Columns in het Friesch Dagblad, 2002

Columns uit 2000

Columns uit 2001

Columns uit 2003

Columns uit 2004

Home

     

Niet alleen voor Friezen

H
enk Glimmerveen is journalist. Hij schrijft al sinds 1989 eens per vier weken een korte column (driehonderd woorden) in het Friesch Dagblad, een regionale middagkrant met ongeveer 20 000 abonnees die gemaakt wordt in Leeuwarden en verspreid wordt in de hele provincie Friesland.

Hierna de columns die in het jaar 2002 zijn verschenen; de laatste bovenaan.

(Voor wie columns uit andere jaren sinds 2000 wil lezen: klik op de groene balk bovenaan deze pagina.)

Links naar de columns op deze pagina:

 

 
Feest

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 6 december 2002

Leuk suikerfeest gevierd gisteravond? Of is dit een ongepaste vraag op de dag na sinterklaas?

Weinig jaren geleden zou de naam van het moslimfeest, bij de afsluiting van de vastenmaand, me niets gezegd hebben. Wat wisten we van de islam? Op school leerden we dat Karel Martel in 732 de oprukkende mohammedanen in Zuid-Frankrijk had tegengehouden en zo’n achthonderd jaar later was hun opmars via de Balkan bij Wenen tot staan gebracht. Daarvoor moesten we nog steeds dankbaar zijn, want stel je voor...

In mijn jongste jaren heerste Nederland nog over het eilandenrijk dat nu Indonesië heet; de grootste mohammedaanse natie ter wereld. Maar kennelijk had Nederland niet de minste belangstelling voor de godsdienst van tientallen miljoenen onderdanen. Op school en in de samenleving hoorde je er nooit over.

Gereformeerden, hervormden en rooms-katholieken waren in ons land eeuwenlang in de weer om zich tegen elkaar af te zetten. Ik herinner me nog dat die gezindten net zoveel afstand van elkaar probeerden te houden als nu menige LPF’er van een imam.

Gek genoeg bejubelden wij protestanten wel de binnenkomst van de bisschop van Myra. Hij was in zijn puur roomse ambtskleding zeer welkom. Goed, er waren kleine groepjes gereformeerden bij wie sinterklaas op de zwarte lijst stond, maar dat vonden wij bekrompen.

Myra lag in Klein-Azië. Met Sint-Nicolaas haalden we dus een Turk binnen, al zagen wij hem liever als Spanjaard. Hij bracht vooral suikergoed en marsepein en daarmee was het op 5 en 6 december bij ons toch ook een soort suikerfeest.

Dat dit jaar de feesten samenvielen (dat gebeurt maar eens in de dertig jaar) heeft mij ertoe gebracht me te verdiepen in de achtergronden ervan en daarmee in de verschillende religies. Dat lijkt me niet slecht.

Terug naar het begin van deze pagina.


Een suggestie

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 8 november 2002

Een tip voor Gerrit Zalm. De lijsttrekker van de VVD heeft zich geschaard achter de media die de aanval op de publieke omroep hebben geopend. De commerciële omroepen die proberen de publieke omroep onderuit te halen, hebben daar een groot financieel belang bij. Als ‘Hilversum’ in de marge is gedrukt, hopen zij de vrijvallende advertentie-inkomsten te kunnen binnenhalen. De uitgevers van kranten en weekbladen die de campagne steunen, hebben een belang in SBS.

Zalm noemt als argument bezuiniging op overheidsuitgaven. Feitelijk is de publieke omroep niet van de staat maar van alle kijkers en luisteraars. Vroeger was dat duidelijk: we betaalden een omroepbijdrage. Die is helaas afgeschaft. Maar de publieke omroep is nog steeds van ons allemaal - en daarvan wil Zalm ons dus gedeeltelijk beroven.

Voor Zalm is er een betere manier om inkomsten te verwerven. Hij zou accijns kunnen heffen op de advertentie-inkomsten van commerciële omroepen. (Voor omroepen die in Luxemburg gevestigd zijn om aan de Nederlandse regelgeving te ontkomen, zou dit kunnen via de kabelbedrijven). Er is alle reden voor zo’n heffing. De publieke omroep is sterk beperkt in de ruimte voor de STER. Daarvan profiteren de commerciëlen. Het is dus billijk daar geld weg te halen. Het is zelfs denkbaar om één publieke televisiezender geheel reclamevrij te maken en die zender te betalen uit de accijns op commerciële omroep. Als Zalm het een beetje handig aanpakt, vaart de schatkist er ook nog wel bij.

Natuurlijk, zo’n voorstel zal niet direct bijval verwerven van RTL en SBS. Maar Zalm zou zijn kiezers heel goed kunnen uitleggen dat dit plan de kijkers ten goede zou komen.

Eerlijk gezegd: ik vrees dat bij de VVD de moed ontbreekt om met zo’n gezond idee op de proppen te komen. Misschien is het wel iets voor één of meer andere politieke partijen.

Terug naar het begin van deze pagina.


Masker

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 22 oktober 2002

Een incident. Vijftien seconden; twintig misschien. Ik keek naar het NOS-journaal. De voordeurbel ging. We verwachtten niemand en op zaterdagavond komt zelden onverwacht bezoek.

