gesprekken konden zij niet deelnemen. Dat eindigde pas toen omstreeks 1970 (vrijwel) iedereen tv had.

Enkele jaren geleden waren mensen met internet nog uitzonderingen. Op recepties zochten ze elkaar op om ervaringen uit te wisselen. Inmiddels heeft een meerderheid van de huishoudens in Nederland internet, maar een aanzienlijke minderheid doet het nog zonder.

Toen de radio opkwam, dacht men dat de krant daaronder zou lijden. Bij de komst van televisie zag men het einde van de radio naderen. Maar nee, krant, radio en televisie blijken naast elkaar te kunnen bestaan.

En internet? Dat biedt een grote verscheidenheid aan producten: directe concurrenten van het aanbod van krant, radio en televisie en nog talloze eigen mogelijkheden (zoals e-mail). Verrassend: terwijl u deze pagina van de gedrukte krant doorneemt, lees ik, ver buiten Fryslân en buiten bereik van elke FD-bezorger, via internet het commentaar dat u rechts ziet staan.

Eigenlijk vreemd dat deze krant en talloze andere instellingen via internet gratis informatie weggeven die ze met veel energie en voor veel geld hebben verworven. Dit kan op de duur alleen als die informatie gecombineerd wordt met reclame. Dat zal internetinformatie verlagen tot het niveau van commerciële televisie: ook ‘gratis’, ook gedirigeerd door adverteerders.

Er moet dus een systeem komen waarmee bezoekers van internetpagina’s kleine bedragen kunnen betalen. Internetbezoekers rekenen er nu nog op alles voor niks op hun beeldscherm te krijgen. Ze zullen eraan moeten wennen voor sommige pagina’s een bedragje te moeten neertellen. Pas als dat technisch mogelijk is, kan internet zich als informatieleverancier gezond ontwikkelen.

Terug naar het begin van deze pagina


Lot

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 20 juni 2003

Buitensporig hoog vinden velen de bedragen die topfunctionarissen elk jaar en aan het eind van hun carrière opstrijken. Zeker, het optreden van één vrouw of man kan het verschil uitmaken tussen een florissante onderneming en een faillissement. Wie het goed doet, mag best een flinke beloning krijgen, maar die hoeft niet extreem hoog te zijn. Vreemd genoeg krijgen ook sommige captains of industry miljoenen mee als ze moeten opstappen wegens abominabele prestaties.

De laatste tijd staan die topinkomens volop in de belangstelling; mede omdat ‘gewone’ inkomens nauwelijks mogen stijgen. Velen spreken hun afschuw erover uit.

Maar vinden we het wel zo erg als sommigen schatrijk worden? Mijn indruk: nee, zolang we maar het idee hebben dat we zelf ook eens tot de multimiljonairs kunnen behoren.

Ik concludeer dit uit het succes van de staatsloterij en andere gokinstellingen. Miljoenen stoppenvrijwillig elke maand tien, vijftien of twintig euro in een heel grote pot waaruit uiteindelijk slechts enkelen een fors bedrag toegeschoven krijgen. Precies het tegendeel van ‘eerlijk verdelen van lusten en lasten’ waarvoor menige politicus en vakbondsfunctionaris pleit.

Een jongen in mijn omgeving antwoordde twintig jaar geleden steevast op de vraag wat hij later wilde worden: „Rijk!". Hij had geen enkel bezwaar tegen topinkomens zolang hij die binnen bereik zag. Nu hij hard moet ploeteren om met een modaal salaris zijn gezin in stand te houden en geen hoop meer heeft ooit de echte top te bereiken, denkt hij anders over het miljoeneninkomen van zijn hoogste baas. Maar hij koopt wel maandelijks een staatslot.

Als ik politici met afschuw hoor spreken over ‘het grote graaien’ denk ik: ze hebben gelijk. Maar waarom pleiten ze niet voor afschaffing van de staatsloterij die velen armer maakt en enkelen heel rijk? (Ik weet het antwoord wel: de hoofdprijs belandt elke maand in de schatkist.)

