Signalen uit de familie Glimmerveen

Colofon

Zeg nou zelf...

e-mail

Home

   

Als een vorst door
Gooi en Eemland

Z ondagmorgen 6 augustus 2000, kwart voor tien. De kerkklokken galmen luid over het Adriaan Dortsmanplein in het vestingstadje Naarden. Het geluid lijkt te komen van de toren van de monumentale hervormde kerk, bekend van de jaarlijkse uitvoering van de Matthäus Passion. Maar nee, de koster van het rooms-katholieke kerkje aan de Turfpoortstraat is in actie - en met enig succes want er begeven zich tientallen mensen naar de wijd openstaande kerkdeuren.

Afgezien van die kerkgangers die uit de verschillende hoeken van de vesting komen aanlopen, maakt Naarden nog een slaperige indruk. Behalve dat Adriaan Dortsmanplein. Daar is het een drukte van belang. Tientallen, misschien honderden mensen zijn er ingespannen bezig. Het klokgelui horen ze niet eens. Ze hebben alleen aandacht voor hun paarden en hun aanspanningen.

Secretariaat, ondergebracht
bij de brandweer
.

Al vroeg, ver voor negen uur, was op de A1 merkbaar dat er een groot gebeuren op komst was: auto’s met paardentrailers, aanspanningen op aanhangwagens - ze namen de afslag richting Naarden Vesting.

Zondagmorgen vroeg op het marktplein van Naarden: Theo den Exter haalt één van zijn paarden uit de vrachtauto

Op het plein was het direct een levendigheid van belang: de voorbereiding voor een grote dag. Aanmelden bij het secretariaat, geherbergd in de ingang van de brandweerkazerne, een kop koffie, een plak cake. Velen namen er amper de tijd voor. De paarden moesten met hun vier benen op de grond, de aanspanningen rijvaardig. Zo te zien ging dat iedereen vlot en handig af: dat hadden ze meer gedaan. Dat moet ook wel: wie aan de vestingrit van de ‘Hoofdstad Aanspanning’ wil deelnemen, moet letterlijk en figuurlijk het klappen van de zweep kennen.

Wie mag meerijden, zoals ik, hoeft niet zo bedreven te zijn. Mijn ervaring met paarden dateert van 55 jaar geleden. Als jongen van elf was ik, bij de slag om Arnhem van september 1944 geëvacueerd uit mijn geboorteplaats Wageningen, terechtgekomen op een boerderij in het Friese Koudum. De kost en inwoning verdiende ik door flink de handen uit de mouwen te steken. Ik leerde melken en toen, in het voorjaar van 1945, de koeien naar de - tamelijk ver van de boerderij gelegen - wei gingen, liet de boer mij het paard voor de melkwagen spannen en met de kar, volgeladen met melkbussen, naar de wei rijden.

Welgemoed op weg

Ik was best trots dat ik, hoewel opgegroeid ver buiten het bereik van dieren, die paarden keurig naar de plaats van bestemming wist te voeren - en later, met volle melkbussen, weer terug. Ik borstelde de paarden, leidde ze naar de stal, zag hoe een veulen geboren werd.

Paarden zijn nooit mijn beroep geworden, en ook niet mijn hobby. Maar helemaal vreemd zijn ze me toch ook niet, met die jeugdherinnering. Graag namen mijn vrouw en ik dan ook de uitnodiging aan van Theo den Exter uit Ulvenhout, van de menstal Denex. Hij had ingeschreven voor de twaalfde vestingrit; zijn vrouw kon door omstandigheden niet mee en wij wonen immers in ’t Gooi...

e e e

Op het plein is het die zondagmorgen eerst nog wat ongeordend. Steeds meer combinaties komen aanrijden, chauffeurs zoeken een goede plek tegen de oude, nog steeds in stand gehouden stadswallen. In oude plunje wordt er gewerkt. Maar na een uur begint er lijn in te komen. De combinaties worden gevormd, steeds meer mensen verwisselen hun staltenue voor fraaie kostuums die doen denken aan de tijd voor of tussen de twee wereldoorlogen. Sommige dames blijken zeer elegante kledij van hun overgrootmoeders geërfd te hebben. Een paar keurig gepoetste hoge laarzen die even eerder nog eenzaam naast een auto stonden, sieren nu twee stoere mannenbenen.

