Columns in het Friesch Dagblad, 2000

Columns uit 2001

Columns uit 2002

Columns uit 2003

Columns uit 2004

Home

     

Dertien columns uit 2000

Henk Glimmerveen schrijft al sinds 1989 eens per vier weken een korte column (driehonderd woorden) in het Friesch Dagblad.

Hierna de dertien columns die in 2000 zijn verschenen; de laatste bovenaan.

Voor columns uit andere jaren: klik op de groene balk hierboven.

Links naar de columns op deze pagina:

Jaloers

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 8 december 2000

Nee, m’n hoofd staat vandaag niet naar het schrijven van een column. Dat doet natuurlijk niet ter zake. Ik heb er altijd een hekel aan als mensen ‘inspiratie’ ter sprake brengen in verband met journalistieke arbeid. Als een journalist moest wachten op inspiratie voordat hij aan een artikel kon beginnen, zou de krant zelden bij u in de bus komen en zeker nooit op tijd. Persoonlijke omstandigheden mogen nooit de inhoud van een verhaal beïnvloeden.
Een columnist is wat vrijer dan een andere journalist. Maar ook van haar of hem verwacht de redactie dat zij of hij op tijd een bijdrage levert over het thema waarvoor zij/hij is aangetrokken. In mijn geval: iets met betrekking tot media.
Mijn enige media-aandacht betrof deze week het opgeven van een advertentie in een regionale en een landelijke krant. Dat had ik mijn zoon en schoondochter beloofd. Op sinterklaasavond baarde mijn schoondochter haar eerste kind, een meisje, Indi Nonya. Dat moest iedereen in mijn omgeving weten - en daar heb je dan toch de krant voor nodig. En internet natuurlijk: drie uur na haar geboorte was er een e-mail naar de naaste familie en stond het meisje op www.glimmerveen.com.
Soms ben ik een tikkeltje jaloers op dat kleine, tere kind. Ik ben opgegroeid met krant en radio. Later - ik was al student - kwam sluipend de televisie binnen. Pas toen ik tot de 60+’ers behoorde, kwamen al die nieuwe dingen: e-mail, internet, gsm. Ik maak er gretig gebruik van en hoop vurig dat alle vindingen die nu ontwikkeld worden en waarover ik veel lees, nog mijn deel zullen worden voordat ik het allemaal niet meer kan bevatten.
Dat kleinkind, dat op de avond van 5 december 2000 ter wereld kwam, zal het - bij leven en welzijn - allemaal meemaken. Wat een boeiend vooruitzicht!

Terug naar het begin van deze pagina


Beter? Slechter?

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 10 november  2000

Vroeger was alles beter. Dat denken ouderen vaak. Maar als we het over televisieprogramma’s hebben, klopt dit niet. De beste programma’s van nu zijn minstens even goed als de goede programma’s uit de jaren zestig, zeventig en tachtig.
Toch is er wel een verschil. Vroeger waren er nauwelijks echt slechte programma’s. Nu wordt ons het vuilnis avond aan avond in overvloed aangeboden.
Dit kwam bij me boven toen ik een artikel las over de serie Wilhelmina die de NCRV nu opneemt voor uitzending in 2001. Ik kreeg de indruk dat dit drama in kwaliteit niet zal onderdoen voor televisiespelen van vroeger als Bartje en De Glazen Stad.
Hoe zit het met andere programmagenres? Ik zie regelmatig uitstekende interviewprogramma’s (onder andere van Rik Felderhof en Andries Knevel), boeiende documentaires (op Nederland 1 en 3). De journaals zijn - door de huidige technische mogelijkheden - meer bij de tijd dan vroeger. Alleen mooie showprogramma’s waarin veel vernuft geïnvesteerd is, zie ik zelden meer.
Vroeger keken vijf- tot zevenmiljoen Nederlanders naar die goede programma’s. Nu is een half miljoen kijkers al veel. Onze aandacht is nu verdeeld over tien binnenlandse zenders (Omrop Fryslân inbegrepen), in die ‘goede oude tijd’ waren we dik tevreden met twee Nederlandse zenders.
De vele, vele extra uren zendtijd worden goeddeels gevuld met ondermaatse programma’s. Althans: naar mijn maatstaven - want al die honderdduizenden die naar De Bus, Goede Tijden, Slechte Tijden en Sex and the City kijken, vinden dat vermoedelijk aantrekkelijke programma’s.
Als ik rapportcijfers mocht geven, scoorden de programma’s van vroeger tussen een zesje en een negen-en-een-half. Onvoldoendes waren er nauwelijks. Nu geef ik cijfers tussen 2 en 9½. Het gemiddelde ligt dus inderdaad veel lager dan vroeger; maar wie zorgvuldig selecteert, kan nog steeds op de meeste avonden met zorg gemaakte, boeiende programma’s op de Nederlandse zenders vinden.