Terug naar het begin van deze pagina


Trend

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 23 mei 2003

Natuurlijk, elke omroepvereniging kijkt nog wel vanuit haar eigen blikrichting naar de samenleving. NCRV en VPRO verschillen hemelsbreed, om twee tegenpolen te noemen. Maar als het om Haagse politiek en politici gaat, is het op de televisie één pot nat. De parlementaire redacties zullen geen afspraak gemaakt hebben, maar ze volgen wel (bijna) allemaal dezelfde trends.

Dit is niet nieuw. Toen in 1980 het CDA tot stand kwam (door fusie van ARP, CHU en KVP), klonk overal hetzelfde liedje: dit is de aanloop naar de ondergang van de christelijk geïnspireerde politiek. Bij het aantreden van Lubbers in 1982 werd de jonge premier van CDA-huize alom schamper bejegend. Pas enkele jaren later, toen zijn beleid een succes bleek en zijn partij triomfen vierde bij verkiezingen, sloeg de stemming om.

Lubbers’ opvolger Kok verging het heel anders. Hij had weliswaar een ernstig verlies geleden bij de verkiezingen van 1994, maar toen hij desondanks minister-president werd, overlaadde de parlementaire pers hem met warme gevoelens. Die heeft hij tot zijn laatste politieke dagen behouden. Een PvdA-politicus heeft kennelijk bij voorbaat de sympathie op Haagse redactiebureaus.

Nu CDA-voorman Balkenende op de voorste rij staat, slaat de scepsis weer toe. Toen Kok in 1994 met de liberale VVD ging regeren, was dat een staaltje van moed. Nu Balkenende hetzelfde doet, levert het hem vooral hoon op. Sommigen zien het einde voor oudejaarsdag - de wens is kennelijk de vader van de gedachte.

Na al het tumult van de afgelopen anderhalf jaar is het te hopen dat Balkenende II minstens de vier jaren uitzit en in die tijd met krachtige hand regeert. Als dit lukt zullen al die sceptische redacties hun houding moeten bijstellen. Misschien met tegenzin, maar ze zullen er niet aan ontkomen.

Het zou trouwens mooi zijn als de pluriformiteit terugkeert op het Binnenhof.

Terug naar het begin van deze pagina


Zondag

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 6 mei 2003

Mijn eerste kopje koffie, op een zondag gedronken in een restaurant, kreeg ik aangeboden door een ouderling. Ik studeerde in Amsterdam. De wijkpredikant uit mijn geboorteplaats had een beroep naar de hoofdstad aangenomen. Natuurlijk ging ik naar de bevestigingsdienst in de Nieuwe Kerk - toen nog in gebruik bij de kerkelijke gemeente. Daar was ook de rector van ‘mijn’ lyceum, afgevaardigd door de kerkenraad. Hij vond het leuk een oud-leerling te ontmoeten en noodde me na de dienst mee te gaan naar een restaurant op het Damrak.

Ik was grootgebracht met de leer dat je op zondag geen andere mensen voor je laat werken: geen openbaar vervoer, geen dierentuin, geen ijsje. Het was dus heel wat om de uitnodiging van die rector/ouderling te aanvaarden.

De dingen zijn veranderd. Ik heb later voor christelijke media (Trouw, NCRV) op honderden zondagen gewerkt.

Intussen weet ik dat het woord uit de Tien Geboden slaat op de zevende dag, de zaterdag (Sabbat). Christenen hebben die rustdag laten schieten omdat ze op de eerste dag (zondag) wekelijks de opstanding van Christus herdenken. De zondag is dus typisch een herdenkingsdag. Het was zinvol geweest als na 1945 besloten was de dodenherdenking altijd op zondag te houden; bijvoorbeeld op de eerste zondag van mei.

