Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op
vrijdag 8 december 2000
Nee, m’n hoofd staat vandaag niet naar het schrijven van
een column. Dat doet natuurlijk niet ter zake. Ik heb er altijd een hekel aan
als mensen ‘inspiratie’ ter sprake brengen in verband met journalistieke
arbeid. Als een journalist moest wachten op inspiratie voordat hij aan een
artikel kon beginnen, zou de krant zelden bij u in de bus komen en zeker nooit
op tijd. Persoonlijke omstandigheden mogen nooit de inhoud van een verhaal
beïnvloeden.
Een columnist is wat vrijer dan een andere journalist. Maar
ook van haar of hem verwacht de redactie dat zij of hij op tijd een bijdrage
levert over het thema waarvoor zij/hij is aangetrokken. In mijn geval: iets met
betrekking tot media.
Mijn enige media-aandacht betrof deze week het opgeven van
een advertentie in een regionale en een landelijke krant. Dat had ik mijn zoon
en schoondochter beloofd. Op sinterklaasavond baarde mijn schoondochter haar
eerste kind, een meisje, Indi Nonya. Dat moest iedereen in mijn omgeving weten -
en daar heb je dan toch de krant voor nodig. En internet natuurlijk: drie uur na
haar geboorte was er een e-mail naar de naaste familie en stond het meisje op
www.glimmerveen.com.
Soms ben ik een tikkeltje jaloers op dat kleine, tere kind.
Ik ben opgegroeid met krant en radio. Later - ik was al student - kwam sluipend
de televisie binnen. Pas toen ik tot de 60+’ers behoorde, kwamen al die nieuwe
dingen: e-mail, internet, gsm. Ik maak er gretig gebruik van en hoop vurig dat
alle vindingen die nu ontwikkeld worden en waarover ik veel lees, nog mijn deel
zullen worden voordat ik het allemaal niet meer kan bevatten.
Dat kleinkind, dat op de avond van 5 december 2000 ter wereld
kwam, zal het - bij leven en welzijn - allemaal meemaken. Wat een boeiend
vooruitzicht!
Terug naar het begin van deze pagina
Beter? Slechter?
Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op
vrijdag 10 november 2000
Vroeger was alles beter. Dat denken ouderen vaak. Maar
als we het over televisieprogramma’s hebben, klopt dit niet. De beste
programma’s van nu zijn minstens even goed als de goede programma’s uit de
jaren zestig, zeventig en tachtig.
Toch is er wel een verschil. Vroeger waren er nauwelijks echt slechte programma’s.
Nu wordt ons het vuilnis avond aan avond in overvloed aangeboden.
Dit kwam bij me boven toen ik een artikel las over de serie Wilhelmina
die de NCRV nu opneemt voor uitzending in 2001. Ik kreeg de indruk dat dit drama
in kwaliteit niet zal onderdoen voor televisiespelen van vroeger als Bartje
en De Glazen Stad.
Hoe zit het met andere programmagenres? Ik zie regelmatig uitstekende
interviewprogramma’s (onder andere van Rik Felderhof en Andries Knevel),
boeiende documentaires (op Nederland 1 en 3). De journaals zijn - door de
huidige technische mogelijkheden - meer bij de tijd dan vroeger. Alleen mooie
showprogramma’s waarin veel vernuft geïnvesteerd is, zie ik zelden meer.
Vroeger keken vijf- tot zevenmiljoen Nederlanders naar die goede programma’s.
Nu is een half miljoen kijkers al veel. Onze aandacht is nu verdeeld over tien
binnenlandse zenders (Omrop Fryslân inbegrepen), in die ‘goede oude tijd’
waren we dik tevreden met twee Nederlandse zenders.
De vele, vele extra uren zendtijd worden goeddeels gevuld met ondermaatse
programma’s. Althans: naar mijn maatstaven - want al die honderdduizenden die
naar De Bus, Goede Tijden, Slechte Tijden en Sex and the City
kijken, vinden dat vermoedelijk aantrekkelijke programma’s.
Als ik rapportcijfers mocht geven, scoorden de programma’s van vroeger tussen
een zesje en een negen-en-een-half. Onvoldoendes waren er nauwelijks. Nu geef ik
cijfers tussen 2 en 9½. Het gemiddelde ligt dus inderdaad veel lager dan
vroeger; maar wie zorgvuldig selecteert, kan nog steeds op de meeste avonden met
zorg gemaakte, boeiende programma’s op de Nederlandse zenders vinden.