Mijn vrouw liep de gang in; zei: "Vreemde figuur". Onze voordeur heeft ruitjes. Erboven brandt een lamp. Uit de gang zie je wie voor de deur staat.

Een man met een pikzwart gezicht. Ik dacht aan Sint Maarten als geschminkte kinderen komen zingen in de hoop op een versnapering. Dus ik deed de voordeur open.

Ik keek in een masker. De huid van de nek was blank.

Ik vroeg vriendelijk wat hij wilde.

"Hebt u een karweitje voor een zwerver-Piet?"

Rare vraag. "Nee", zei ik.

"Weet u het zeker?", vroeg hij en tegelijk deed hij een stap naar voren.

Ik gooide met een klap de deur dicht. De knip viel in het slot op hetzelfde ogenblik waarop de man met twee handen en zijn volle gewicht tegen de deur stootte. Hij was een fractie van een seconde te laat. Door de raampjes zag ik hem wegrennen.

Ik trilde op mijn benen. Mijn vrouw, ook duidelijk geagiteerd, riep: "Nu 112 bellen!".

Ik aarzelde. Moet je daar de politie mee lastig vallen? Maar ik deed wat ze zei.

Tien minuten later zaten twee agenten in onze huiskamer. Ze maakten aantekeningen. Mijn vrouw opperde dat het misschien een grap was. "Gelooft u dat maar niet", zei de agent.

De politiemensen vertrokken. Wij bleven trillend van de zenuwen achter, vol vragen. Was er een tweede die zou zijn gevolgd als de eerste kans had gezien binnen te komen? Hoe hadden wij uitgeschakeld moeten worden zodat hij zijn gang kon gaan in huis? Is het gevaar voorbij of zou hij terugkomen?

Gelukkig kwamen even later onze beide zonen nadat we hadden gebeld. Daarna hebben we goed geslapen.

Terug naar het begin van deze pagina.


Web-politiek

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op donderdag 10 oktober 2002

Internet gaat een grote rol spelen in de politiek. Dat word ik me steeds meer bewust. Aanleiding: het CDA laat voor de allereerste keer alle leden zijn partijvoorzitter kiezen. Vandaag eindigt de termijn om het stembiljet in te sturen. Het bestuur heeft wel voorwerk gedaan: de keuze is beperkt tot twee personen, Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart en Jan Krapels.

Beiden hebben een eigen website. Die van mevrouw Van Bijsterveldt vind ik de mooiste. Zij presenteert zich op een overtuigende manier. Lang geleden konden politici zich voor verkiezingen alleen vertonen in zalen. Later werd televisie hét medium om voor het voetlicht te komen. Tv-uitzendingen hebben een flink deel van de verkiezingsuitslag van 15 mei bepaald.

Nu wordt internet een middel voor politici om op persoonlijke wijze contact te onderhouden met kiezers. Het aardige is dat internet - anders dan televisie - wisselwerking mogelijk maakt. Mevrouw Van Bijsterveldt toont zich bereid via internet en e-mail van gedachten te wisselen met partijleden. Door omstandigheden heb ik al drie keer een mailtje van deze kandidate ontvangen. Wat opviel: het tijdstip van verzending van de mailtjes. Het eerste kwam zeven minuten na middernacht, het tweede op zaterdagavond en het derde enkele dagen later tegen half twee in de nacht.

Natuurlijk, zolang Marja van Bijsterveldt nog niet tot partijvoorzitter gekozen is, gaat het werk, verbonden aan het burgemeesterschap van Schipluiden, voor. Kennelijk komt ze pas op ongewone tijden aan internet toe. Voor haar hoop ik dat dit anders wordt zodra ze partijvoorzitter is.

Ik realiseer me dat internet een grote rol gaat spelen in het leven van de politicus van morgen. Zover ik dat kan overzien geven nu nog maar weinig bewindslieden en Kamerleden internet een royale plaats in hun werkschema. Dat zal veranderen en Marja van Bijsterveldt is de nieuwe tijd al ingegaan.

Terug naar het begin van deze pagina.


Handdruk

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 8 oktober 2002

'Laten wij hem gedenken, ieder op eigen wijze...', zei premier Balkenende.

Mijn gedachten gaan uit naar de enige keer dat ik prins Claus een hand heb gegeven. Dat was in mei 1965. Nederland had net gehoord van de Duitse diplomaat op wie prinses Beatrix haar oog had laten vallen. De verloofden ontvingen tijdens een kennismakingsbezoek gasten in het Havengebouw in de hoofdstad. Ook ik kreeg een uitnodiging, als voorzitter van de afdeling Amsterdam van de Protestants-Christelijke Journalisten-Kring (PCJK).

Het was niet vanzelfsprekend in te gaan op zo’n uitnodiging. Claus von Amsberg was immers een Duitser en, erger nog, in de oorlog was hij bij de Wehrmacht geweest. Dat wekte weerzin, zeker in het ‘linkse’ Amsterdam.

Sinds een studiebezoek aan Berlijn in 1955 keek ik positiever aan tegen Duitsers. Maar de oorlogsellende die ik als kind had doorgemaakt, maakte me wel afkerig van een ex-Wehrmacht-militair. Ik heb gewikt en gewogen. Uiteindelijk had ik geen argument om de uitnodiging af te slaan.