Ik begrijp niets van christenen die dit jaar op 3 mei de gevallenen herdachten omdat dit op zondag 4 mei niet passend zou zijn. Met verbazing zag ik zaterdagavond in het NOS-journaal mensen uit Genemuiden optrekken naar een monument.

Dat moeten ze zelf weten. De donkere kant: vele niet-kerkelijken denken dat die ‘zwarte-kousen-kerk’ de christenheid is. Terwijl de overgrote meerderheid der christenen andere leefregels kent.

Soms denk ik dat wij dezelfde fout maken met aanhangers van de islam. Fundamentalisten trekken aandacht en wij zijn geneigd te denken dat zo de moslims zijn. Terwijl ook daar de extremisten een minderheid vormen.

Terug naar het begin van deze pagina


Nova

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 25 april 2003

„Morgen is er weer een nieuwe Nova". Trouwe actualiteitenkijkers horen die kreet (vrijwel) elke avond voor bedtijd. De grootste verdienste van de rubriek van NPS en VARA is dat hij inderdaad elke avond terugkwam ondanks bloedbaden achter de coulissen. Het is onvoorstelbaar dat directies van serieuze omroepen zoveel fouten konden opstapelen.

Wie dagelijks nieuws wil brengen, moet stabiel en betrouwbaar zijn. Natuurlijk, ook media moeten met hun tijd meegaan. Maar het is wijs veranderingen geleidelijk door te voeren. Zeer zelden besluit een hoofdredactie tot een drastische wijziging in één klap. Die heeft alleen kans van slagen als een hecht redactieteam er volledig achter staat.

Bij Nova trokken de directies een nieuwe hoofdredacteur, Rik Rensen, aan die direct voor vergaande veranderingen moest zorgen. Dat was niet slim: een nieuwe journalistieke baas moet eerst de sfeer op de redactie proeven en het vertrouwen winnen van de medewerkers. Rensen deed dat niet. Voordat hij goed en wel aan de slag was stonden de presentatoren Margriet Vroomans, Rob Trip en Kees Driehuis als oud vuil aan de straat. Zijn aanwinsten, Felix Rottenberg en Matthijs van Nieuwkerk, overleefden de nieuwlichterij ook niet. Tenslotte is ook Rensen verdwenen.

Wat houdt de kijker ervan over? Twee nieuwe presentatoren, Clairy Polak en Jeroen Pauw die het niet beter, maar ook niet slechter doen dan hun overboord gekieperde voorgangers. Een decor dat getuigt van grootheidswaanzin. Een programma dat een kwartier te lang duurt, met te veel studiogesprekken die vaak te lang worden uitgesponnen. Maar ook goede reportages en soms onthullend eigen nieuws.

Dit is niet het resultaat van wijsheid van directies. Er moet een degelijk journalistiek team achter zitten dat zich niet van de wijs laat brengen, zelfs niet door stommiteiten van de hoogste bazen.

Terug naar het begin van deze pagina


Virussen

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 4 april 2003

Berichten over Sars, die geheimzinnige dodelijke longziekte, doen me denken van een studie van m’n zus de biologe. „Bacteriën en parasieten hebben meer invloed gehad op de loop der geschiedenis dan keizers en politici", betoogde zij. „Vooral ziekten hebben ervoor gezorgd dat de samenleving is zoals ze nu is."

In vroegere eeuwen doken regelmatig nieuwe ziekteverwekkers op, met dramatische gevolgen. Mazelen, nu een onschuldige ziekte, richtte een zo grote slachting aan dat daardoor het Romeinse rijk ten val kwam. De pest, ‘de zwarte dood’, kostte in de veertiende eeuw de helft van de Europeanen het leven.

De wereldbevolking verdubbelde van het jaar 1 tot 1600, daarna in 200 jaar en vervolgens steeds sneller, nu in 35 jaar. Toch kregen echtparen vroeger meestal veel kinderen. Nieuwe ziekten brachten het inwonertal ver terug.