Terug naar het begin van deze pagina
Andere EO
Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op
vrijdag 13 oktober 2000
 |
|
Het boek van prof. dr. H.M. Kuitert, 'Over religie', sinds vrijdag 13 oktober 2000 in de
boekhandel, voor de EO aanleiding voor een uitvoerig gesprek met de theoloog. |
Geboeid heb ik gistermorgen geluisterd naar een
vraaggesprek met prof. H.M. Kuitert, een uur lang via Radio 1 uitgezonden door
de Evangelische Omroep. Kuitert, vroeger een brave gereformeerde dominee, is ver
afgedreven van het geloof der vaderen. Omdat gisteren zijn jongste boek
verscheen, gaf de EO het woord aan de theoloog die eerder Jezus uitrangeerde en
nu ook afrekent met God. En dat zonder kanttekening.
Als de NCRV in de jaren ’60 niet zo halsstarrig had geweigerd liederen van
Johannes de Heer uit te zenden en vaker een predikant uit de rechterflank van de
kerk had uitgenodigd voor een overdenking, was er nooit een EO geweest.
De NCRV kreeg het verwijt zo maar iedereen aan het woord te laten. De EO werd
spreekbuis van mensen die vol overtuiging het orthodoxe geloof uitdroegen. Als
er eens een twijfelaar binnenkwam, werden hem nog in dezelfde uitzending
krachtig de oren gewassen.
EO-directeur en -interviewer Andries Knevel had in het begin nog die neiging.
Maar zeker nu zijn programma is overgeheveld naar Nederland 1, heeft hij zich
ontpopt tot een vakman die heel goed weet waarover het gaat maar die het niet
per se beter wil weten dan de ondervraagde.
Bij de NCRV gold dat de omroep het niet met iedere geïnterviewde eens hoefde te
zijn. Het moest voor de kijker/luisteraar van belang zijn kennis te nemen van
diens opvatting.
Dat was zonder twijfel ook de overweging van de EO: je kunt rillen bij het
aanhoren van Kuitert, maar als christen in Nederland kun je niet doen of zijn
ideeën niet bestaan. Daarom was het een verdienstelijke EO-uitzending.
Mij schiet een opmerking te binnen die een collega bij de NCRV dertig jaar
geleden maakte: De EO zal in de komende decennia de weg gaan die de NCRV eerder
aflegde. Die voorspelling is uitgekomen.
Terug naar het begin van deze pagina
In tel
Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op
vrijdag 15 september 2000
"We móeten dit doen. Zelfs als maar één mens luistert". Dit was
het antwoord van een NOS’er op de vraag welke zin het heeft om de komende
weken hele nachten reportages van de Olympische Spelen in Sydney uit te zenden.
Ik moest terugdenken aan de ‘goede oude tijd’ toen er nog geen kijk- en
luisteronderzoek was. Programmamakers spanden zich tot het uiterste in zonder
een idee te hebben of er iemand luisterde of keek. Natuurlijk vermoedden we wel
dat een radioactualiteitenrubriek op zaterdagmorgen om half acht minder
beluisterd werd dan op maandagmorgen op dezelfde tijd. Maar dat deed er niet
toe; we werkten aan elke uitzending even hard.
"Als een programma goed is, dan is er altijd wel een luisteraar",
verzekerde de toenmalige programmaleider van de NCRV-radio zijn staf.
De wereld is veranderd. De kijk- of luisterdichtheid van elk programma wordt
gemeten en iedereen heeft blijkbaar het grootste vertrouwen in de cijfers. De
hele bedrijfstak is erop gebaseerd. Commerciële omroepen worden geheel, de
publieke omroepen voor een belangrijk deel gefinancierd uit
advertentie-opbrengsten. En adverteerders betalen veel als de cijfers hoog zijn
en laten het afweten bij lage cijfers.
Het tellen rukt steeds verder op. Verscheidene bedrijven ontwikkelen momenteel
systemen om het bezoek aan websites op internet te meten. Ook hier vragen
adverteerders harde cijfers.
Voor mensen die programma’s of teksten leveren, zouden de cijfers eigenlijk
geheim moeten blijven. Ze mogen geen invloed uitoefenen. Of vanavond
twintigduizend Friezen dit stukje lezen of dat u de enige bent - het plezier van
het schrijven van een column in uw krant wordt er niet groter of kleiner door.