Ook mijn echtgenote was welkom. Maar het lukte niet haar ertoe te bewegen me te vergezellen. Ze was zwanger (op 19 juli zou ons eerste kind, Vincent, geboren worden). Haar situatie was duidelijk zichtbaar, maar mij leek dat geen bezwaar. Misschien hoopte de prinses ook eens zwanger te worden, zei ik. Maar nee; haar positiekleding zou uit de toon vallen, dacht ze.

Ik drukte eerst de gelukkig ogende prinses een hand. Daarna begroette ik Claus. Beatrix wilde voor hem vertalen wat ik tegen haar had gezegd, maar na enkele woorden stopte ze. Ze merkte dat ik al in het Duits in gesprek was met Claus.

In mijn journalistieke leven heb ik vele malen kranten en uitzendingen gemaakt over prins Claus en andere leden van het koninklijk huis. Maar toen ik zondagavond hoorde van het overlijden schoot die handdruk me het eerst in gedachten.

Terug naar het begin van deze pagina.


Overvloed

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op woensdag 11 september 2002

Iedere programmamaker van radio en televisie heeft die tik: als er iets aan de hand is, bedenk je wat je er in je rubriek mee kunt. Logisch in de sector van nieuws en actualiteiten. Maar het gebeurt ook in andere hoeken van het brede veld dat de omroep beslaat. Vandaag is het 11 september. Iedereen zag al maanden aankomen dat er nu herdacht moet worden. In de Verenigde Staten gebeurt dit tot in het absurde. Ik hoorde een Amerikaan spreken van ‘overkill', veel te veel. Bij een krant is centrale sturing: de hoofdredactie zorgt ervoor dat een thema passende aandacht krijgt; maar dat er ook ruimte is voor andere zaken. Bij radio en televisie gebeurt dit veel minder. Natuurlijk, centraal is beslist dat vandaag de herdenking in New York live wordt uitgezonden. Daarnaast roept elke rubriekchef de creativiteit in iedere medewerker op. Je zult zien dat bijvoorbeeld ook ‘Man bijt hond', ‘B&W' en ‘Rondom tien' gaan over de aanslag. Zelfs de NCRV-politieserie op Nederland 2 haakt erop in. De kijkers en luisteraars willen dat toch? Ja en nee. De meesten van ons zijn gevoelig voor afgeronde jaren. Daarom vieren we verjaardagen, in voorkomende gevallen een trouwdag, een zilveren ambtsjubileum. Het is ondenkbaar dat de wereld vandaag voorbijgaat aan die gruwelijke aanslagen van een jaar geleden. Het verbaast me elke keer dat de omroep feesten als Kerstmis en Pasen vrijwel negeert: het gewone uitzendschema wordt gehandhaafd alsof het niet bijzondere dagen zijn. Bij de herdenking van de elfde september slaat de meter door naar het andere uiterste. Je zou een evenwichtiger programma-aanbod wensen. Maar dat bereik je alleen met een centrale sturing. Die is er niet en dat is maar goed ook: een stroom van richtlijnen uit een hoge NOS-toren slaat elke creativiteit dood. Per slot is te veel beter dan te weinig.

Terug naar het begin van deze pagina.


Zelfstandig

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 16 augustus 2002

Met spanning volg ik de dodensprong van Het Parool. Gaat die krant lukken waar de VARA niet in slaagde?
De ‘oude’ media zijn allemaal ontstaan uit idealisme. De afgelopen decennia brachten een omslag. De meeste kranten en alle omroepverenigingen werden ingekapseld in grote organisaties die de neiging hebben voor te schrijven hoe zij zich moeten gedragen. Als dat keurslijf gaat knellen, lonkt de terugkeer naar de oude situatie van ‘kleine zelfstandige’. De VARA kondigde indertijd aan uit de publieke omroep te willen stappen, maar het bleek niet haalbaar om als ideële commerciële omroep verder te gaan.

Bij de publieke omroep wordt de situatie steeds hachelijker. Onder ‘paars’ zijn de omroepverenigingen stelselmatig in de hoek gedrongen, met als uiteindelijk doel hen uit de samenleving te bannen. Het kan nog erger. De huidige coalitiepartij LPF wil vanuit Den Haag de inhoud van de uitzendingen bepalen. „Met een andere wetgeving komen er andere programma’s", aldus een fractiewoordvoerder.

Bijna alle kranten in dit land zijn terechtgekomen in enorme concerns. Nu het in de mediawereld minder goed gaat willen de concernbazen intensiever gaan sturen. De redactie van Het Parool heeft als eerste gezegd daarvan niet gediend te zijn.

Klein en zelfstandig, kan dat wel? Het Radio 1 Journaal bedacht woensdag, inhakend op het nieuws over Het Parool, dat het in Friesland kan. Hoofdredacteur Lútsen Kooistra van het Friesch Dagblad werd aan de tand gevoeld en het interview werd zelfs twee keer uitgezonden. Als na het FD ook Het Parool zelfstandig blijkt te kunnen voortbestaan, kan het voorbeeld verder navolging vinden. Misschien dat de dreiging uit Den Haag ook bij omroepverenigingen iets losmaakt. Dat zou goed zijn voor de gezondheid van de samenleving. Maar het is niet makkelijk, zoals Het Parool zal merken.

Terug naar het begin van deze pagina.