Dat de Spanjaarden in de 16e eeuw Zuid-Amerika veroverden, dankten zij niet aan grotere slimheid of betere wapens, maar aan de pokken. Europese soldaten waren ervoor in hun jeugd immuun geworden, maar de Azteken bezweken er in groten getale aan en moesten zich wel overgeven aan Cortez en zijn indringers.

Wij denken dat we besmettelijke ziekten de baas zijn. Maar nee, er duiken nog steeds nieuwe aanvallers op: aids, gekke-koeienziekte en nu sars. Aids heeft vooral in Afrika grote bevolkingsgroepen geveld. Hoe zal het gaan met sars? We zijn geneigd te denken dat medici dit varkentje wel zullen wassen. Maar of dat zal gebeuren, valt nog niet te zeggen.

Sommigen leggen nu een verband tussen sars en de Apocalyps, las ik. Niemand kent dag en uur, maar ook in de tijd van de ‘zwarte dood’ en tijdens andere epidemieën dachten velen dat het eind der tijden gekomen was. Toen was dat een foute veronderstelling.

P.S. De studie waarop deze column is gebaseerd, staat ook op deze website. Klik hier.

Terug naar het begin van deze pagina


Bommen

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 25 maart 2003

Gewoonlijk komen na enige tijd de alledaagse dingen terug in onze hoofden nadat we een tijdlang van slag waren door een schokkende gebeurtenis. Al is de oorlog in Irak bijna een week oud, ik ben nog niet zover dat ik me weer op andere dingen kan concentreren (misschien met uitzondering van Meintje, onze kleindochter, zojuist geboren).

Friesch Dagblad, 25 maart 2003Tegelijk besef ik dat ik niets zinnigs over die oorlog kan zeggen. Als straks alles achter de rug is, zal blijken dat het heel anders is geweest dan ons nu wordt voorgehouden.

Hoe zinloos ook, ik kan het niet laten om urenlang naar die beelden uit Irak te kijken. De grootste schok kreeg ik toen ik, in m’n makkelijke stoel, live de bommenregen zag neerkomen op Bagdad. In een soort visioen zag ik weer de bommen voor mijn ogen vallen, op zondagmorgen 17 september 1944. Tientallen vliegtuigen cirkelden laag over, goed zichtbaar tegen de straalblauwe lucht. Als nieuwsgierige tienjarige was ik buiten om het schouwspel te bekijken. Ineens zag ik hoe een vliegtuig bommen liet vallen. Ze kwamen als zwarte strepen naar beneden, ontploften. Ik liet me plat op de grond vallen. Dichte stofwolken stegen op. Achteraf bleken 49 burgers uit onze wijk omgekomen te zijn. De bom die drie meter van mij af was neergekomen, had onze buurvrouw op slag gedood. Die middag begonnen de luchtlandingen, inleiding tot de Slag om Arnhem.

Ik denk daar niet vaak meer aan. Maar toen de bommen op Bagdad vielen, kwam het boven alsof ik het op dat moment opnieuw meemaakte.

De oorlog zal over een tijdje voorbij zijn; maar de Iraakse kinderen van nu zullen over zestig jaar nog het schrikbeeld van geweld voor ogen krijgen - als ze tenminste de strijd overleven.

Terug naar het begin van deze pagina


Kleintjes

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op woensdag 26 februari 2003

Om de betekenis van een kundige bedrijfsleiding te onderstrepen, vertel ik wel eens het volgende verhaal.

In mijn jeugd had je drie kruideniers die in het straatbeeld even sterk aanwezig waren: Simon de Wit, P. de Gruyter en Albert Heijn. Twee daarvan zijn verdwenen (hun namen zeggen jongeren niets meer), de derde is kampioen in de gruttersbranche. Niet doordat Heijn betere koffie had dan De Wit en De Gruyter of doordat de caissières in de ene winkelketen aardiger waren dan in de andere. Nee, dat kwam doordat de bedrijfsleiding van Heijn goed inspeelde op de behoeften van klanten en de anderen de plank missloegen.