Het aantal afnemers van olympische reportages tussen vier en vijf uur ’s
nachts zal niet al te hoog zijn. Het is weldadig dat de publieke omroep zich
daar niets van aantrekt en de komende weken gewoon zijn werk doet.
Terug naar het begin van deze pagina
Gekleurde
zenders
Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op
vrijdag 18 augustus 2000
Met een glimlach heb ik de
berichten gelezen over de zenderkleuring van de publieke televisienetten. Elke
zender krijgt een eigen kleur en daarom moeten vrolijke KRO-programma’s naar
Nederland 2, vernieuwende BNN-programma’s naar Nederland 3. Niet langer komen
alle NCRV-programma’s op Nederland 1; Nederland 2 blijft niet de plek van alle
EO-uitzendingen.
Waarom die glimlach? Omdat nu een plan wordt uitgevoerd dat de NCRV al in 1986
heeft omhelsd.
Ik denk nog verder terug, tot in de jaren ’70. De oudsten onder de lezers
herinneren zich: NCRV en KRO brachten al hun radioprogramma’s op Hilversum 1;
AVRO, VARA en VPRO vulden Hilversum 2 en na vier maanden was er een ‘zenderwisseling’.
Als medewerker van de NCRV-radio bedacht ik een plan voor radiozenderkleuring.
In eigen huis kreeg dat aanvankelijk een koel onthaal, maar toen bleek dat de
KRO er wel wat in zag, ging de NCRV-leiding overstag. Al spoedig werd
radiozenderkleuring ingevoerd.
In 1986 was een derde publiek televisienet op komst; bedoeld om de komst van een
Nederlands commercieel televisiestation te blokkeren. Als beleidsmedewerker van
de NCRV ontwierp ik een plan voor televisiezenderkleuring: Nederland 1
verstrooiend, Nederland 2 informatief en verdiepend en Nederland 3 voor
evenementen en cultuur. De NCRV en de KRO zagen het wel zitten, maar de VARA
verwachtte vooral steun vanuit CDA en PvdA voor een zender met NCRV, KRO en
VARA. Zo geschiedde. Het werd al snel een fiasco. De VARA vluchtte naar
Nederland 3 en de AVRO wilde weg van Nederland 2 waarop de TROS haar stempel
drukte.
Twaalf jaar geleden had televisiezenderkleuring een succes kunnen worden. Nu
lijkt het te laat. Nederland 1 en Nederland 3 hebben een gezicht gekregen. De
NOS poetst dat nu weg, maar de kleuren die ervoor in de plaats komen, lijken erg
flets.
Daarom is mijn glimlach wat bitter.
Terug naar het begin van deze pagina
Nieuwe koers
Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op donderdag 20 juli 2000
Regelmatig hoor je de suggestie: de publieke omroep
moet zich beperken tot die programma’s die de commerciëlen laten liggen.
Dezer dagen weer: de televisierechten van de volgende Europese kampioenschappen
voetbal worden zo duur dat de NOS er maar van af moet blijven.
Die redenering ergert me hogelijk. De publieke omroep is van ons allemaal en
voor ons allemaal. Die moet dus de programma’s maken en uitzenden waar grote
en kleine groepen in de samenleving belangstelling voor hebben. Als anderen ter
wille van adverteerders en aandeelhouders daar nog iets naast willen doen, oké,
maar niet ten koste van ons aller publieke omroep.
 |
| De 'opening' van de
voorpagina van Trouw van 20 juli 2000. In de column wordt naar dit
bericht verwezen. (De zin waarin naar dit bericht wordt verwezen, staat
niet in de krant: geschrapt door de redactie). |
Misschien wordt die redenering langzamerhand onhoudbaar. Vroeger hadden we
veel instellingen van en voor iedereen: de post, de telefoon, de giro, de
spoorwegen, zelfs de KLM. Die hoefden geen winst te maken. Desnoods deed de
overheid er geld bij. Als ze maar een goede service leverden aan alle
Nederlanders.
Dat is achterhaald. Al die diensten worden geprivatiseerd. Ons aller
telefoondienst moet met concurrenten op een veiling bieden om een frequentie
voor bepaald telefoonverkeer te verwerven. Vanmorgen opende mijn ochtendblad (Trouw)
met het bericht dat de staat (dat zijn wij allemaal samen) voor twintig miljard
aandelen KPN gaat verkopen.