Terug naar het begin van deze pagina


Andere EO

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 13 oktober  2000

Het boek van prof. dr. H.M. Kuitert, 'Over religie', sinds vrijdag 13 oktober 2000 in de boekhandel, voor de EO aanleiding voor een uitvoerig gesprek met de theoloog.

Geboeid heb ik gistermorgen geluisterd naar een vraaggesprek met prof. H.M. Kuitert, een uur lang via Radio 1 uitgezonden door de Evangelische Omroep. Kuitert, vroeger een brave gereformeerde dominee, is ver afgedreven van het geloof der vaderen. Omdat gisteren zijn jongste boek verscheen, gaf de EO het woord aan de theoloog die eerder Jezus uitrangeerde en nu ook afrekent met God. En dat zonder kanttekening.
Als de NCRV in de jaren ’60 niet zo halsstarrig had geweigerd liederen van Johannes de Heer uit te zenden en vaker een predikant uit de rechterflank van de kerk had uitgenodigd voor een overdenking, was er nooit een EO geweest.
De NCRV kreeg het verwijt zo maar iedereen aan het woord te laten. De EO werd spreekbuis van mensen die vol overtuiging het orthodoxe geloof uitdroegen. Als er eens een twijfelaar binnenkwam, werden hem nog in dezelfde uitzending krachtig de oren gewassen.
EO-directeur en -interviewer Andries Knevel had in het begin nog die neiging. Maar zeker nu zijn programma is overgeheveld naar Nederland 1, heeft hij zich ontpopt tot een vakman die heel goed weet waarover het gaat maar die het niet per se beter wil weten dan de ondervraagde.
Bij de NCRV gold dat de omroep het niet met iedere geïnterviewde eens hoefde te zijn. Het moest voor de kijker/luisteraar van belang zijn kennis te nemen van diens opvatting.
Dat was zonder twijfel ook de overweging van de EO: je kunt rillen bij het aanhoren van Kuitert, maar als christen in Nederland kun je niet doen of zijn ideeën niet bestaan. Daarom was het een verdienstelijke EO-uitzending.
Mij schiet een opmerking te binnen die een collega bij de NCRV dertig jaar geleden maakte: De EO zal in de komende decennia de weg gaan die de NCRV eerder aflegde. Die voorspelling is uitgekomen.

Terug naar het begin van deze pagina


In tel

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 15 september  2000

"We móeten dit doen. Zelfs als maar één mens luistert". Dit was het antwoord van een NOS’er op de vraag welke zin het heeft om de komende weken hele nachten reportages van de Olympische Spelen in Sydney uit te zenden.
Ik moest terugdenken aan de ‘goede oude tijd’ toen er nog geen kijk- en luisteronderzoek was. Programmamakers spanden zich tot het uiterste in zonder een idee te hebben of er iemand luisterde of keek. Natuurlijk vermoedden we wel dat een radioactualiteitenrubriek op zaterdagmorgen om half acht minder beluisterd werd dan op maandagmorgen op dezelfde tijd. Maar dat deed er niet toe; we werkten aan elke uitzending even hard.
"Als een programma goed is, dan is er altijd wel een luisteraar", verzekerde de toenmalige programmaleider van de NCRV-radio zijn staf.
De wereld is veranderd. De kijk- of luisterdichtheid van elk programma wordt gemeten en iedereen heeft blijkbaar het grootste vertrouwen in de cijfers. De hele bedrijfstak is erop gebaseerd. Commerciële omroepen worden geheel, de publieke omroepen voor een belangrijk deel gefinancierd uit advertentie-opbrengsten. En adverteerders betalen veel als de cijfers hoog zijn en laten het afweten bij lage cijfers.
Het tellen rukt steeds verder op. Verscheidene bedrijven ontwikkelen momenteel systemen om het bezoek aan websites op internet te meten. Ook hier vragen adverteerders harde cijfers.
Voor mensen die programma’s of teksten leveren, zouden de cijfers eigenlijk geheim moeten blijven. Ze mogen geen invloed uitoefenen. Of vanavond twintigduizend Friezen dit stukje lezen of dat u de enige bent - het plezier van het schrijven van een column in uw krant wordt er niet groter of kleiner door.
Het aantal afnemers van olympische reportages tussen vier en vijf uur ’s nachts zal niet al te hoog zijn. Het is weldadig dat de publieke omroep zich daar niets van aantrekt en de komende weken gewoon zijn werk doet.