De conclusie blijft staan, ook al blijkt nu dat de leiding van Heijn de laatste jaren grotere fouten heeft gemaakt dan de directies van De Wit en De Gruyter ooit hebben gedaan. Of liever: de fouten van nu hebben veel verder strekkende gevolgen dan die van veertig jaren geleden. Dat komt omdat kruidenier Albert Heijn een wereldgigant wilde worden.

Het lijkt me al een kunst om vanuit Zaandam filialen in Leeuwarden, Sneek, Hilversum en honderd andere plaatsen aan te sturen. De bedrijfstop wilde verder reiken en kreeg ook miljardenbedrijven in de V.S., Argentinië en andere landen duizenden kilometers van Zaandam in zijn greep. Dat ging boven zijn macht.

Het is het streven van deze tijd: bedrijven en organisaties worden samengevoegd omdat dit efficiënter en profijtelijker zou zijn. Je ziet het overal: van scholen en ziekenhuizen tot kranten- en olieconcerns. De managers worden steeds machtiger. Maar als ze de giganten niet meer in de hand hebben, slepen ze ontelbare onschuldigen mee in hun val.

De samenleving moet weer op de kleintjes gaan letten. Die zijn beter te besturen en als er iets fout gaat, heeft dat niet zulke verreikende gevolgen.

Terug naar het begin van deze pagina


Zonder nazorg

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 31 januari 2003

Herdenken is in bij de media. Een jaar na ‘11 september’ werden we overvoerd met herdenkingsprogramma’s en -artikelen. Vandaag staat de geboorte van ‘een prinsesje’ centraal, 65 jaar geleden. Maar dit feestelijke feit wordt overschaduwd door ‘de ramp’. „Niemand had voorzien dat de vlaggen die zo vrolijk gewapperd hadden op de vijftiende verjaardag van Beatrix, de volgende dag weer gehesen moesten worden: halfstok", schreef een krant op maandag 2 februari 1953.

Anders dan bij de herdenking van ‘11 september’ heeft slechts een betrekkelijk kleine minderheid van de Nederlanders van nu persoonlijke herinneringen aan die februarimaand van 1953. Wie het nog weet, vallen de verschillen in de samenleving van toen en nu op: in 1953 slechte communicatie met het rampgebied, trage hulpverlening, late berichtgeving, de eerste beelden pas na een week in de ‘cineac’ (een soort journaal-bioscoop).

Nederland en de halve wereld heeft zich ingespannen om de overlevenden materiële hulp te verlenen. De inspanning om herhaling te voorkomen is groot geweest. Maar opvallend: psychische nazorg bestond niet. Nu staat bij elk ernstig ongeluk een team klaar om getroffenen en nabestaanden te helpen bij de verwerking van de schok. Niets daarvan een halve eeuw geleden.

Dat was ook zo na de oorlog met al zijn ellende. Sprekend voorbeeld: een oom die vanaf 1942 als onderduiker de vreselijkste dingen meemaakte. Na de bevrijding werd hij niet opgevangen, maar naar ‘Nederlands Indië’ gestuurd waar hij tijdens ‘politionele acties’ betrokken was bij gruwelijke moordpartijen. Na thuiskomst in 1949 (geen vak geleerd) moest hij zich maar zien te redden.

In televisie-interviews met overlevenden van de watersnoodramp zie je in deze dagen dat sommigen na een halve eeuw de schok nog niet te boven zijn. De nazorg van deze tijd is een verworvenheid waarvoor we dankbaar mogen zijn.

Terug naar het begin van deze pagina


Te laat

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 13 januari 2003.

De verkiezingen komen een week te laat, lijkt het. De stoomcursus hedendaagse politiek van de omroep hebben we naar mijn gevoel met het lijsttrekkersdebat van zondagmiddag wel afgerond. Ik ben niet afkerig van politieke programma’s. Maar overdaad schaadt. Sinds nieuwjaarsdag denkt elke rubriek er goed aan te doen politici uit te nodigen, met alle mogelijke invalshoeken. Je kunt radio en televisie niet aanzetten op daar zijn ze: Femke Halsema, Jan Marijnissen, Wouter Bos, Jan Peter Balkenende en de rest van het selectieteam. We kennen hun voornamen beter dan die van onze buurvrouw.