Vertrossing

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 19 juli 2002

H et woord vertrossing staat nog in het woordenboek, maar kan nu wel geschrapt. Zo’n dertig jaar geleden, na de geboorte van de TROS, was het gebruikelijk met afschuw te spreken over het verschijnsel dat nadruk werd gelegd op amusement zonder diepgang ten koste van educatieve en levensbeschouwelijke waarden. Dat was schokkend toen er alleen publieke omroep was. Nu is voor commerciële omroepen het inspelen op lage instincten een belangrijke winstmaker. Geweld en sex worden onbeschaamd uitgezonden - en ook zeer persoonlijke emoties zijn te zien in Big Brotherachtige programma’s.

Vandaag komt de allernieuwste onbeschaamdheid voorbij: het opgraven van een doodkist. Een inbreuk op het respect voor een dode dat in onze samenleving regel is. Wat is er trouwens aan te zien? De uitzending past in de bijna religieuze verheerlijking van Pim Fortuyn van wie in LPF-kring voortdurend gezegd wordt dat hij nu ‘van boven neerkijkt’ op zijn volgelingen die streven naar zijn postume goedkeuring. De opgraving van vanavond moet een soort opstanding uit het graf worden; de rondvlucht van het lijk, morgen boven Rotterdam, een ‘hemelvaart’.

Waar sommige omroepen elke ethische maatstaf terzijde leggen, moeten kijkers zelf bepalen wat ze in hun huiskamer en in hun leven dulden. Gelukkig zijn er alternatieven, maar ze kunnen schaarser worden. Twee toekomstige regeringspartijen, VVD en LPF, willen de publieke omroep inperken en LPF’er Cees van Leeuwen krijgt als staatssecretaris de media in zijn portefeuille. Het is de hopen dat premier Jan Peter Balkenende, tot voor kort vice-voorzitter van de NCRV, hem onder de duim weet te houden. Ik ben ervan overtuigd dat miljoenen kijkers prijs stellen op omroepen die nog steeds ethische maatstaven aanleggen bij de beslissing wat zij wel uitzenden en wat niet.

Terug naar het begin van deze pagina.


Omroepen

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 18 juni 2002

Kabinetsinformateur Donner en zijn gesprekspartners hebben over de toekomst van de omroep nog niet gesproken en het is de vraag of dat ervan komt. Toch zou dat nuttig zijn.

Onder ‘paars’ is de positie van de publieke omroep er niet op vooruitgegaan. Omroepverenigingen als NCRV, EO, KRO en VARA is de zendmachtiging ontnomen. Alleen de NOS heeft een ‘concessie’ voor landelijke omroep. De NOS bepaalt hoeveel geld omroepverenigingen krijgen en wanneer hun programma’s worden uitgezonden. Dat een omroepvereniging haar stempel op enkele avonden in de week kon drukken, is ver verleden tijd. Een paar jaar geleden mochten groepjes omroepen een zender vullen (bijvoorbeeld: NCRV, KRO, AVRO en IKON Nederland 1). Ook dat is afgeschaft, zodat vanavond een NCRV-politieserie verdwaald op Nederland 2 staat. Dat een aansprekend programma als Copyright mens tegenwoordig in het holst van de nacht wordt vertoond, ligt niet aan de NCRV. Dat heeft de NOS zo bepaald.

In 2004 wordt bekeken of de omroepverenigingen daarna nog aan de bak komen.

Ook Europa bemoeit zich met omroepbeleid. De Europese Unie heeft de neiging omroep vooral te zien als een economische activiteit; niet als een middel om burgers te informeren, om cultuur uit te dragen.

Voor de toekomst van de omroep zijn ook technische ontwikkelingen van belang: digitalisering, internet, vergroting van het aantal uitzendkanalen.

Het is dringend nodig dat het toekomstige kabinet een duidelijke visie heeft op de omroep. Of CDA, VVD en LPF daartoe kunnen komen, is de vraag. Het CDA hecht aan een sterke publieke omroep, de VVD knabbelt daar graag aan ten behoeve van ‘de markt’ en Pim Fortuyn heeft zich nauwelijks met de omroepproblematiek beziggehouden. Jan Peter Balkenende was tot voor kort vice-voorzitter van de NCRV. Laten we hopen dat hij de kennis die hij in die functie heeft opgedaan, meeneemt in de formatie en in zijn toekomstige kabinet.

Terug naar het begin van deze pagina.


Nederlagen

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op donderdag 13 juni 2002

We zaten met z´n zestienen in de klas. Eindexamen. Ieder hoopte het diploma te halen. Maar we hadden ook een collectief verlangen: allemaal slagen. We duimden met z’n allen voor een kneusje en waren in de wolken toen ook zij geslaagd was.

Later werkte ik op de redactie van een krant. Zes dagen in de week probeerden we het beste van het beste te maken. Natuurlijk bekeken we met argusogen andere dagbladen. Soms juichten we omdat we die primeur echt alleen hadden. Soms keken we op onze neus: we hadden een steek laten vallen en anderen hadden het er beter afgebracht. Maar altijd kon iedereen gewoon verder: wij en alle concurrenten.

Zo gaat het bijna overal waar ‘de markt’ regeert: competitie om de beste te zijn, maar wie de top niet bereikt, kan toch voortbestaan en proberen een volgende keer wel de succesvolste te zijn.