Ik ben daar niet blij mee. Maar die ontwikkeling is niet te stoppen. Eigenlijk
een wonder dat de publieke omroep nog bestaat - zij het niet geheel
ongeschonden.
Er zijn ook andere ontwikkelingen die de positie van de omroep beïnvloeden. De
belangrijkste: straks kunnen we televisieprogramma’s uit alle delen van de
wereld via internet op ons scherm oproepen. Nu al kunnen we oude NOS-journaals
binnenhalen; met een piepklein, vaag beeld weliswaar, maar het begin is er.
De publieke omroep zal een nieuwe vorm moeten vinden. Daarbij moet de inhoud van
de programma’s voorop blijven staan; en niet de hoogte van het dividend.
Terug naar het begin van deze pagina
Onderdak
Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 23 juni 2000
In Hilversum is een
grootscheepse verhuizing aan de gang. De KRO en de AVRO hebben hun monumentale
studio’s verlaten; de NCRV vertrekt volgende week uit haar pand op de hoek van
de Schuttersweg en de Bergweg. De drie omroepverenigingen trekken in een
gezamenlijk pand aan de ’s-Gravelandseweg. Maar het idee hierachter - de
omroepen van Nederland 1 onder één dak - is achterhaald: van september af worden
de programma’s van de grote omroepverenigingen verdeeld over de drie zenders
van de publieke omroep (zoals de omroepen ook hun radioprogramma’s op
verschillende zenders moeten brengen).
 |
De NCRV-studio, Schuttersweg 8 in Hilversum, gebouwd in 1939, door
de NCRV verlaten eind juni 2000.
Dit is de voorpagina van een boekje, in 1962
geschreven door programmaleider Gerard Hoek. Na een brand is de top van
het torentje vervangen. |
Jaren geleden dwong ‘Den Haag’ de omroepverenigingen fors te bezuinigen.
Omdat AVRO, KRO en NCRV een televisiezender deelden, lag het voor de hand samen
te werken. Zij richtten de AKN op (de eerste letters van de namen van de
omroepen) die niet-programmatische taken uitvoert en zo kosten bespaart. De
volgende stap was gezamenlijke huisvesting.
Logisch allemaal. Totdat paars Den Haag besloot dat omroepverenigingen niet
langer een vaste stek op een zender mogen hebben. Straks moeten AVRO, KRO en
NCRV ook programma’s aanbieden aan Nederland 2 en 3. Of die ook uitgezonden
worden, is de vraag. Daarover beslist een ‘netmanager’, onder
verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur van de NOS.
Zo holt ‘paars’ stelselmatig de kracht van de omroepverenigingen uit. Het
gloednieuwe pand aan de ’s-Gravelandseweg is al een monument van zwabberend
beleid voordat het in gebruik is.
In de jaren ’30 hebben de oude omroepen hun panden in Hilversum gebouwd. De
NCRV vestigde zich op Schuttersweg 8. Verleden tijd. Dat is geen ramp. Ook
omroepverenigingen moeten met hun tijd mee. Alleen: zij hebben de tijd niet mee.
Leden hebben ze genoeg, maar de paarse Kamerfracties hebben hen laten vallen.
Wat mij het meest verbaast: de omroepverenigingen hebben nauwelijks een kik
gegeven.
Terug naar het begin van deze pagina
Dure grap
Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 26 mei 2000
Technici draven maar door. Programmamensen hinken er
achteraan. En wat doen wij consumenten? Slikken en betalen, denk ik.
Aan internet raken velen van ons gewend. Dat wil zeggen: aan sommige aspecten
ervan, zoals e-mails versturen en eenvoudige informatie opzoeken. Weinigen
luisteren via internet naar radioprogramma’s; maar het kan wel. Het Radio
1-journaal en Met het oog op morgen is via internet beschikbaar. Wie
thuis is, luistert makkelijker (en goedkoper) via het aloude radiotoestel, maar
het is aantrekkelijk voor Nederlanders die even in Peru of Nieuw-Zeeland zijn.
Ook de NOS-journaals van de hele week zijn - piepklein, dat wel - op het
computerscherm binnen te halen.
Het is nog primitief. Technici beloven dat het snel beter wordt. Binnenkort
kunnen we e-mails versturen via de afstandsbediening van de televisie en
televisieprogramma’s in groot formaat bekijken op de monitor van de computer.
We kunnen programma’s kiezen uit alle werelddelen.