Wat moet de omroep er nog aan toevoegen? We hebben alles wel gehad. De politici moeten alleen oppassen geen blunders te begaan. Wat is tegenwoordig een blunder? In de nabesprekingen praten ‘deskundigen’ over vragen als: hebben de discussiedeelnemers alert genoeg gereageerd en spreken ze de r goed uit?

We hebben een dozijn omroepen. Toch lijkt het één pot nat. De tijd dat de VARA spreekbuis was van de sociaal-democraten en de NCRV vooral christen-politici aan het woord liet, is voorbij. Alle programmamakers lijken dezelfde afwegingen te maken. Daarmee bepalen ze wie in beeld komt en in welke opstelling. Daarvan hangt de verkiezingsuitslag in belangrijke mate af.

Op de avond voor de verkiezingen sluit een niet-politicus op tv de reeks af: cabaretier Freek de Jonge, die onlangs zei te weifelen tussen PvdA en SP. De keuze voor hem als campagnesluiter heeft onbetwistbaar de bedoeling de verkiezingsuitslag te beïnvloeden.

Was het maar vast de 22e. Het meest hoop ik dat de kiezers de basis leggen voor een stevig kabinet, want dat heeft Nederland na de Fortuyn-malaise van 2002 hard nodig. Als de omroepen de stembusgangers de komende week daarvan weten te overtuigen, komt het wel goed.

Terug naar het begin van deze pagina


Sterke omroep

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 3 januari 2003

Het AKN-gebouw in Hilversum is hét symbool van het gezwabber met de publieke omroep. Toen er nog geen commerciële zenders waren, konden omroepverenigingen hun kwaliteiten tonen op twee of drie avonden in de week. Tegenwoordig moeten hele zenders zich onderscheiden. Het was dus verstandig dat omroepclusters profiel gingen geven aan zenders. AVRO, KRO en NCRV (AKN) maakten Nederland 1 sterk en gingen zo ver dat ze hun vooroorlogse studio’s verkochten en samen een nieuw gebouw optrokken.

Al voordat het pand betrokken was, bedacht ‘de politiek’ iets anders: de NOS zou voortaan beslissen wat er op de drie publieke zenders wordt uitgezonden. Konden eerder de AKN-programmamakers zich eendrachtig inspannen voor een ijzersterk Nederland 1, nu moeten ze veelvuldig tegen elkaar concurreren als bijvoorbeeld een NCRV-programma op Nederland 2 tegenover een NCRV-programma op Nederland 1 staat. Veelvuldig ook vertoont die laatste zender TROS-programma’s die helemaal niet passen in die omgeving.

Terwijl zo de publieke omroep als gevolg van het beleid van paarse kabinetten ernstig is verzwakt, kondigen VVD- en LPF-politici in hun verkiezingsprogramma’s aan verder te willen met de afbraak. Merkwaardigerwijs doen ze dit terwijl ze zich er goed van bewust zijn dat hun resultaat op 22 januari in hoge mate afhangt van de aandacht die de publieke omroepen de komende (bijna) drie weken aan hen besteden.

PvdA en CDA waren vroeger voorvechters van de publieke omroep. De sociaal-democraten zijn onder de kabinetten-Kok een eind meegegaan met de VVD die alle heil van commerciële omroepen verwacht.

CDA-lijsttrekker Balkenende was een jaar geleden nog vice-voorzitter van de NCRV en weet dus wat er gaande is. Van de kracht van zijn partij en de ChristenUnie hangt het af of er na de aangekondigde herijking van de omroepverenigingen in 2004 nog een solide publieke omroep bestaat.

Terug naar het begin van deze pagina

 

Columns,
verschenen in 't
Friesch Dagblad