Terug naar het begin van deze pagina


Gekleurde zenders

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 18 augustus 2000

Met een glimlach heb ik de berichten gelezen over de zenderkleuring van de publieke televisienetten. Elke zender krijgt een eigen kleur en daarom moeten vrolijke KRO-programma’s naar Nederland 2, vernieuwende BNN-programma’s naar Nederland 3. Niet langer komen alle NCRV-programma’s op Nederland 1; Nederland 2 blijft niet de plek van alle EO-uitzendingen.
Waarom die glimlach? Omdat nu een plan wordt uitgevoerd dat de NCRV al in 1986 heeft omhelsd.
Ik denk nog verder terug, tot in de jaren ’70. De oudsten onder de lezers herinneren zich: NCRV en KRO brachten al hun radioprogramma’s op Hilversum 1; AVRO, VARA en VPRO vulden Hilversum 2 en na vier maanden was er een ‘zenderwisseling’.
Als medewerker van de NCRV-radio bedacht ik een plan voor radiozenderkleuring. In eigen huis kreeg dat aanvankelijk een koel onthaal, maar toen bleek dat de KRO er wel wat in zag, ging de NCRV-leiding overstag. Al spoedig werd radiozenderkleuring ingevoerd.
In 1986 was een derde publiek televisienet op komst; bedoeld om de komst van een Nederlands commercieel televisiestation te blokkeren. Als beleidsmedewerker van de NCRV ontwierp ik een plan voor televisiezenderkleuring: Nederland 1 verstrooiend, Nederland 2 informatief en verdiepend en Nederland 3 voor evenementen en cultuur. De NCRV en de KRO zagen het wel zitten, maar de VARA verwachtte vooral steun vanuit CDA en PvdA voor een zender met NCRV, KRO en VARA. Zo geschiedde. Het werd al snel een fiasco. De VARA vluchtte naar Nederland 3 en de AVRO wilde weg van Nederland 2 waarop de TROS haar stempel drukte.
Twaalf jaar geleden had televisiezenderkleuring een succes kunnen worden. Nu lijkt het te laat. Nederland 1 en Nederland 3 hebben een gezicht gekregen. De NOS poetst dat nu weg, maar de kleuren die ervoor in de plaats komen, lijken erg flets.
Daarom is mijn glimlach wat bitter.

Terug naar het begin van deze pagina


Nieuwe koers

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op donderdag 20 juli 2000

Regelmatig hoor je de suggestie: de publieke omroep moet zich beperken tot die programma’s die de commerciëlen laten liggen. Dezer dagen weer: de televisierechten van de volgende Europese kampioenschappen voetbal worden zo duur dat de NOS er maar van af moet blijven.
Die redenering ergert me hogelijk. De publieke omroep is van ons allemaal en voor ons allemaal. Die moet dus de programma’s maken en uitzenden waar grote en kleine groepen in de samenleving belangstelling voor hebben. Als anderen ter wille van adverteerders en aandeelhouders daar nog iets naast willen doen, oké, maar niet ten koste van ons aller publieke omroep.