Programma’s zijn duur. De omroepbijdrage is al afgeschaft. De overheid gaat
natuurlijk niet uit de belastinggelden al die programma’s betalen die ons
straks ter beschikking staan. Dus zullen we de kredietkaart moeten trekken. We
zullen heel veel kunnen zien, maar de goede programma’s zullen duur zijn en de
goedkope en gratis programma’s zullen feitelijk reclamespots zijn en dus
weinig aantrekkelijk.
Een collectieve kijkersstaking is denkbaar. Een paar jaar geleden weigerden
Nederlanders collectief een gulden per maand te betalen voor sportprogramma’s
(op Sport7) die voorheen gewoon via de NOS in de huiskamer binnenkwamen. Maar
die vlieger gaat geen tweede keer op.
Over enkele jaren kijken we waarschijnlijk nog steeds zo’n tweeëneenhalf uur
per dag naar televisieprogramma’s. Daar betalen we dan wel enkele honderden
guldens per maand voor.
Misschien moeten we maar vast gaan sparen.
Terug naar het begin van deze pagina
Verleden tijd
gepubliceerd in het Friesch Dagblad op
dinsdag 2 mei 2000;
de tekst verscheen ook in Spreek'buis, blad voor omroepmedewerkers, d.d. 5 mei
2000
De NCRV heeft haar verleden opgegeven. Noodgedwongen. Er is geen plaats meer
voor.
Dat moet ik uitleggen.
In 1978 heeft Peter van Campen, toen hoofd Filmzaken van de oudste
protestants-christelijke omroep (opgericht in 1924) het initiatief genomen tot
oprichting van de commissie NCRV-historie. Met veel enthousiasme heeft de
commissie ruim twintig jaar lang zowel voorwerpen als documenten verzameld,
geordend en toegankelijk gemaakt. Ouderen herinneren zich wellicht het lepeltje
dat voor de oorlog cadeau werd gedaan aan iemand die een lid aanbracht. Er waren
ook kalenders, attributen van de liefdadigheidsacties van Johan Bodegraven -
kortom: vitrines en kasten vol voorwerpen. En notulen vanaf de eerste
bestuursvergadering in 1924, draaiboeken, teksten van hoorspelen.
Volgende maand verhuizen NCRV, KRO en AVRO naar een gloednieuw,
gezamenlijk
gebouw in Hilversum. Gevolg van politieke druk: er moest in de
omroep
samengewerkt en bezuinigd worden. De karakteristieke NCRV-studio,
in 1939
gebouwd met giften van leden, is verkocht.
De drie omroepen hebben samen 1150 medewerkers. Er is plaats voor
negenhonderd. Als er al geen plaats is voor mensen (en auto's), dan helemaal
niet voor historische zaken.
De afgelopen maanden heeft de commissie NCRV-historie opgeruimd. Ruwweg een
derde van het bezit is ondergebracht bij het Historisch Documentatiecentrum voor
het Nederlands Protestantisme, verbonden aan de Vrije Universiteit. Een derde is
verhuisd naar het Omroepmuseum in Hilversum (aan te bevelen voor een
interessante dag uit) en een derde is naar de vuilverbranding gegaan.
Sinds het allereerste begin was ik lid van de commissie. Ik werk graag aan de
toekomst, maar besef dat wat er vandaag is en morgen zal komen, voortkomt uit
wat gisteren gebouwd is. Ik was er ook in de allerlaatste vergadering, op 27 april, toen de huidige NCRV-voorzitter Frits Brink de commissie officieel
opgeheven verklaarde. Een moment vol weemoed.
Links boven: de column in het
Friesch Dagblad van dinsdag 2 mei 2000. Rechts: Spreek'buis nam de column over
in de editie van vrijdag 5 mei 2000, in de rubriek Reageer'buis.
Spreek'buis publiceerde twee weken
later, op 19 mei 2000, in dezelfde rubriek Reageer'buis een aanvullende brief
van Daan Buddingh, lid van de directiestaf van de NCRV. Deze brief staat
hier.
Terug naar het begin van deze pagina
Kwetsbaar
gepubliceerd in het Friesch Dagblad op
woensdag 29 maart 2000
U hebt ook een computer? Met internet
waarschijnlijk. Dan zult u meevoelen wat ik doormaak. Wat zegt u? Geen computer
in huis? Dan voed ik met dit stukje uw leedvermaak. Want sinds een week is mijn
computer kapot.
Onherstelbaar.