Aanspanningen verlaten het marktplein

Tegen half elf begint er beweging te komen in de aanspanningen. Een soort stil signaal: het gaat beginnen. En dan, precies op het aangegeven tijdstip, zet alles zich in beweging. Keurig geordend, geen gedrang, kennelijk geen zucht om de eerste te zijn. "U rijdt niet op nummer", staat er in het programma en niemand hoeft dus een bepaalde plek in de stoet te bemachtigen.

Het Adriaan Dortsmanplein af, langs de vestinggracht over een weg die tien dagen eerder nog was afgesloten voor alle verkeer omdat de gemeente Naarden delen van zijn vestingwerken aan het herstellen is. En dan linksaf, de Huizerstraatweg op.

De tocht gaat over de mooiste wegen van Gooi en Eemland. Allereerst Huizen. Dat dorp heeft in de regio nog altijd de naam van een vissersdorp. De naam straalt niet direct de rijkdom uit die wel aan de namen Laren en Blaricum hangt. Van de visserij is weinig over. Maar het is de deelnemers aan de rit al snel duidelijk dat het dorp daarmee niet tot armoede vervallen is. Prachtige villa’s en veel tuincentra - er zijn in deze regio nu eenmaal vele en vooral grote tuinen die jaarlijks van verse planten voorzien moeten worden.

Van de rijke buitenwijken gaat de route door het hart van Huizen, langs het gemeentehuis en de gereformeerde kerk die net uitgaat. Daarna verlaat de tocht weer de bebouwde kom van Huizen om even later Blaricum in te rijden. De aangekondigde stop is op een ruim en fraai grasveld aan de Torenlaan.

e e e

Een blik op de klok: 11.44 uur. Dat is een minuut eerder dan het programma aangaf. Dat zou de hele dag verbazen: exact worden de tijden aangehouden die in het programma staan. De Nederlandse Spoorwegen zouden er een voorbeeld aan kunnen nemen. Alleen het einde van de rit is iets later dan aangekondigd. Maar daar staat dan ook ‘plus minus’ voor.

Na de pauze in Blaricum

De pauze in Blaricum geeft gelegenheid de benen te strekken. De vering van de uit 1920 daterende aanspanning van onze gastheer is gelukkig goed. We hadden een rit van veel hobbel-de-bobbel verwacht, maar dat is enorm meegevallen.

Er is ook gelegenheid langs de andere combinaties te lopen, die we onderweg alleen op afstand konden bewonderen. Wat een verscheidenheid... De meeste eigenaren gaan er prat op een authentieke aanspanning in bezit te hebben, vaak uit het begin van de twintigste eeuw, sommige zelfs uit een nog eerdere eeuw. Maar hier en daar waren er toch ook verschijnselen die zo oud nog niet kunnen zijn; schijfremmen bijvoorbeeld.

Onderweg...

De paarden die toch het werk hadden gedaan, kregen in Blaricum wel even rust, maar - zover ik kon zien - niet te eten en te drinken. Kennelijk hebben ze meer uithoudingsvermogen dan de mensen, want overal kwamen uit rieten mandjes en verborgen kastjes etenswaren en vooral ook drankjes te voorschijn. Menigeen leek uit ervaring te weten dat een wijntje tijdens zo’n pauze een goede stimulans geeft. Sommigen stelden zich tevreden met een drankje dat past in een nog kleiner glas dan waarin de wijn geschonken wordt.

e e e

 

Veel bekijks...

Exact op tijd, om 12.30 uur, vertrok de stoet uit Blaricum voor het volgende traject van vijf kwartier. We verlieten Noord-Holland en reden de provincie Utrecht in. De provinciegrens ligt precies op de scheiding van twee grondsoorten. Blaricum en Laren liggen iets hoger, niet helemaal vlak, op zand, ooit aangevoerd aan het eind van de ijstijd. Bij Eemnes begint de vlakke polder, met uitgestrekte groene weiden, doorsneden door sloten, en flinke boerderijen die nog volop in bedrijf zijn. Koeien; hier en daar ook paarden die nieuwsgierig vanachter het prikkeldraad staarden naar hun soortgenoten, voorbijtrekkend op de rijweg.