De 'opening' van de voorpagina van Trouw van 20 juli 2000. In de column wordt naar dit bericht verwezen. (De zin waarin naar dit bericht wordt verwezen, staat niet in de krant: geschrapt door de redactie).
Misschien wordt die redenering langzamerhand onhoudbaar. Vroeger hadden we veel instellingen van en voor iedereen: de post, de telefoon, de giro, de spoorwegen, zelfs de KLM. Die hoefden geen winst te maken. Desnoods deed de overheid er geld bij. Als ze maar een goede service leverden aan alle Nederlanders.
Dat is achterhaald. Al die diensten worden geprivatiseerd. Ons aller telefoondienst moet met concurrenten op een veiling bieden om een frequentie voor bepaald telefoonverkeer te verwerven. Vanmorgen opende mijn ochtendblad (Trouw) met het bericht dat de staat (dat zijn wij allemaal samen) voor twintig miljard aandelen KPN gaat verkopen.
Ik ben daar niet blij mee. Maar die ontwikkeling is niet te stoppen. Eigenlijk een wonder dat de publieke omroep nog bestaat - zij het niet geheel ongeschonden.
Er zijn ook andere ontwikkelingen die de positie van de omroep beïnvloeden. De belangrijkste: straks kunnen we televisieprogramma’s uit alle delen van de wereld via internet op ons scherm oproepen. Nu al kunnen we oude NOS-journaals binnenhalen; met een piepklein, vaag beeld weliswaar, maar het begin is er.
De publieke omroep zal een nieuwe vorm moeten vinden. Daarbij moet de inhoud van de programma’s voorop blijven staan; en niet de hoogte van het dividend.

Terug naar het begin van deze pagina


Onderdak

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 23 juni 2000

In Hilversum is een grootscheepse verhuizing aan de gang. De KRO en de AVRO hebben hun monumentale studio’s verlaten; de NCRV vertrekt volgende week uit haar pand op de hoek van de Schuttersweg en de Bergweg. De drie omroepverenigingen trekken in een gezamenlijk pand aan de ’s-Gravelandseweg. Maar het idee hierachter - de omroepen van Nederland 1 onder één dak - is achterhaald: van september af worden de programma’s van de grote omroepverenigingen verdeeld over de drie zenders van de publieke omroep (zoals de omroepen ook hun radioprogramma’s op verschillende zenders moeten brengen).

De NCRV-studio, Schuttersweg 8 in Hilversum, gebouwd in 1939, door de NCRV verlaten eind juni 2000.
Dit is de voorpagina van een boekje, in 1962 geschreven door programmaleider Gerard Hoek. Na een brand is de top van het torentje vervangen.
Jaren geleden dwong ‘Den Haag’ de omroepverenigingen fors te bezuinigen. Omdat AVRO, KRO en NCRV een televisiezender deelden, lag het voor de hand samen te werken. Zij richtten de AKN op (de eerste letters van de namen van de omroepen) die niet-programmatische taken uitvoert en zo kosten bespaart. De volgende stap was gezamenlijke huisvesting.
Logisch allemaal. Totdat paars Den Haag besloot dat omroepverenigingen niet langer een vaste stek op een zender mogen hebben. Straks moeten AVRO, KRO en NCRV ook programma’s aanbieden aan Nederland 2 en 3. Of die ook uitgezonden worden, is de vraag. Daarover beslist een ‘netmanager’, onder verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur van de NOS.
Zo holt ‘paars’ stelselmatig de kracht van de omroepverenigingen uit. Het gloednieuwe pand aan de ’s-Gravelandseweg is al een monument van zwabberend beleid voordat het in gebruik is.
In de jaren ’30 hebben de oude omroepen hun panden in Hilversum gebouwd. De NCRV vestigde zich op Schuttersweg 8. Verleden tijd. Dat is geen ramp. Ook omroepverenigingen moeten met hun tijd mee. Alleen: zij hebben de tijd niet mee. Leden hebben ze genoeg, maar de paarse Kamerfracties hebben hen laten vallen.
Wat mij het meest verbaast: de omroepverenigingen hebben nauwelijks een kik gegeven.