Hoe groot de ramp is, werd me geleidelijk duidelijk. Voor 1 april moet de
aangifte voor de inkomstenbelasting weg. Dat gaat dus niet. En, besefte ik
direct, ik sta op het rooster voor een column in het Friesch Dagblad. Die
columns schrijf ik altijd met een tekstverwerkingsprogramma, waarna deze per
e-mail kant-en-klaar razendsnel naar Leeuwarden gaat. Kan dus niet doorgaan.
Ik kan aan het eind van de maand m'n betalingen niet doen, want dat gaat al vele
jaren per Girotel. Enkele e-mails moeten beantwoord. Niet dus. Er moeten enkele
brieven weg. Maar die kan ik niet schrijven. Ik kan geen telefoonnummers
opzoeken.
De gegevens over mijn voorouders sinds 1540 staan op www.glimmerveen.com.
Daar moet ik nog wat aan bijwerken. Gaat niet. Sinds enkele weken heb ik ook de
website www.glimmerveen.nl, waar ik
journalistieke en andere creatieve producties op wil zetten. Die site moet ik
nog helemaal opbouwen. Gaat dus nu niet.
Zo kan ik doorgaan. Telkens dat machteloze gevoel: o nee... Pas als de stroom
uitvalt, beseft iedereen hoe afhankelijk de samenleving van elektriciteit is. Nu
mijn computer het heeft laten afweten, begint het tot me door te dringen hoe
verlammend het was geweest als alle computers er in de eerste seconden van 2000
de brui aan hadden gegeven.
U weet nu waarom ik deze week verstek moet laten gaan met een stukje over een
mediakwestie. Een nieuwe computer is in bestelling. De volgende keer hoop ik dus
weer gewoon present te zijn.
Terug naar het begin van deze pagina
Overdaad schaadt
gepubliceerd in het Friesch Dagblad op
vrijdag 3 maart 2000
Voor de poorten van Hilversum staan aankomende omroepverenigingen te
dringen om binnengelaten te worden, met het vooruitzicht binnenkort
gekneveld en uiteindelijk om zeep gebracht te worden. Een merkwaardig
schouwspel.
De paarse Kamerfracties spelen een spel dat niet te begrijpen is als
je alleen goede bedoelingen veronderstelt. Met de aanvaarding van de
Concessiewet heeft ons parlement de omroepverenigingen een stukje verder
in de hoek gezet. De bedoeling is duidelijk: de voor- en naoorlogse
omroepen moeten langzaam maar zeker uit het beeld verdwijnen.
Tegelijk maakten de paarse fracties een vreemde manoeuvre om het
voortbestaan van BNN als publieke omroep mogelijk te maken. BNN heet een
jongerenomroep te zijn maar het is natuurlijk niet zo dat alle jongeren
één pot nat zijn en warm lopen voor het genre programma’s dat BNN
brengt. Het parlement lijkt met de verlaging van de toelatingseisen iets
liefs te hebben willen doen voor een dappere maar normloze jongeman met
ernstige gezondheidsproblemen - en daar is het omroepbestel niet voor.
Er kan nog een andere bedoeling achter zitten. Hoe meer versnippering,
des te chaotischer de situatie. Dat maakt het de paarse partijen
makkelijker over een paar jaar te zeggen: ‘Zo gaat het niet langer,
weg met de omroepverenigingen’.
Intussen willen een Turkse omroep (inderdaad: vertegenwoordiging van
een stroming die in de omroep nog niet aanwezig is), een ouderenomroep,
een zogenaamd op goede doelen gerichte omroep (die beide niets nieuws te
brengen hebben) en een onduidelijke internetomroep nog snel het bestel
binnen om nog een paar jaar te profiteren van de grazige Hilversumse
weiden.
Iedereen weet dat te veel vee op een te klein stukje weiland ertoe
leidt dat uiteindelijk alles wegkwijnt. De paarse fracties die daarop
uit zijn, zien de toeloop dus met genoegen aan. Het
doet de mensen pijn die nog altijd houden van omroepverenigingen als
NCRV en EO.
Terug naar het begin van deze pagina
Nieuwe wegen
gepubliceerd in het Friesch Dagblad op
vrijdag 4 februari 2000
Schokkend: de Partij van de Arbeid geeft niet meer om de VARA. Vorige week
kwam dit aan het licht in de Tweede Kamer bij de behandeling van de wet die de
uitzendvergunningen bij de publieke omroep voor tien jaar regelt.