Het rondje Eemnes duurde niet lang. Opnieuw moesten de paarden de glooiing nemen naar een hoog viaduct over de A27. Een paar honderd meter ten westen daarvan staat het plaatsnaambord Laren. Terug in Noord-Holland.

e e e

De aanspanning van  Theo den Exter uit Ulvenhout
Deze foto groot.

Op het marktplein van Laren was de tweede stop, nu een vol uur lang. Hier was water voor de paarden - en zo te zien waren die er wel aan toe. Volgens het programmaboekje zouden er ook toiletten zijn maar die vielen niet erg in het oog. Gevolg was dat op het laatste stuk van de tocht nogal eens mannen met een steelse blik van de bok sprongen en een ogenblikje in een bosje verdwenen.

"Het mooiste komt nog", fluisterde een bestuurslid ons in. We konden het ons nauwelijks voorstellen. We hadden al veel fraaie natuur en vooral ook talloze luxueuze villa’s en boerenhofsteden gezien. Toch had hij gelijk. Het laatste stuk ging over veel boswegen met daaraan heel wat pandjes waarvoor Wassenaar zich niet zou schamen. Vaak waren ze verborgen achter zware en hoge hekken; en alsof dat niet genoeg was, hingen daaraan vaak bordjes die meldden dat Randon was ingeschakeld voor de beveiliging.

Ouderen van een verzorgingshuis bewonderen de aanspanningen

Twee keer ging de stoet even van de rechte weg af, om de bewoners van verzorging- en verpleegtehuizen te plezieren. Afgesproken werk kennelijk: ouderen en patiënten zaten in het zonnetje klaar om zich te vergapen aan de mooie combinaties van fraaie paarden, bijna antieke wagens en mooi opgedofte koetsiers en passagiers.
De leden van de Hoofdstad Aanspanningen deden hiermee deze zondagmiddag echt een goede daad; dat was te zien in de ogen van de mensen in de rolstoelen.

 

e e e

De paarden en...

...de man op de bok

Aan het eind van de middag was iedereen terug op het startpunt. Zo te zien had niemand pech of malheur gehad. Direct was iedereen weer aan de slag met de voorbereiding van het transport naar huis waarvoor in vrijwel alle gevallen een door diesel of benzine gedreven voertuig werd gebruikt. Slechts één combinatie zag ik vrolijk van het terrein wegrijden, kennelijk naar een niet te ver afgelegen stal.

De paarden hadden het wel verdiend om nu weer gereden te worden. Ik had geconstateerd dat we sneller gingen dan voetgangers maar langzamer dan fietsers. Gastheer Theo den Exter vertelde dat de snelheid op zo’n tocht gemiddeld tien kilometer per uur is. De paarden hebben ons dus over een traject van zo’n 35 kilometer getrokken.

Afmelden bij het secretariaat. Tijd nog voor een drankje. Zelfs nog een piepklein officieel moment: voorzitter F. Wijnen sprak enkele woorden, waarbij hij vooral dankbaar bleek voor het mooie weer van deze dag.

e e e

Na afloop voor de deelnemers

Een merkwaardig evenement, die vestingtocht, bedacht ik achteraf. In een voetbalclub proberen de leden met gezamenlijke inspanningen kampioen te worden; in de genealogische vereniging wisselen de leden gegevens over verre voorouders en over archieven uit; in de zangvereniging brengen de leden samen geluid voort wat elk lid afzonderlijk niet zou kunnen. Bij verenigingsactiviteiten staat vaak de gezamenlijke prestatie centraal. Maar hier, bij de Hoofdstad Aanspanning? Ieder zorgt voor zijn eigen prestatie; de medeleden rijden voor en achter en ik heb niet gemerkt dat zij onderweg hun ervaringen delen en nieuwtjes uitwisselen, hoewel dat in deze tijd via de gsm’etjes best zou kunnen...

Toch had ik de indruk dat iedereen tijdens de rit geweldig heeft genoten. Misschien mede omdat de deelnemers ook honderden, zo niet duizenden anderen een plezier deden. Bijna overal langs de route had de stoet veel bekijks. En wat doe je dan, als je daar zo hoog zit en ziet hoe de paarden en de koets bewonderd worden? Juist, zwaaien. Als een vorst. Zo voelde ik me dus, die ene dag.

Henk Glimmerveen       

Hilversum        

Terug naar het begin van deze pagina


 

Een rit met
een aanspanning