Waarom ik dit opschrijf? Om aan te geven waarom ik commerciële sportevenementen verafschuw. Neem nu dat wereldkampioenschap voetbal dat bijna halverwege is. Teams uit 32 landen traden aan. Uiteindelijk slaagt er maar één. Alle aandacht gaat uit naar de winnaars en op de laatste dag van deze maand staat de hele wereld te juichen om de wereldkampioen. Maar wat een half verborgen verdriet, bij spelers en bij supporters (en dat zijn er nogal wat). Elke dag krijgen enkele landen een doodklap. De Nigerianen hadden misschien niet meer verwacht. Maar de supporters uit Frankrijk en Argentinië kregen al vroeg in het toernooi hun verdriet te verwerken en vandaag moesten de 1,3 miljard Chinezen slikken.

Deze commerciële wedstrijdsport doet me denken aan de gladiatoren in het oude Rome. Zij traden twee aan twee aan en de strijd was gestreden als één van beiden dood was neergevallen. Het volk op de tribunes juichte de winnaar toe en niemand bekommerde zich om de dode. Zo gaat het dus nog steeds. Wreed, hoor.

Terug naar het begin van deze pagina.


Tegendraads

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op zaterdag 1 juni 2002

Als er iets met voetbal is, word ik een tikkeltje tegendraads. Voetbal zegt me niets. Maar als journalist heb ik een antenne voor dingen die iets losmaken in de samenleving. Dus kan ik er niet aan voorbijgaan.

Voetbal op televisie vind ik stomvervelend. Dat zal wel komen doordat ik de spelregels niet ken. Is er een doelpunt, hoor ik dat het niet geldig is: buitenspel! Geen idee wat dat is en geen televisiecommentator die dat uitlegt.

Een voordeel van televisievoetbal: je hoeft niet te kijken. Bij gejuich kijk je op. Je hebt het doelpunt gemist, maar geen nood: het wordt onmiddellijk herhaald.

Op de tribune moeten ze het zonder herhalingen doen. Ik weet dit want ik heb twee keer een voetbalwedstrijd bijgewoond.

De eerste keer was in Koudum. De stad waar ik opgroeide, Wageningen, was bij de slag om Arnhem in september 1944 ontruimd. Na allerlei omzwervingen waren wij als vluchtelingen (evacués zei men toen) in Zuid-West-Friesland beland. Daar bevrijdden de Canadezen ons op 17 april 1945. De enige feestelijkheid was een voetbalwedstrijd tussen Koudum en Hindelopen. Met een handjevol jongens zat ik op een geïmproviseerde tribune. De gasten wonnen.

Veel later, maar toch alweer dertig jaar geleden, zag ik mijn tweede wedstrijd. Ik werkte bij de NCRV-radio. Onze sportredacteur vermoedde dat ik wel enthousiast zou worden als ik een wedstrijd meebeleefde. Hij nam me mee naar Nederland - Polen in het Feijenoordstadion. Ik heb me zitten vergapen aan het uitgelaten publiek. Na de pauze was ik verbaasd dat de Nederlanders de bal in eigen doel schopten. Op de terugweg legde de sportredacteur uit dat halverwege de doelen worden gewisseld. Dat hadden ze vooraf wel aan het publiek mogen uitleggen.

Vanwege het streven naar het grootste geluk voor het grootste aantal mensen moet liefst het team met de grootste achterban winnen. Dat Frankrijk (met 59 miljoen inwoners) gistermiddag verloor van Senegal (10 miljoen inwoners) is dus fout. Maar als heel zwart Afrika er gelukkig mee is, valt er niets te klagen.

Terug naar het begin van deze pagina.


Politieagent

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 17 mei 2002

Ineens stond een politieagent in mijn stemlokaal. Niet de vriendelijk ogende surveillant aan wie je denkt bij ‘Meer blauw op straat’, maar een vervaarlijke man met motorhelm, witte jas, pistool, wapenstok en handboeien duidelijk zichtbaar aan zijn broekriem. „Alles goed hier?", vroeg hij vriendelijk.

De brief die leden van stembureaus in Hilversum op 15 mei 2002 in de koffer met documenten vonden (verkleind weergegeven).

Sinds 1980 ben ik bij elke verkiezing voorzitter van een stembureau: een leuke klus, steeds in een gemoedelijke sfeer. Eergisteren was dat niet anders. Wel schrok ik van een gemeentelijk papier in de materiaalkoffer met een fors opschrift: „Wat te doen bij calamiteiten?" „Wanneer er op uw stembureau een onprettige sfeer ontstaat, heeft de politie liever dat u te snel belt dan te laat. Er zijn bij de politie regelingen getroffen om snel ter plaatse te zijn". Er stond ook wat we moesten doen bij ‘een ernstig bedreigende situatie’.

Ik had weinig aandacht geschonken aan dit papier, tot die agent voor me stond. Na een gemoedelijk praatje verdween hij, nog even vragend: ‘Is de wijkagent al geweest?’.

Ik had geen moment gedacht aan de mogelijkheid van geweld in het kieslokaal. Maar ineens bedacht ik dat de moord op Fortuyn in mijn gemeente is gepleegd. Het was een Harderwijker tegen een Rotterdammer, maar wel hier in Hilversum. Kennelijk zijn gemeentebestuur en politie op alles voorbereid. Woensdagavond vertelde mijn vrouw geschokt dat één straat verderop drie auto’s beklad waren met hakenkruizen.