Terug naar het begin van deze pagina


Dure grap

Gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 26 mei 2000

Technici draven maar door. Programmamensen hinken er achteraan. En wat doen wij consumenten? Slikken en betalen, denk ik.
Aan internet raken velen van ons gewend. Dat wil zeggen: aan sommige aspecten ervan, zoals e-mails versturen en eenvoudige informatie opzoeken. Weinigen luisteren via internet naar radioprogramma’s; maar het kan wel. Het Radio 1-journaal en Met het oog op morgen is via internet beschikbaar. Wie thuis is, luistert makkelijker (en goedkoper) via het aloude radiotoestel, maar het is aantrekkelijk voor Nederlanders die even in Peru of Nieuw-Zeeland zijn. Ook de NOS-journaals van de hele week zijn - piepklein, dat wel - op het computerscherm binnen te halen.
Het is nog primitief. Technici beloven dat het snel beter wordt. Binnenkort kunnen we e-mails versturen via de afstandsbediening van de televisie en televisieprogramma’s in groot formaat bekijken op de monitor van de computer. We kunnen programma’s kiezen uit alle werelddelen.
Programma’s zijn duur. De omroepbijdrage is al afgeschaft. De overheid gaat natuurlijk niet uit de belastinggelden al die programma’s betalen die ons straks ter beschikking staan. Dus zullen we de kredietkaart moeten trekken. We zullen heel veel kunnen zien, maar de goede programma’s zullen duur zijn en de goedkope en gratis programma’s zullen feitelijk reclamespots zijn en dus weinig aantrekkelijk.
Een collectieve kijkersstaking is denkbaar. Een paar jaar geleden weigerden Nederlanders collectief een gulden per maand te betalen voor sportprogramma’s (op Sport7) die voorheen gewoon via de NOS in de huiskamer binnenkwamen. Maar die vlieger gaat geen tweede keer op.
Over enkele jaren kijken we waarschijnlijk nog steeds zo’n tweeëneenhalf uur per dag naar televisieprogramma’s. Daar betalen we dan wel enkele honderden guldens per maand voor.
Misschien moeten we maar vast gaan sparen.

Terug naar het begin van deze pagina


Verleden tijd

gepubliceerd in het Friesch Dagblad op dinsdag 2 mei 2000;
de tekst verscheen ook in Spreek'buis, blad voor omroepmedewerkers, d.d. 5 mei 2000

De NCRV heeft haar verleden opgegeven. Noodgedwongen. Er is geen plaats meer voor.
Dat moet ik uitleggen.
In 1978 heeft Peter van Campen, toen hoofd Filmzaken van de oudste protestants-christelijke omroep (opgericht in 1924) het initiatief genomen tot oprichting van de commissie NCRV-historie. Met veel enthousiasme heeft de commissie ruim twintig jaar lang zowel voorwerpen als documenten verzameld, geordend en toegankelijk gemaakt. Ouderen  herinneren zich wellicht het lepeltje dat voor de oorlog cadeau werd gedaan aan iemand die een lid aanbracht. Er waren ook kalenders, attributen van de liefdadigheidsacties van Johan Bodegraven - kortom: vitrines en kasten vol voorwerpen. En notulen vanaf de eerste bestuursvergadering in 1924, draaiboeken, teksten van hoorspelen.
Volgende maand verhuizen NCRV, KRO en AVRO naar een gloednieuw, gezamenlijk gebouw in Hilversum. Gevolg van politieke druk: er moest in de omroep samengewerkt en bezuinigd worden. De karakteristieke NCRV-studio,  in 1939 gebouwd met giften van leden, is verkocht.
De drie omroepen hebben samen 1150 medewerkers. Er is plaats voor negenhonderd. Als er al geen plaats is voor mensen (en auto's), dan helemaal niet voor historische zaken.
De afgelopen maanden heeft de commissie NCRV-historie opgeruimd. Ruwweg een derde van het bezit is ondergebracht bij het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme, verbonden aan de Vrije Universiteit. Een derde is verhuisd naar het Omroepmuseum in Hilversum (aan te bevelen voor een interessante dag uit) en een derde is naar de vuilverbranding gegaan.
Sinds het allereerste begin was ik lid van de commissie. Ik werk graag aan de toekomst, maar besef dat wat er vandaag is en morgen zal komen, voortkomt uit wat gisteren gebouwd is. Ik was er ook in de allerlaatste vergadering, op 27 april, toen de huidige NCRV-voorzitter Frits Brink de commissie officieel opgeheven verklaarde. Een moment vol weemoed.

Links boven: de column in het Friesch Dagblad van dinsdag 2 mei 2000. Rechts: Spreek'buis nam de column over in de editie van vrijdag 5 mei 2000, in de rubriek Reageer'buis.

Spreek'buis publiceerde twee weken later, op 19 mei 2000, in dezelfde rubriek Reageer'buis een aanvullende brief van Daan Buddingh, lid van de directiestaf van de NCRV. Deze brief staat hier.