Ik herinner me hoe, een kleine twintig jaar geleden, de toenmalige
VARA-voorzitter Marcel van Dam zijn beleid liet bepalen door de zekerheid dat de
Kamermeerderheid van PvdA en CDA de VARA, de NCRV en de KRO voor altijd een plek
in het omroepbestel garandeerden, wat er verder ook zou gebeuren. Van TROS,
Veronica (toen nog in het publieke bestel) en de AVRO was hij minder zeker.
Het was al een tijdje duidelijk dat Marjet van Zuijlen,
PvdA-mediawoordvoerder in de Tweede Kamer, gecharmeerd is van commerciële
omroepen. Ze doet daarin nauwelijks onder voor haar VVD-collega’s.
Mediastaatssecretaris Rick van der Ploeg vindt omroepverenigingen verouderd. In
één klap opheffen lukt niet, dus wil hij ze geleidelijk laten afsterven.
De VARA liet blijken in de nieuwe opzet van de publieke omroep geen toekomst
te zien. Maar wat de VARA vindt, kan de PvdA niet schelen: de VARA mag kennelijk
doodvallen. Fractievoorzitter Melkert kwam nog met een voorzichtige liefdesbetuiging, maar zijn fractie floot hem terug en ook onze PvdA-premier Kok
stak geen hand voor de VARA uit.
Een pluriforme publieke omroep waarin de verschillende stromingen in onze
samenleving van zich laten horen en zien, hoeft kennelijk niet meer van een
meerderheid van de Kamerleden.
De VARA zoekt nieuwe wegen. Ook de NCRV en de EO doen dat. Beide lopen voorop
bij het verkennen van mogelijkheden met nieuwe media, met name internet. Dat is
van levensbelang. Als zij straks, mede door de PvdA, in een donkere uithoek van
de omroepwereld worden weggestopt, zullen zij op nieuwe werkterreinen hun
publiek moeten bereiken.
De journalist Henk Glimmerveen was in zijn laatste jaren bij de NCRV hoofd
van de afdeling Studie, Planning en Onderzoek.
Terug naar het begin van deze pagina
Gemis
gepubliceerd in het Friesch Dagblad op
vrijdag 7 januari 2000
Sinds een week missen we iets: een jaar om onze fantasie op uit te leven.
Sinds m’n jonge jaren hebben we altijd zo’n inspirerend toekomst-jaar gehad.
Als kind, tijdens de Duitse bezetting, was het jaartal nog wat onbestemd. Er zou
een tijd komen waarin Nederland vrij zou zijn en waarin fantastische dingen
gingen gebeuren: sinaasappels eten, naar de radio luisteren.
Toen kwam de fantasie van 1984. George Orwell had daar in 1948 een boek over
geschreven. Dat had ik al spoedig gelezen. Zijn voorspellingen spraken me niet
erg aan, maar het jaartal fascineerde. Het leek nog erg ver weg; het was een
idee waarop je al je fantasie kon loslaten. Toen het eindelijk zo ver was en de
eerste minuten van 1984 verstreken, bekroop me even het gevoel een heel
bijzonder jaar te zijn ingegaan. Maar het bleek al gauw een heel gewoon jaar.
Daarna hadden we het perspectief van 2000. Vorige week kreeg ik een krant van
31 december 1900 in handen. Daarin werd al vooruitgegrepen naar 2000. En dat
hielden we vol, zelfs tot vorige week toen opiniepeiler en waarzegger Maurice de
Hond opriep tot hamsteren omdat we bij het begin van 2000 collectief in het
onheil gestort zouden worden.
Heil en onheil - ze zijn beide voorzegd voor 2000. En de meest fantastische
samenleving is ons de afgelopen decennia voorgespiegeld voor dit jaar.
Maar nee, ook 2000 is een gewoon jaar, voor sommigen somber, voor anderen
zonnig maar dat was elk jaar tot nu toe.
Een fantasiejaar in de toekomst hebben we niet meer. Ik hoorde mensen elkaar
‘een gelukkige eeuw’ toewensen, maar we weten dat we geen van allen 2100
zullen beleven, behalve misschien het kindje in de wieg. En geen van de jaren
ervoor heeft het fascinerende van 1984 en 2000 in het verleden.
Om een uitdrukking uit de vorige eeuw te gebruiken: daar
zullen we mee moeten leren leven.
Terug naar het begin van deze pagina