De verkiezingsuitslag wekt bij mij dubbele gevoelens op. Prachtig dat Balkenende leiding kan gaan geven in het land; verschrikkelijk dat de regering nauwelijks heen kan om een stel onervaren Kamerleden, puttend uit het gedachtegoed van het recht van de sterkste.

Verontrustend vind ik dat de samenleving zo ruw is geworden dat stembureauleden kennelijk beducht moeten zijn voor bedreigende situaties.

De eerste taak van Balkenende zal zijn om de rust in dit land terug te brengen. De volgende keer wil ik agenten graag alleen als kiezers.

Terug naar het begin van deze pagina.


Te snel vergeten

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 30 april 2002

T elevisiejournalisten moeten zich schamen. Althans: de meesten van hen die zich met politiek bezighouden. Excuus dat ik u op deze mooie Koninginnedag met mijn kwaadheid lastig val. Het moet me van het hart.

De ergste is Frits Wester van RTL4 die vaak beweert dat een commerciële omroep even serieus met het landsbestuur bezig is als de publieke zenders. Zaterdagavond laat bewees hij het tegendeel: hij verlaagde de politiek tot een vulgaire kermisattractie.

Nog meer ergert het me dat journalisten zo vergeetachtig zijn. Enkele maanden geleden liet de uit het niets opdoemende Pim Fortuyn zich over moslims uit zoals zeventig jaar eerder de nationaal-journalisten over joden. Begin februari liet dezelfde Fortuyn weten dat artikel 1 van de Grondwet geschrapt moet worden. Dit artikel verbiedt discriminatie door de overheid. Fortuyn wil dus de ruimte om sommige Nederlanders op grond van ras of sekse uit te sluiten van overheidsfuncties.

Leefbaar Nederland had Fortuyn tot lijsttrekker gebombardeerd. In februari liet de man weten zich niets aan te trekken van de afspraken die hij met zijn eigen partij gemaakt had. Fortuyn ontpopte zich als een onbetrouwbare partner. Het LN-bestuur - ook geen lieverdjes - liet hem prompt vallen.

Uit tactische overwegingen laat Fortuyn nu extreme praat achterwege. Maar Fortuyn is geen ander geworden. Als hij mocht gaan deelnemen aan de macht, zal hij proberen zijn verderfelijke ideeën waar te maken.

Mij ergert dat geen enkele televisiejournalist Fortuyn confronteert met zijn uitlatingen van nog geen half jaar geleden. Niemand vraagt ook voor de camera aan Jan Peter Balkenende of hij denkt inderdaad een akkoord te kunnen bereiken met iemand die zulke kwalijke opvattingen heeft.

Een optreden van Fortuyn leidt tot hoge kijkcijfers; en die zijn blijkbaar belangrijker dan de onthulling van zijn ware aard.

Ik hoop dat die maffe televisiejournalistiek ons land na de verkiezingen niet zal opbreken.

Terug naar het begin van deze pagina.


Vier weken

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 16 april 2002

T ip voor een student communicatie die eind 2005 (als het eerste kabinet-Balkenende op zijn eind loopt) een onderwerp voor een scriptie zoekt: de invloed van de media tussen 16 april en 15 mei 2002 op de politieke ontwikkelingen in Nederland.

We beleven vreemde tijden. Een nieuwe partij die ruim voor de verkiezingen uiteen viel. Een politieke buitenstaander die doet of het heil van het land alleen van hem afhangt. Dat is niet alles. Eén minister heeft zijn aftreden aangekondigd; mogelijk volgt het hele kabinet-Kok. Kiezers die vier jaar geleden lauw waren, zitten op het puntje van hun stoel.

Elke kiezer vormt zich een oordeel voor zij/hij over vier weken en een dag een stem uitbrengt. Dat oordeel is mede gebaseerd op wat media voorschotelen. Vroeger lieten redacties zich leiden door de ideële achtergrond van hun krant of omroep. Dat zien we vrijwel nergens meer. Journalisten hebben hun opvattingen, maar laten zich vooral voorstaan op objectiviteit. Bovendien wil iedere journalist zoveel mogelijk mensen bedienen. Die factoren bepalen wat de kiezer onder ogen krijgt. Ze hebben mede invloed op lijsttrekkers. Dezen beseffen dat ze veel in de publiciteit moeten komen en dan liefst op een manier die de dienstdoende redactie behaagt.

Sommige redacties hebben een beleid voor de komende weken uitgestippeld. Zo haalt Netwerk de komende zondagavonden steeds een lijsttrekker door de mangel. Maar journalisten moeten ook reageren op actuele prikkels. Het eventuele aftreden van ministers of zelfs van het hele kabinet kan een rol spelen.

De wijze waarop journalisten de komende vier weken hun werk verrichten, zal grote invloed hebben op de verkiezingsuitslag en dus op de manier waarop ons land tot 2006 geregeerd wordt. Ik hoop dat de mensen bij de media dit beseffen.

Terug naar het begin van deze pagina.


Tv-journalistiek

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op woensdag 20 maart 2002

Natuurlijk, de kiezers hebben het laatste woord. Maar ze stemmen niet met hun ogen dicht. Ze laten zich beïnvloeden door wat zij lezen, horen en vooral: zien. Televisiebeelden blijken erg indringend.