Terug naar het begin van deze pagina


Kwetsbaar

gepubliceerd in het Friesch Dagblad op woensdag 29 maart 2000

U hebt ook een computer? Met internet waarschijnlijk. Dan zult u meevoelen wat ik doormaak. Wat zegt u? Geen computer in huis? Dan voed ik met dit stukje uw leedvermaak. Want sinds een week is mijn computer kapot.
Onherstelbaar.
Hoe groot de ramp is, werd me geleidelijk duidelijk. Voor 1 april moet de aangifte voor de inkomstenbelasting weg. Dat gaat dus niet. En, besefte ik direct, ik sta op het rooster voor een column in het Friesch Dagblad. Die columns schrijf ik altijd met een tekstverwerkingsprogramma, waarna deze per e-mail kant-en-klaar razendsnel naar Leeuwarden gaat. Kan dus niet doorgaan.
Ik kan aan het eind van de maand m'n betalingen niet doen, want dat gaat al vele jaren per Girotel. Enkele e-mails moeten beantwoord. Niet dus. Er moeten enkele brieven weg. Maar die kan ik niet schrijven. Ik kan geen telefoonnummers opzoeken.
De gegevens over mijn voorouders sinds 1540 staan op www.glimmerveen.com. Daar moet ik nog wat aan bijwerken. Gaat niet. Sinds enkele weken heb ik ook de website www.glimmerveen.nl, waar ik journalistieke en andere creatieve producties op wil zetten. Die site moet ik nog helemaal opbouwen. Gaat dus nu niet.
Zo kan ik doorgaan. Telkens dat machteloze gevoel: o nee... Pas als de stroom uitvalt, beseft iedereen hoe afhankelijk de samenleving van elektriciteit is. Nu mijn computer het heeft laten afweten, begint het tot me door te dringen hoe verlammend het was geweest als alle computers er in de eerste seconden van 2000 de brui aan hadden gegeven.
U weet nu waarom ik deze week verstek moet laten gaan met een stukje over een mediakwestie. Een nieuwe computer is in bestelling. De volgende keer hoop ik dus weer gewoon present te zijn.

Terug naar het begin van deze pagina


Overdaad schaadt

gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 3 maart 2000

Voor de poorten van Hilversum staan aankomende omroepverenigingen te dringen om binnengelaten te worden, met het vooruitzicht binnenkort gekneveld en uiteindelijk om zeep gebracht te worden. Een merkwaardig schouwspel.

De paarse Kamerfracties spelen een spel dat niet te begrijpen is als je alleen goede bedoelingen veronderstelt. Met de aanvaarding van de Concessiewet heeft ons parlement de omroepverenigingen een stukje verder in de hoek gezet. De bedoeling is duidelijk: de voor- en naoorlogse omroepen moeten langzaam maar zeker uit het beeld verdwijnen.

Tegelijk maakten de paarse fracties een vreemde manoeuvre om het voortbestaan van BNN als publieke omroep mogelijk te maken. BNN heet een jongerenomroep te zijn maar het is natuurlijk niet zo dat alle jongeren één pot nat zijn en warm lopen voor het genre programma’s dat BNN brengt. Het parlement lijkt met de verlaging van de toelatingseisen iets liefs te hebben willen doen voor een dappere maar normloze jongeman met ernstige gezondheidsproblemen - en daar is het omroepbestel niet voor.

Er kan nog een andere bedoeling achter zitten. Hoe meer versnippering, des te chaotischer de situatie. Dat maakt het de paarse partijen makkelijker over een paar jaar te zeggen: ‘Zo gaat het niet langer, weg met de omroepverenigingen’.

Intussen willen een Turkse omroep (inderdaad: vertegenwoordiging van een stroming die in de omroep nog niet aanwezig is), een ouderenomroep, een zogenaamd op goede doelen gerichte omroep (die beide niets nieuws te brengen hebben) en een onduidelijke internetomroep nog snel het bestel binnen om nog een paar jaar te profiteren van de grazige Hilversumse weiden.

Iedereen weet dat te veel vee op een te klein stukje weiland ertoe leidt dat uiteindelijk alles wegkwijnt. De paarse fracties die daarop uit zijn, zien de toeloop dus met genoegen aan. Het doet de mensen pijn die nog altijd houden van omroepverenigingen als NCRV en EO.

Terug naar het begin van deze pagina


Nieuwe wegen

gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 4 februari 2000

Schokkend: de Partij van de Arbeid geeft niet meer om de VARA. Vorige week kwam dit aan het licht in de Tweede Kamer bij de behandeling van de wet die de uitzendvergunningen bij de publieke omroep voor tien jaar regelt.