Vroeger had elke omroep zijn eigen invalshoek. Nu niet meer. Televisiejournalisten hollen allemaal in dezelfde richting. In 1994 kwamen ze tot de conclusie dat het na twaalf jaar Lubbers wel een beetje saai werd in Den Haag. Een ‘paars’ kabinet zou voor de nodige opwinding zorgen. Dus stuurden de verschillende rubrieken daarop aan. Met succes.

Het is schokkend te zien hoe nu de televisiejournalistiek Fortuyn in het zadel helpt. De man heeft geen samenhangend beleidsplan; ideeën die onmogelijk uitgevoerd kunnen worden; geen partij; geen kandidatenlijst. De televisie had hem op goede gronden marginaal kunnen behandelen.

Maar nee, hij is opgeblazen tot de grootste ster in televisieland. Het toppunt: vorige week donderdag. Zijn boekje was geen nieuws meer; het was twee dagen eerder al uitgelekt. Toch kreeg hij die dag bij de publieke omroep twee uur zendtijd - in vier rubrieken op drie tv-zenders - om zijn waanideeën uit de bazuinen. Volgens opiniepeilingen werkt dat.

Kennelijk zijn de televisiejournalisten zelf geschrokken van het effect van hun keuzes. Sinds zondag komen regelmatig anderen uitleggen dat Fortuyn gevaarlijk is. Niettemin: EO's Andries Knevel bood Fortuyn gisteravond alle ruimte voor zijn vroom lijkende praatjes.

Politici wapenen zich om het gevaar-Fortuyn af te wenden door zijn beweringen inhoudelijk te weerleggen. Laten we hopen dat de televisiejournalistiek hen tot 15 mei de ruimte geeft. Fortuyn kan dan via de zijdeur afgaan.

Terug naar het begin van deze pagina.


Enquêtes

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 22 februari 2002

We worden doodgegooid met enquêtes die aangeven hoe de Tweede Kamer zou worden samengesteld als er nu verkiezingen waren. Om tureluurs van te worden. Tot 15 mei komen we er niet van af.

Ik heb niets tegen onderzoeken. Stel dat u deze rubriek niet leest en de andere abonnees evenmin - dan kan de redactie hier beter iets anders neerzetten. Hoe komt zij daarachter? Gewoon: door het u te vragen. Omdat het duur is alle abonnees te bellen, ondervraagt men een ‘steekproef' uit de doelgroep. Daar is niets tegen.

Zo kun je ook de politieke voorkeuren peilen door enkele honderden Nederlanders op straat aan te spreken, op te bellen of via internet te ondervragen. Dat gebeurt op grote schaal. Elke televisierubriek heeft haar eigen onderzoekbureau en de uitslagen vliegen ons om de oren. Dat leidt soms tot komische situaties: een partij kan in de ene rubriek groeien en in de andere dramatisch verliezen.

Om conflicten over dergelijke verschillen te voorkomen hebben alle betrokkenen bij het televisiekijkonderzoek gekozen voor één bureau. De uitslagen daarvan zijn even onzeker als van ieder onderzoekbureau; maar er is nooit ruzie over. Op de gegevens zijn de tarieven van televisiereclame gebaseerd, dus het gaat wel om vele honderden miljoenen per jaar.

Door verkiezingsonderzoek worden mensen van de wijs gebracht. ‘Zwevende kiezers' laten zich erdoor beïnvloeden. Bovendien krijgt menigeen de indruk niet meer te hoeven stemmen. Voor de verkiezingen wordt de uitslag immers al met absolute zekerheid gepubliceerd. Ik gniffel dan ook als de echte uitslag sterk afwijkt van alle voorspellingen. Dat is meermalen gebeurd. Dit was geen reden om te stoppen met die peilingen.

Vinden kiezers die enquêtes eigenlijk wel leuk? Goed onderwerp voor een onderzoek! Alleen: niemand zal dat willen houden. Want als blijkt dat verreweg de meeste Nederlanders er net zo'n hekel aan hebben als ik, dan kunnen die onderzoekbureaus hun deuren wel sluiten.

Terug naar het begin van deze pagina.


Troonsopvolging

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op woensdag 6 februari 2002

Wanneer wordt Willem-Alexander koning? Opvallend vaak was die vraag dezer dagen in de media te horen. Niemand weet het antwoord, behalve misschien koningin Beatrix.
Het is vreemd dat de kwestie aan de orde kwam toen de kroonprins trouwde. Het koningschap is niet gebonden aan de gehuwde staat. Als koningin Beatrix in de afgelopen vijftien jaar was uitgevallen, was prins Willem-Alexander ongetrouwd koning geworden. De laatste die ongehuwd ingehuldigd werd, was koningin Wilhelmina (in 1898).
Belangrijker dan het huwelijk is het feit dat koningin Beatrix inmiddels 64 jaar is.  Er bestaat geen leeftijdsgrens voor het koningschap. Het is het enige ambt dat nog leeft in de tradities van de Middeleeuwen. Toen was het gebruikelijk dat iemand zijn functie bleef uitoefenen tot zijn dood. Dat gold voor de vorst, de kasteelheer en voor de boer en de bakker.
Er is geen wet die een Nederlandse vorst of vorstin dwingt op een bepaalde leeftijd terug te treden. Twee koninginnen uit de twintigste eeuw, Wilhelmina en Juliana, hebben (in 1948 en 1980) zelf besloten er een punt achter te zetten. Dat kan koningin Beatrix ook doen (maar ze hoeft niet). Haar moeder droeg het koningschap over op haar 71e verjaardag; haar grootmoeder was 68 toen ze (na vijftig jaar regeren) stopte.
In Nederland stoppen mensen in de regel als ze 65 worden. Willem-Alexander wordt in april 35 jaar oud. De meeste mensen hebben op die leeftijd een vaste baan. Als koningin Beatrix niet aftreedt in april 2003, geeft dit stof voor de veronderstelling dat ze er onvoldoende vertrouwen in heeft dat haar oudste zoon het werk even goed zal doen als zij zelf.
Koningin Beatrix zal toch niet willen dat wij die conclusie trekken. Ik neem dus aan de Willem-Alexander volgend jaar de troon bestijgt, met koningin Máxima aan zijn zijde.

Terug naar het begin van deze pagina.


Het huwelijk

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 1 februari 2002 (de dag voor de bruiloft van prins Willem-Alexander en Máxima)

Natuurlijk kijkt u morgen. En waarschijnlijk leest u alles wat u onder ogen krijgt over 'het huwelijk'. Ik doe dat ook - met een speciale blik. Ik ben vooral nieuwsgierig hoe journalisten het evenement aanpakken. Ten tijde van het vorige kroonprinselijke huwelijk in 1966 was ik chef nieuwsdienst van een landelijke krant. Het was mijn taak in de aanloop naar de bruiloft telkens nieuwe invalshoeken te bedenken. De luchten waren toen veel donkerder dan nu. In 1966 ging de journalistieke aandacht vooral uit naar bedreigingen, uitmondend in rookbommen om de Gouden Koets. Bij de inhuldiging van koningin Beatrix in 1980 werd Amsterdam een slagveld. Nu gaat het toch vooral over de maker van de bruidsjurk en de vraag of de winkels zaterdag open zijn.
Er zijn ook nuances. Sommige media uiten alleen kritiekloze juichkreten, andere zoeken achtergronden. Het mooiste op tv: de NCRV-documentaire Wij, Oranje, waarvan inmiddels drie delen zijn uitgezonden. Geen jubel, geen kritiek, maar een fascinerend relaas over een dynastie van Willem de Zwijger tot Willem-Alexander.
Volgens het NOS-journaal van gisteravond zullen morgen vijftig miljoen mensen in vele (14) landen de kerkdienst volgen. Dat vind ik fascinerend. Kerken weten steeds minder mensen te betrekken bij het evangelie. Maar als de kroonprins en zijn bruid de kerk betreden, willen miljoenen daarbij zijn. Een ongekende kans. Misschien loopt de belangstelling direct terug zodra de trouwdag voorbij is. Maar de vonk kan ook overspringen. Wie morgen getroffen wordt door de trouwdienst op tv, kan besluiten een dag later zelf naar de kerk te gaan. Laten we hopen dat de plaatselijke gemeenten iedereen een warm welkom bereidt, zodat de huwelijksdienst een blijvend gevolg krijgt.

Terug naar het begin van deze pagina.


Laat maar betijen

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 25 januari 2002

Achteraf was de opwinding vermakelijk. Tot ver buiten Friesland maakten mensen zich in december druk omdat de Elfstedentocht deze winter niet kon doorgaan vanwege de politie. De invoering van de euro en het prinselijke huwelijk zouden zoveel inzet eisen dat voor de ordehandhaving bij de ‘tocht der tochten’ onvoldoende menskracht beschikbaar was. De zaak was pas gesust toen een hoge politieman verklaarde dat desnoods de hoofdcommissaris van Zeeland ingezet zou worden om het verkeer bij Bartlehiem in goede banen te leiden. Intussen is er in januari nauwelijks een graadje nachtvorst geweest.

We winden ons vaker op om zaken die niets te betekenen hebben. Twee jaar geleden zouden alle computers op hol slaan bij het begin van 2000. Dit jaar kon de invoering van de euro tot een calamiteit leiden. Deze week waren er de hypes rondom Korthals en Braun. De minister van Justitie kreeg er mateloos van langs omdat hij onvoldoende aandacht had besteed aan ‘bolletjesslikkers’, maar hij overleefde de parlementaire storm. Achteraf kun je vaststellen dat het wel ernstig is dat drugs in de magen van koeriers van criminelen op Schiphol binnenkomen; maar er komt tien keer zoveel van dat spul in zeecontainers onze havens in. Daar hoor je niemand over. Ook met het veel ernstiger feit dat politie en justitie geen aandacht besteden aan honderdduizenden aangiften van criminele daden zit niemand de minister lastig. Met die pater uit Buenos Aires lijkt minder aan de hand dan we enkele dagen lang veronderstelden.

Ik wil van dag tot dag weten wat er in de wereld loos is; en velen met mij. Dat is goed voor de oplage van de krant. Maar soms bekruipt me het gevoel dat ik het maar beter allemaal kan laten betijen. Wie achteraf bij elkaar veegt waarover het land zich heeft druk gemaakt, ziet dat er niet zoveel op de zeef blijft liggen.

Terug naar het begin van deze pagina.

Columns,
verschenen in 't
Friesch Dagblad
-