Ik herinner me hoe, een kleine twintig jaar geleden, de toenmalige VARA-voorzitter Marcel van Dam zijn beleid liet bepalen door de zekerheid dat de Kamermeerderheid van PvdA en CDA de VARA, de NCRV en de KRO voor altijd een plek in het omroepbestel garandeerden, wat er verder ook zou gebeuren. Van TROS, Veronica (toen nog in het publieke bestel) en de AVRO was hij minder zeker.

Het was al een tijdje duidelijk dat Marjet van Zuijlen, PvdA-mediawoordvoerder in de Tweede Kamer, gecharmeerd is van commerciële omroepen. Ze doet daarin nauwelijks onder voor haar VVD-collega’s. Mediastaatssecretaris Rick van der Ploeg vindt omroepverenigingen verouderd. In één klap opheffen lukt niet, dus wil hij ze geleidelijk laten afsterven.

De VARA liet blijken in de nieuwe opzet van de publieke omroep geen toekomst te zien. Maar wat de VARA vindt, kan de PvdA niet schelen: de VARA mag kennelijk doodvallen. Fractievoorzitter Melkert kwam nog met een voorzichtige liefdesbetuiging, maar zijn fractie floot hem terug en ook onze PvdA-premier Kok stak geen hand voor de VARA uit.

Een pluriforme publieke omroep waarin de verschillende stromingen in onze samenleving van zich laten horen en zien, hoeft kennelijk niet meer van een meerderheid van de Kamerleden.

De VARA zoekt nieuwe wegen. Ook de NCRV en de EO doen dat. Beide lopen voorop bij het verkennen van mogelijkheden met nieuwe media, met name internet. Dat is van levensbelang. Als zij straks, mede door de PvdA, in een donkere uithoek van de omroepwereld worden weggestopt, zullen zij op nieuwe werkterreinen hun publiek moeten bereiken.

De journalist Henk Glimmerveen was in zijn laatste jaren bij de NCRV hoofd van de afdeling Studie, Planning en Onderzoek.

Terug naar het begin van deze pagina


Gemis

gepubliceerd in het Friesch Dagblad op vrijdag 7 januari 2000

Sinds een week missen we iets: een jaar om onze fantasie op uit te leven. Sinds m’n jonge jaren hebben we altijd zo’n inspirerend toekomst-jaar gehad. Als kind, tijdens de Duitse bezetting, was het jaartal nog wat onbestemd. Er zou een tijd komen waarin Nederland vrij zou zijn en waarin fantastische dingen gingen gebeuren: sinaasappels eten, naar de radio luisteren.

Toen kwam de fantasie van 1984. George Orwell had daar in 1948 een boek over geschreven. Dat had ik al spoedig gelezen. Zijn voorspellingen spraken me niet erg aan, maar het jaartal fascineerde. Het leek nog erg ver weg; het was een idee waarop je al je fantasie kon loslaten. Toen het eindelijk zo ver was en de eerste minuten van 1984 verstreken, bekroop me even het gevoel een heel bijzonder jaar te zijn ingegaan. Maar het bleek al gauw een heel gewoon jaar.

Daarna hadden we het perspectief van 2000. Vorige week kreeg ik een krant van 31 december 1900 in handen. Daarin werd al vooruitgegrepen naar 2000. En dat hielden we vol, zelfs tot vorige week toen opiniepeiler en waarzegger Maurice de Hond opriep tot hamsteren omdat we bij het begin van 2000 collectief in het onheil gestort zouden worden.

Heil en onheil - ze zijn beide voorzegd voor 2000. En de meest fantastische samenleving is ons de afgelopen decennia voorgespiegeld voor dit jaar.

Maar nee, ook 2000 is een gewoon jaar, voor sommigen somber, voor anderen zonnig maar dat was elk jaar tot nu toe.

Een fantasiejaar in de toekomst hebben we niet meer. Ik hoorde mensen elkaar ‘een gelukkige eeuw’ toewensen, maar we weten dat we geen van allen 2100 zullen beleven, behalve misschien het kindje in de wieg. En geen van de jaren ervoor heeft het fascinerende van 1984 en 2000 in het verleden.

Om een uitdrukking uit de vorige eeuw te gebruiken: daar zullen we mee moeten leren leven.

Terug naar het begin van deze pagina


 

 

 

Columns,
verschenen in 't
Friesch Dagblad
-